Loek Spaanderman (98) uit Assen werkte na de bevrijding voor de staf van het Militair Gezag in Den Haag. Hij maakte dossiers op van NSB’ers en andere foute Nederlanders en was betrokken bij huisuitzettingen.

„Het was een opwindende, maar vooral chaotische tijd”, herinnert de 98-jarige Loek Spaanderman uit Assen zich over de maanden na de bevrijding. „Het Militair Gezag nam het bestuur over van de Duitsers en alles moest van de grond af worden opgebouwd. Dat was een enorme taak.”

Excessen voorkomen

Spaanderman werd als jongeman vanuit zijn werk bij de Rijksrecherchecentrale, het kantoor van de landelijke recherche, uitgeleend aan het Militair Gezag (MG), het wettelijk bestuur van de bevrijde Nederlandse gebieden. Belangrijke taak van het MG was het voorkomen van wraakacties tegen NSB’ers en andere ‘foute’ Nederlanders. In het Zuiden had dit een half jaar eerder tot nogal wat excessen geleid, bedoeling was om dit in het Noorden te voorkomen.

Daartoe werd in februari 1945 de Politieke Opsporingsdienst (POD) opgericht. Deze dienst moest onderzoek doen naar verdachte personen en deze opsporen. Loek Spaanderman, die destijds nog in Voorschoten woonde, werkte op het hoofdkwartier in Den Haag voor de staf van het Militair Gezag. „Bij generaal Kruls, de grote baas.”

loading

Spaanderman stelde dossiers samen van ‘politieke delinquenten’, zoals iedereen genoemd werd die al te nauwe banden met de Duitse bezetter had gehad. „Wij brachten de informatie bij elkaar die over deze personen binnen kwam, en maakten daar dossiers van. Vervolgens moesten wij zorgen dat een dossier naar de juiste plek ging.”

Een enkele keer was Spaanderman betrokken bij huisuitzettingen van NSB’ers die naar interneringskampen moesten. „Ik was dan als toezichthouder aanwezig bij de ontruiming van het huis, de spullen gingen naar een opslag. Dat moest snel maar correct gebeuren. Hoewel, we maalden er niet om als hier of daar een bord sneuvelde, hoor. Wij hadden geen enkele sympathie voor deze mensen. De opgekropte woede kwam er vlak na de bevrijding wel uit natuurlijk.”

Genoegdoening

Voor Spaanderman voelde het als genoegdoening om mee te werken aan de dossiers van ‘foute’ Nederlanders. In de oorlogsjaren was hij aangesloten bij het verzet. Zo hield hij Duitse transporten in de gaten en vanuit de Rijksrecherchecentrale speelde hij samen met collega’s informatie aan de Binnenlandse Strijdkrachten. „Weten wie in de gaten werd gehouden, kon levens redden.”

Na de bevrijding deed Spaanderman eerst namens die Binnenlandse Strijdkrachten dienst in zijn eigen dorp Voorschoten, daarna werd hij door de Rijksrecherchecentrale uitgeleend aan het Militair Gezag. Het MG had namelijk grote personeelstekorten, weet historicus Johan de Boer, schrijver van het boek Militair Gezag in Groningen . „Hoewel de chaos een stuk minder groot was dan na de bevrijding van Zuid-Nederland, bleef het werk van het MG een beetje avonturieren. Gelukkig kwam er ook personeel uit Brabant mee naar boven de rivieren, dat werd aangevuld met lokale mensen die de streek kenden.”

Ondanks de Brabantse aanvullingen kreeg de POD het enorm druk. Er werden meldingen over verdachte personen verzameld, mensen moesten opgespoord, verhoord en opgesloten én alles moest zorgvuldig gedocumenteerd.

„Alleen al in de provincie Groningen waren ruim honderd interneringskampen – of wat daar voor door ging - voor meer of minder foute Nederlanders”, zegt De Boer. „Zo zaten in de Korenbeurs alleen al ongeveer vijfhonderd mensen die door de Binnenlandse Strijdkrachten van huis gelicht waren. Het onderzoek naar hun handel en wandel moest op dat moment eigenlijk nog beginnen.”

In totaal zaten in de Groningse kampen zo’n 18.000 mensen vast, waaronder, gek genoeg, 3.000 kinderen. In Drenthe lag het aantal verdachten op een kleine 13.000, van wie bijna 8.000 werden opgesloten in Kamp Westerbork.

Spoedopdracht

Ook Spaanderman zag in Den Haag hoe groot de chaos was in die maanden. „Vlak na de bevrijding kwam ik bij het MG, maar pas op 27 augustus werd ik op papier gedetacheerd vanuit mijn werkgever, die nog altijd mijn salaris betaalde. Weer een maand later kreeg ik officieel een aanstelling, terwijl ik er al maanden werkte.”

Een van de dingen die Spaanderman is bijgebleven, is een speciale spoedopdracht: „Ik moest een dossier naar Leeuwarden brengen. Er reden nauwelijks bussen en treinen, maar het MG had haar eigen vliegtuigjes, Piper Cubs. Ik had nog nooit gevlogen. Boven het IJsselmeer kwamen we in luchtzakken terecht, ik vond het enorm spannend. Maar de piloot gaf geen kik, dat stelde me gerust. Later ben ik de halve wereld over gevolgen, maar in die tijd was vliegen best bijzonder.”

loading

In het najaar van 1945 was het dagelijks leven weer zo goed als op gang gekomen, al was het voor de meeste mensen geen vetpot. Gemeenteraden en wethouders functioneerden weer, het openbaar vervoer was redelijk hersteld, scholen begonnen aan een nieuw leerjaar en mensen gingen weer als vanouds naar hun werk. Voor Spaanderman kwam op 1 januari 1946 ook een einde aan zijn tijd bij het Militair Gezag. Hij kreeg een administratieve baan bij de politie in Wassenaar. Van daaruit klom hij op en werkte in verschillende steden, om uiteindelijk in 1970 in Assen terecht te komen als commissaris van de gemeentepolitie.

„Als ik terugdenk aan de tijd na de bevrijding, krijg ik altijd nog het gevoel van grote opluchting. Je kon weer met een gerust hart over straat, je hoefde niet meer bang te zijn. Eindelijk konden NSB’ers en oorlogsmisdadigers hun gepaste straf krijgen. Daar deed ik het voor.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe