Het brengen van slecht nieuws hoort bij het werk van politiemensen. Agent René van Goor uit Klijndijk moest vader Edwin Bosma uit Valthe vertellen dat zijn zoon waarschijnlijk zou overlijden door een ongeval. Beiden vertellen hun aangrijpende verhaal.

Het is midden in de nacht. Politieman René van Goor (42) uit Klijndijk en zijn collega komen net van een ernstig ongeval in Valthe, nog geen kilometer verderop. Het zwaargewonde slachtoffer, Benjamin Bosma, wordt naast de brokstukken van zijn auto gereanimeerd. Zijn toestand is kritiek. En dat verschrikkelijke nieuws gaan de agenten nu aan zijn ouders meedelen.

Tijdens het korte ritje naar het ouderlijk huis hebben de twee ervaren agenten afgesproken dat Van Goor het gaat vertellen. Bij de woning van de familie Bosma is alles donker. Iedereen ligt te slapen. Onwetend over het onheil dat hun 22-jarige zoon en broer vlak bij huis is overkomen.

De ouders en de agenten gaan samen aan de keukentafel zitten

Van Goor werkt 20 jaar bij de politie. Tijdens diensten in de noodhulp heeft hij al vaak familie van slachtoffers of nabestaanden moeten inlichten. Toch staat hij met lood in zijn schoenen voor de voordeur. ,,Ik weet dat ik bij mensen voor de deur sta, van wie de zoon hoogstwaarschijnlijk komt te overlijden. Ik ben de boodschapper van dat vreselijke nieuws. Maar je wilt toch dat de familie zo snel mogelijk weet wat er aan de hand is met hun zoon. Dat zou ik zelf ook willen als het om naasten van mij ging.”

Politieman Van Goor drukt op de deurbel. De lichten gaan aan in huis. Niet veel later wordt de voordeur opengedaan. ,,Bent u de vader van Benjamin Bosma?”, vraagt hij. De politieman stelt zich voor, zegt dat hij erg slecht nieuws heeft over hun zoon en vraagt of ze binnen mogen komen.

De ouders en de agenten gaan samen aan de keukentafel zitten. De agenten proberen alle vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. Ze vertellen wat er is gebeurd en hoe de toestand van hun zoon is. ,,Vaak zijn er heel veel vragen, maar weinig antwoorden. Negen van de tien keer loopt het onderzoek nog. Daarom vallen er geregeld stiltes. Dat is niet erg. Je hoeft de familie echt niet te overvoeren met informatie. Het komt ook voor dat mensen niets vragen. De een wil alles weten, de ander slaat helemaal dicht.”

De vader van Benjamin wil direct naar de plek van het ongeval, naar zijn zoon toe. ,,Wij hebben hem tegengehouden. Aan de ene kant om hem te beschermen, maar ook om te voorkomen dat de hulpverlening onbedoeld wordt belemmerd. Ik heb uitgelegd dat de hulpverleners met hem bezig zijn en al het mogelijke voor hem doen.”

De ouders luisteren in shock naar de politiemensen, die vertellen dat hun zoon naar het ziekenhuis in Groningen gaat. De agenten brengen hen daar ook naar toe, zo snel mogelijk, zodat ze bij hun zoon kunnen zijn.

Van Goor ziet een halve auto

Van Goor en zijn collega hebben hun zoon bij het autowrak zien liggen. Ze willen de ouders die aanblik besparen.

Zelf zijn de agenten die nacht als eerste hulpverleners bij het ongeval. Ze zitten op het politiebureau in Emmen als een melding komt van een ernstige aanrijding. De agenten rijden op volle snelheid naar Valthe. Van Goor ziet een bomenrij langs de weg en een halve auto. Zijn collega zet de straat af, zodat geen sporen verloren gaan voor het onderzoek naar de oorzaak van het ongeval. De agenten bekommeren zich om het slachtoffer. ,,Ik zag alleen de voorkant van de auto met de bestuurder er nog in”, vertelt Van Goor. ,,Hij zat bekneld en was sterk verminderd aanspreekbaar. Hij maakte nog wel kreungeluiden.”

Andere hulpverleners zijn ook snel te plaatse. Er komt een ambulance en een traumahelikoper. De agenten kijken in de omgeving of er nog meer slachtoffers zijn. Ze stellen de meldkamer op de hoogte van de situatie. Ondertussen vechten ambulancemedewerkers voor het leven van de jonge man. Ze geven aan dat het er slecht uitziet. ,,Direct nadat hij uit het wrak was gehaald, zijn ze begonnen met reanimeren. Zijn rijbewijs was gevonden. In combinatie met het kenteken van de auto wisten we dat het om Benjamin Bosma ging. We wilden de ouders snel inlichten om te voorkomen dat ze het via een nieuwssite of sociale media zouden horen.”

Ze kijken ook naar de gezinssituatie

Voor ze naar de familie Bosma gaan, checken ze via de gemeentelijke basisadministratie of het honderd procent zeker hun zoon is. Ze kijken ook naar de gezinssituatie. Gaat het om een alleenstaande ouder of twee ouders? Zijn er ook broers of zussen in huis? Ze zien dat Benjamin twee broers heeft, hij is de middelste van de drie. ,,Zo ben je voorbereid, weet je waarmee je geconfronteerd kunt worden. Hoe mensen reageren, is niet te voorspellen. Rustig, in shock of heel emotioneel. Soms worden mensen agressief. Niet op ons, maar op de situatie. Ze gaan met spullen gooien. Dat is een uiting van een explosie van emoties.”

Van Goor denkt dat in principe alles wat je zegt op dat moment fout is. ,,Want ons bericht is niet iets wat de familie wil horen. Maar je kunt het wel zo goed mogelijk proberen te doen. Wat echt verkeerd is, vind ik, is het gesprek afraffelen. De mensen het idee geven dat je naar huis wilt of naar een andere klus. Gelukkig krijgen wij alle tijd. We worden in deze omstandigheden direct uit de noodhulpdienst gehaald, zodat we geen andere meldingen krijgen en ons volledig op de familie van het slachtoffer kunnen richten.”

De politiemensen zitten die nacht ongeveer drie kwartier aan tafel bij de familie Bosma. Met de ambulancemedewerkers is afgesproken dat zij een seintje geven als ze naar het UMCG in Groningen vertrekken. ,,Wij zijn toen ook meteen in de auto gestapt met de ouders van Benjamin. Onder het ziekenhuis is een kelder, waar de ambulances naar binnen rijden. De politie kan daar met familie van slachtoffers ook in. Wij kwamen vlak na de ambulance aan. Iets te snel, vond ik achteraf. Ik zag hoe ze Benjamin naar de spoedhulp brachten. Ze waren nog steeds aan het reanimeren. Zijn ouders hebben dat gelukkig niet gezien.”

loading

Wachten in de familiekamer

Het jonge slachtoffer wordt naar de afdeling intensive care gebracht. De ouders kunnen daar wachten in de familiekamer, tot ze bij hem kunnen. De twee agenten gaan mee. Ongeveer drie uur zitten ze samen in die kamer. ,,Het was een komen en gaan van artsen”, zegt Van Goor. ,,Steeds kwam er iemand binnen om te vertellen wat ze aan het doen waren. Het is heel intens. Je hebt constant te maken met het verdriet van de ouders. Ik zat zelf ook in een bepaalde roes.”

Maar er komt een moment dat de agenten besluiten om weg te gaan, omdat ze als politiemensen niets meer voor de familie kunnen doen. ,,We hebben eerst gevraagd of we nog iets voor ze konden betekenen. Toen zijn we vertrokken. Een uur later is hij overleden. Er waren dertig mensen bezig geweest om te proberen zijn leven te redden.”

Politiemensen maken het tientallen keren mee

Het brengen van slecht nieuws aan families van slachtoffers of nabestaanden hoort bij het werk van agenten die noodhulpdienst draaien. Veel politiemensen maken het in hun carrière tientallen keren mee. Elke dag staat er wel een agent van de politie Noord-Nederland ergens aan familie totaal onverwacht te vertellen dat een kind, vader, moeder, echtgenoot of broer niet meer leeft of er heel slecht aan toe is. Dat gebeurt bij ongevallen, zelfdodingen, misdrijven en ook wel als iemand is aangetroffen die een natuurlijke dood is gestorven.

Lang niet altijd zijn agenten, zoals Van Goor bij het ongeval in Valthe, zelf ter plaatse geweest. ,,Wij worden ook ingeschakeld als het ongeval of de zelfdoding in een andere regio is gebeurd maar de familie in ons werkgebied woont. Een dienstdoende agent krijgt dan het verzoek van de meldkamer om de naaste familie in te lichten. Ik leg altijd eerst contact met een collega van de politie die wel ter plaatse is geweest, zodat ik de juiste en meest actuele informatie voor de familie heb.”

Na de lange, intensieve nacht met de ouders uit Valthe rijden de agenten van Groningen terug naar het politiebureau in Emmen. Het is vroeg in de ochtend. Ze zetten hun bevindingen op papier voor de politiemensen die het onderzoek verder oppakken. ,,We troffen ook andere agenten die bij het ongeval waren geweest”, vertelt Van Goor. ,,Dan praat je er samen over. Het is een manier om stoom af te blazen.”

Agenten die betrokken zijn geweest bij heftige gebeurtenissen worden benaderd door iemand van het team collegiale ondersteuning. ,,Soms komen ze van het team ook meteen naar de plek van een ongeval, zeker als er meerdere slachtoffers zijn en de impact groot is. Ik ben twee dagen na het ongeval in Valthe gebeld door iemand van het team. Dan kun je je gevoel kwijt over het ongeval en vertellen hoe het gesprek met de ouders verliep. Je kunt later opnieuw contact opnemen als je behoefte hebt om te praten. Vroeger was het stilhouden en door. Dat is al lang niet meer zo. Nazorg is belangrijk. Want dit soort gebeurtenissen hakken er wel in.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe