Nabestaanden van de treinkapers melden zich bij de rechtbank. Foto: ANP /LAF KRAAK

Marinier-verpleger over beëindiging treinkaping De Punt: ‘Ik had ze ook liever geboeid op de rails gezien’

Nabestaanden van de treinkapers melden zich bij de rechtbank. Foto: ANP /LAF KRAAK

Voor de Haagse rechtbank zijn maandag de eerste mariniers gehoord over de beëindiging van de treinkaping bij De Punt (1977). Het werd een surrealistische vertoning, waarin de mariniers zich vooral weinig kunnen herinneren, of niets hebben gezien.

Oma Siahaya hoort het allemaal onbewogen aan. Ze verstaat niet alles wat in de rechtszaal wordt gezegd. Ze hoeft het ook niet allemaal vertaald te hebben, zegt ze tegen een familielid dat voor haar tolkt.

Fragiel en toch naar de rechtbank

Ze is inmiddels 90 jaar. Fragiel. Maar ze is naar de rechtbank gekomen. In een rolstoel. Omdat ze wil weten waarom haar zoon Max Papilaja – in haar ogen – is geëxecuteerd in de trein. Het gaat haar niet om de mariniers; die kunnen vanwege verjaring toch niet meer vervolgd worden. Het gaat haar om de Nederlandse staat die het heeft toegestaan, en misschien wel de opdracht heeft gegeven.

Dat de eerste mariniers na ruim 40 jaar voor het eerst voor de rechter onder ede worden gehoord over de dood van haar zoon Max en Hansina Uktolseja is al een overwinning. ,,Ze is heel gedreven", zegt Marco Papilaja, neef van de omgekomen treinkaper. ,,Ze heeft zich ingezet voor de waarheid. Dat geeft haar de kracht om hier te zijn.”

Vermomde stemmen

Er zijn twee momenten waarop ze de rechtszaal tijdens de verhoren verlaat. Als de geluidsopnamen worden afgespeeld die de mariniers hebben gemaakt tijdens de aanval. Het geschreeuw, de schoten; die heftige geluiden wil de familie ‘oma’ besparen.

‘Oma’ kan de twee mariniers, die om beurten urenlang worden gehoord, niet in de ogen kijken. Die zijn afgeschermd achter een groot doek in de zaal, en zijn alleen zichtbaar voor de rechters. Ze kan hun echte stemmen niet horen. Die zijn vervormd.

De setting is haast surrealistisch. Het grote witte doek dat de kleine rechtszaal in tweeën splitst, doet denken aan een ziekenhuisgordijn waarmee een patiënt wordt afgeschermd als de dokter langskomt.

Rechters van voren, advocaten op de rug

Alleen de advocaten en de nabestaanden mogen in de kleine rechtszaal. Het publiek moet de verhoren via een videoverbinding in een andere zaal volgen. Ze zien urenlang hetzelfde beeld op het scherm. De drie rechters van voren, de advocaten op de rug.

De techniek hapert in het begin. Er klinkt geruis en gekraak. Als de stemvervormer zijn werk doet, lijkt het alsof Darth Vader zelf aan het woord is in een nieuwe episode van Star Wars.

De twee mariniers die onder codenamen gehoord worden zijn geen sleutelfiguren. Het zijn marinier-ziekenverpleger ‘5G’ en marinier ‘5D’. Ze hoorden bij de aanvalsgroep die de kop van de trein bestormde. Daar bevonden zich drie kapers, onder wie leider Max Papilaja. Alle drie komen ze om.

De mariniers worden ondervraagd over de voorbereiding op de actie, de geweldsinstructies en de gebeurtenissen in de trein. ‘5G’ is tijdens de actie niet in de trein geweest, maar zegt wel dat Papilaja vanuit de trein heeft geschoten en dat ze hebben teruggeschoten. Iets waar de Nederlandse staat in eigen onderzoek nooit bewijs voor heeft gevonden.

‘Ik vind deze zaak een farce’

De mariniers reageren geagiteerd op vragen van advocaat Liesbeth Zegveld van de nabestaanden. ,,Ik ben niet zo’n terugkijker’’, zegt verpleger ‘5G’. ,,Dat roept alleen ellende en frustratie op. Ik vind heel deze zaak een farce. Dat ik hier na 40 jaar zit. Dat we ze geëxecuteerd zouden hebben. Ik had ook liever gehad dat ze allemaal geboeid op de rails lagen.’’

De suggestie dat tijdens een geheime briefing kort voor de aanval vanuit de regering de instructie kwam dat geen kaper de trein levend mocht verlaten, doet hij af als ‘absolute onzin’. En de geweldsinstructie was duidelijk. Als de kapers zich ‘duidelijk waarneembaar’ overgaven, mocht er niet op ze geschoten worden maar moesten ze krijgsgevangen worden gemaakt. ,,We mochten echt niet vuren als we twijfelden. Ik mocht alleen schieten ter verdediging als ik in het nauw kwam. Maar we wisten dat het slachtoffers met zich mee zou brengen.’’

‘Het was bloederig’

In de kop van de trein heeft hij twee of drie dode kapers zien liggen. Maar niet Papilaja. Veel kan hij zich niet veel herinneren van wat hij aantrof. ,,Het was bloederig. Mensen zagen er natuurlijk niet uit zoals je ze op een foto ziet."

Het verhoor van marinier ‘5D’ kan kort worden samengevat: ,,Ik kan het mij niet herinneren’’, antwoordt hij op de meeste vragen. Hij weet niet of er vanuit de cockpit van de trein is geschoten door kapers. Hij weet niet of hij geweldsinstructies heeft gekregen. Niet welk wapen hij droeg, hoe de collega’s in zijn aanvalsgroep heetten en wie zijn commandant was.

,,Als iemand zich zichtbaar overgeeft, wil dat niet zeggen dat het een veilige situatie is. Hij kan nog wapens hebben of agressief worden. Uitschakelen is een breed begrip. Dat kan op veel manieren. Dat is afhankelijk van het moment en de omstandigheden. Gebruik van een vuurwapen is een uiterst middel. Ik ben als marinier niet opgeleid om te doden.’’

Voor de nabestaanden is het te vroeg om een gevoel te hebben bij de eerste dag. Marco Papilaja: ,,Maar dat ze zich zo weinig herinneren, vind ik wel zorgwekkend.’’.

menu