Voor het derde jaar op rij worden in Drenthe de vingers gekruist. Gaat het nu dan écht lukken om de Koloniën van Weldadigheid op de lijst van UNESCO Werelderfgoed te krijgen? Zes vragen om het geheugen op te frissen.

Het belangrijkste eerst: hoe lang nog?

Komende zomer komen de leden van het UNESCO-comité samen in de Chinese stad Fuzhou. Om verdere vertraging te voorkomen worden in juli twee weken uitgetrokken om over vijftig dossiers te besluiten of ze een plek op de lijst verdienen. De Koloniën zijn tussen 19 en 31 juli aan de beurt, werd onlangs bekend.

Waar hebben we het eigenlijk over als we spreken over de Koloniën van Weldadigheid?

In 1818, als Nederland en België samen behoren tot het Koninkrijk der Nederlanden onder leiding van Koning Willem I, is het armoe troef in ons land. De Franse overheersers hebben ons land berooid achtergelaten. De idealistische generaal Johannes van den Bosch sticht de Maatschappij van Weldadigheid en de proefkolonie Frederiksoord om de armen te ‘verheffen’ uit hun situatie.

Het idee is dat ‘paupers’ uit het hele land de woeste Drentse grond ontginnen en er de mogelijkheden krijgen tot een zelfvoorzienend leven. Na proefkolonie Frederiksoord volgen nog in hetzelfde jaar de koloniën Wilhelminaoord, Boschoord en Willemsoord. In Overijssel wordt een jaar later Ommerschans, de kolonie voor bedelaars, gesticht.

In 1823 worden voor het eerst mensen voor straf naar Drenthe gestuurd. De drie strafkoloniën in Veenhuizen zijn er voor bedelaars, landlopers (daklozen) en wezen. In 1825 worden in België nog een vrije en een onvrije kolonie opgericht, in respectievelijk Wortel en Merksplas.

Waarom duurt het zo lang voor de werelderfgoedstatus wordt afgegeven?

Het droomscenario was dat het UNESCO-keurmerk in jubileumjaar 2018 toegekend zou worden, precies 200 jaar nadat de eerste paupers uit het Westen naar Drenthe kwamen. De commissie oordeelde toen dat de Koloniën weliswaar ‘erfgoedwaardig’ zijn, maar dat de plannen beter moeten worden uitgewerkt.

Vooral de samenhang tussen de zeven vrije en onvrije koloniën in Nederland en België vindt de adviesorganisatie van UNESCO, ICOMOS, een ingewikkeld punt. Het belangrijkste argument om de Koloniën een plek op de lijst te gunnen is dat het gaat om uniek gedachtegoed. Dat argument is op zichzelf ook uniek en nieuw voor UNESCO. De organisatie kent geen label ‘gedachtegoed’. Om al deze redenen wordt het definitieve besluit uitgesteld naar de zomer van 2020. Dan gooit corona roet in het eten.

Hoe zeker zijn de betrokkenen nu van deze zaak?

Vrij zeker. Als het gaat om vier van de zeven Koloniën, dan. UNESCO heeft Willemsoord, Ommerschans en het Vlaamse Merksplas al afgewezen, zij krijgen het predicaat niet. De reden? In die dorpen is het erfgoed veel minder goed bewaard gebleven dan in Wilhelminaoord, Frederiksoord, Veenhuizen en het Belgische Wortel. Gedeputeerde Cees Bijl zei in januari vorig jaar: ,,De kans dat ze (de overgebleven vier Koloniën, red.) wél op de lijst komen, schat ik nu hoger in dan de kans dat ze het niet halen.” Burgemeester Klaas Smid van Noordenveld, waar Veenhuizen ligt, zei onlangs: ,,Het is spannend, maar we hebben goede hoop.”

Wat heeft Drenthe eraan gedaan om tot de nominatie te komen?

De Drentse route naar Werelderfgoed begint in 2009. Dan dragen de provincie en de gemeente Noordenveld het gevangenisdorp Veenhuizen bij toenmalig minister Ronald Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC&W) voor voor een plek op de Werelderfgoedlijst.

Kartrekkers, toenmalig gedeputeerde Rein Munniksma en burgemeester Hans van der Laan van Noordenveld, zijn zeker van hun zaak: alleen Veenhuizen voordragen is kansrijker dan een nominatie voor alle Nederlandse Koloniën. De Koloniën in Westerveld, Overijssel en België worden genegeerd. ,,Een valse start. Ik kon er met mijn volle verstand niet bij dat de provincie Drenthe in 2009 de geschiedenis aan haar laars lapte”, schrijft de inmiddels gepensioneerde journalist Ed van Tellingen dan in Dagblad van het Noorden . Dat besef daalt ook in bij de gemeente Westerveld en samenwerking wordt gezocht. Op 1 februari 2010 ligt de gezamenlijke voordracht op bureau van Plasterk.

In de jaren die volgen wordt onderzocht hoe kansrijk de nominatie is. Ook komt er een stuurgroep die een beheersvisie ontwikkelt. Dat moet ervoor zorgen dat het unieke karakter van het gebied overeind blijft. De stuurgroep richt de blik op toekenning in 2018, maar dat lukt dus niet.

Waarom wil de provincie dit zo graag?

De UNESCO-lijst is de ‘champions league’ van het Werelderfgoed. In China staan komende zomer nog twee Nederlandse onderwerpen op de agenda: de uitbreiding van de Stelling van Amsterdam, die al een plek op de lijst heeft, met de nieuwe Hollandse Waterlinie. Ook de Neder-Germaanse limes, de nog zichtbare sporen van de Noordgrens van het Romeinse rijk, wachten op beoordeling.

In Nederland zijn nu tien UNESCO-plekken, waaronder de Waddenzee, de molens van Kinderdijk, maar ook de Beemsterpolder, Schokland, het Woudagemaal, de Rotterdamse Van Nellefabriek en de grachtengordel van Amsterdam. De Hondsrug is een UNESCO Geopark. Wereldwijd scharen de Koloniën zich straks mogelijk tussen de piramides van Egypte, het Great Barrier Reef in Australië en de Chinese muur.

Een UNESCO-label is een blijk van waardering, een soort Michelinster. Het helpt om een regio te profileren en meer bezoekers te trekken, maar ook is er aandacht voor het behoud van de Koloniën voor de toekomst.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe