Leo Meijer

Leo Meijers, van priester naar hoofdofficier

Leo Meijer

Tijd van leven beschrijft het gepasseerde bestaan van mensen met een bijzonder verhaal. Vandaag Leo Meijers uit Assen, die een opmerkelijke switch maakte in zijn leven.

Veranderingen in het leven, ook verdrietige, kunnen mooie dingen brengen. Leo Meijers geloofde het met volle overtuiging. En als er iemand is die dat aan den lijve heeft ondervonden, dan is hij het wel.

Leonardus Cornelis Maria Meijers werd in 1929 als eerste in een reeks van negen geboren, op de verjaardag van zijn moeder. Zijn vader was adjunct-directeur van de Karel I sigarenfabriek in Eindhoven, maar voor de jonge Leo gloorde een ander leven. Als oudste zoon in een katholiek gezin zou hij priester worden. En dus ging hij op zijn twaalfde het huis uit, naar het Seminarie. Makkelijk vond hij het niet om zijn familie te moeten missen, maar hij wist waar hij het voor deed.

Leren als levensbehoefte
Leo leerde makkelijk en graag. Misschien zou je kunnen zeggen dat het een levensbehoefte was. Zelfs op latere leeftijd legde hij zich nog toe op het leren van Maleis, Papiamento en Russisch. Sowieso had hij een talenknobbel: hij kende Latijn en Grieks en sprak vloeiend Frans, Duits en Engels.

Als 25-jarige priester ging hij aan de slag in Deurne. Na twee jaar werd hij aangewezen om naar Rome te gaan, om daar kerkelijk recht te studeren. Daarna volgde een studie burgerlijk recht. Het zou voor een belangrijk deel zijn tweede leven, als oud-priester, bepalen. Alleen wist hij dat toen nog niet.

Voorzitter kerkelijke rechtbank
Meijers werd voorzitter van de kerkelijke rechtbank in Den Bosch, waar hij zich boog over uittredende priesters en gebroken huwelijken. Makkelijk had hij het niet. Echtelieden die uit elkaar wilden, deden uit de doeken hoe ellendig zij het hadden, maar ‘Rome' hield meestal voet bij stuk: een huwelijk mocht alleen worden ontbonden als het nog niet daadwerkelijk was ‘geconsumeerd'. Meijers kon zich er niet in vinden. Zoals hij zelf open stond voor veranderingen, zo vond hij dat de kerk die veranderingen ook anderen moest gunnen. Het was toch onmenselijk om het leven van anderen zo te bepalen? Om hun rechten zo aan te tasten? Meijers worstelde.

En toen. Ja, toen werd hij ook nog verliefd. Op Riet Baars, een kloosterlinge die zich niet langer gelukkig voelde met de strenge regels van het klooster en daarom de orde verliet. De twee genoten samen intens van klassieke muziek, boeken en poëzie, waar ze eindeloos met elkaar over konden praten. Ze raakten ontroerd door dezelfde dingen en dachten vaak eender, als zielsverwanten. De brieven die zij over en weer naar elkaar schreven, en die elkaar soms kruisten, zijn hiervan stille getuigen.

Geen toestemming kerk
Hun besluit om te trouwen had grote gevolgen. Meijers hoopte op toestemming van de kerk, maar kreeg die niet. Met pijn in het hart nam hij na dertien jaar afscheid van het priesterschap, met een nieuw leven in het verschiet. Een leven als echtgenoot en vader van twee kinderen: zoon Mathijs en dochter Annemarie. Hij ging werken voor het ministerie van justitie en het openbaar ministerie, klom op tot hoofdofficier van justitie in Assen en advocaat-generaal bij de Hoge Raad en werd bijzonder hoogleraar aan de RUG. Ook bracht hij adviezen uit over de euthanasiewetgeving en aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Een van de meest geruchtmakende zaken waar hij bij betrokken was, was de rechtszaak tegen de toen 81-jarige oorlogsmisdadiger en kunstrover Pieter Menten. De dag dat Meijers de getuigenverklaringen had aangehoord, belde hij zijn vrouw 's avonds geëmotioneerd op, zo geschokt was hij. Hij eiste een gevangenisstraf van 20 jaar. Dat kwam zo'n beetje neer op levenslang, gezien Mentens leeftijd. Een rechtvaardige straf, vond Meijers, gezien de gruwelen van Menten. Menten werd uiteindelijk veroordeeld tot tien jaar.

Rechtvaardig en menselijk
Rechtvaardigheid, en menselijkheid, vormden een leidraad in het leven van Meijers. Als officier van justitie klaagde hij Molukkers aan voor de kaping van de treinen bij Wijster en De Punt, maar hij zocht tegelijkertijd ook toenadering tot hun gemeenschap in Assen. Hij leerde zelfs Maleis om hen beter te begrijpen, in hun eigen taal. En hij nam een Molukse man aan bij justitie, tot verbijstering van zijn kantoorgenoten. ,,Molukkers horen bij de samenleving en deze man heeft de beste papieren'', stelde hij. Meijers ging gevoeligheden en emoties nu eenmaal niet uit de weg. Vele jaren later, toen hij na een hersenbloeding in een rolstoel was beland, kwam hij een van de veroordeelde kapers weer tegen. De man, die achttien jaar in het gevang had gezeten, sloeg een arm om Meijers' schouders en zei: ,,No hard feelings.'' Ik neem je niets kwalijk.

Het laatste half jaar van zijn leven bracht Meijers, broos geworden door zes hersenbloedingen en dementie, door in verpleeghuis De Wijde Blik. Ondanks zijn fysieke beperkingen genoot hij van wat hij nog wél kon. Hij luisterde vol overgave naar muziek en de verhalen en gedichten die zijn vrouw voorlas. En liet zich lachend op ‘turbosnelheid' duwen door zijn kinderen. Op 21 oktober 2015 kwam daaraan een eind. Zelfs voor iemand die het leven omarmt, komt er een tijd dat hij het los moet laten.

menu