Plaagrups-onderzoeker: Laat vooral natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups het werk doen

Silvia Hellingman in het proefgebied in Wapserveen waar het aantal eikenprocessierupsen in drie jaar met 80 procent is afgenomen. Foto: dvhn

De bestrijding van de eikenprocessierups (beter: beheersbaar houden) is een kwestie van lange adem en vraagt een consequente aanpak van alle betrokkenen in een gebied.

Tijdens een drie jaar durende proef in Wapserveen, die onderzoeker Silvia Hellingman samen met de plaatselijke boermarke uitvoerde, is het aantal plaagrupsen met 80 procent afgenomen. Uitgangspunt: laat de natuurlijke vijanden van de rups, zoals mezen, spreeuwen, vleermuizen en sluipwespen, het werk doen.

En aan de mens de taak om de vijanden in de watten te leggen met nestkastjes, bloemrijke bermen en tuinen en voldoende voer in de winter. ,,Voorwaarde is wel dat iedereen meedoet’’, stelt Hellingman.

Een onbeduidend nachtvlindertje

Het leven van de plaagrups begint met eitjes, die een onbeduidend nachtvlindertje legt in eikenbomen. In het vroege voorjaar kruipen larven uit de eitjes. In de weken en maanden die volgen vervellen de rupsen vijf keer.

Na de derde keer krijgen de dieren haartjes. Brandhaartjes, die ze bij reuring en gevaar afschieten. Deze haartjes kunnen ernstige gezondheidsklachten veroorzaken bij mens en dier.

Onder het motto ‘samen sterk’ zoeken de rupsen elkaar op. Vormen grote groepen, die onder aanvoering van de leider de boom afstropen op zoek naar eikenblad. Als het te warm wordt, zoeken ze in optocht de schaduw op. Dat kan ook onderaan de stam zijn, dicht bij de (wandelende, fietsende, sportende en bbq-ende) mens. Na de vijfde vervelling veranderen de rupsen in vlinders en begint het jaar erop het verhaal weer van voor af aan.

Bekijk in deze video-animatie hoe dat gaat:

loading

Kenniscentrum begin van landelijke aanpak

Op initiatief van het ministerie van LNV is het Kenniscentrum Eikenprocessierups, waar Hellingman lid van is, opgericht. Volgens deskundigen is dit het begin van een gecoördineerde landelijke aanpak.

In het vroege voorjaar spuiten bestrijders aaltjes, zogeheten nematoden, in de bomen. Deze minuscule beestjes dringen de larven binnen en verwoesten de jonge spruiten van binnenuit. Organisaties als de Vlinderstichting vrezen dat alle soorten rupsen het loodje leggen en het aantal vlinders zal afnemen. Hellingman: ,,Ik heb bomen onderzocht, die zijn behandeld, en daar krioelt het van de rupsen. Het gaat om de timing. De larven van de eikenprocessierups zijn er eerder dan van andere rupsen, dus je moet vroeg in het voorjaar spuiten. Dan werkt het goed.’’

Zitten de bomen eenmaal in het blad, kan er nog worden gespoten met bepaalde bacteriën, maar die aanpak vereist volgens de onderzoeker uiterste precisie. ,,Als je dit niet goed doet, kan het leiden tot minder rupsen in het algemeen en dus tot voedselschaarste voor vogels en uiteindelijk minder vlinders.’’

Marcheren de rupsen in vol ornaat en in grote groepen door de bomen, dan resteert er nog één aanpak: een deskundige bestrijder inschakelen die goed ingepakt met een grote stofzuiger de rupsen uit de boom zuigt, afvoert en laat vernietigen.

Klik hier om meer te lezen over de natuurlijke aanpak.

menu