Tientallen militairen hebben in de eerste weken van het nieuwe jaar in meerdere verpleeg- en verzorgingshuizen in Noord-Nederland de helpende hand geboden. Zo hielpen militairen van de 43 Geneeskundige Compagnie uit Havelte in de provincie Groningen bij de zorg voor coronapatiënten. Een heel bijzondere ervaring. De korporaals Smit en Posthumus en de soldaten Mensing en Striethouldt blikken terug.

Dankzij zijn (gepantserde) voertuigen is 43 Gemechaniseerde Brigade, gelegerd op de Johannes Postkazerne in Havelte, over grotere afstanden snel inzetbaar. En dat voor gevechts- of vredesoperaties of inzet bij rampen en calamiteiten wereldwijd. Maar wat niet iedereen weet, is dat de brigade ook voor ceremoniële taken en ter ondersteuning van civiele autoriteiten beschikbaar is.

De brigade is bij crisissituaties het eerste aanspreekpunt in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Flevoland, Utrecht en de veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek (in de provincie Noord-Holland), zo vertelt Defensie-woordvoerder Henkjan Pap. Tijdens de tweede coronagolf ontstond zo’n crisissituatie. De druk op het personeel van verschillende verpleeg- en verzorgingshuizen in Noord-Nederland was zó hoog opgelopen, dat hulp van Defensie gewenst was. Uiteindelijk zijn zo’n 500 militairen ingezet, voor verschillende logistieke en medische doeleinden.

‘Onze hulp kwam net op tijd’

De mannen en vrouwen van 43 Geneeskundige Compagnie kregen twee dagen voor de jaarwisseling al te horen dat ze rekening moesten houden met een inzet. Nog geen dag later kwam de bevestiging en op oudejaarsdag arriveerden de eerste militairen in verzorgingstehuis De Veldspaat in Groningen. „Het ging allemaal heel snel, maar bij aankomst werd wel duidelijk waarom. Het aantal besmettingen in het verzorgingshuis liep snel op, terwijl het personeelstekort groeide. Het personeel stond met de rug tegen de muur en sommigen zaten er echt doorheen”, zo blikt korporaal Posthumus terug.

loading

„Onze hulp kwam dan ook net op tijd. Zo voelde dat ook echt”, zo vult Tess Striethouldt aan. De 21-jarige soldaat uit Meppel ontkent niet dat ze een zekere spanning had gevoeld. „We zijn niet emotieloos natuurlijk. Er komt emotie bij kijken. Maar helemaal onverwacht kwam het niet. We wisten dat we rekening moesten houden met een inzet. En op het moment dat je dan gaat, wordt er van je verwacht dat je flexibel bent. Dat leer je ook in je opleiding.” Dus niet aan de zijlijn staan toekijken, maar daadwerkelijk mensen helpen. „En dat we dat nu in Nederland hebben kunnen doen, is alleen maar mooi”, zegt korporaal Smit.

Een plan

Het duurde vanaf de aanvraag voor extra hulp slechts drie dagen voordat de militairen daadwerkelijk arriveerden in de tehuizen. „Dan ga je naar binnen, kijkt met elkaar wat er aan de hand is, je observeert, kijkt wat er nodig is, maakt een plan en voert het uit”, zo vertelt de in Steenwijk wonende korporaal Posthumus.

loading

Soldaat Mensing (22) uit Beilen vult hem aan: „En dan ga je aan de slag, helpt waar je kunt. Ontlast het personeel waar het kan. Of dat nodig was? Jazeker. Het personeel zat er echt doorheen. We probeerden te helpen door te ordenen, de hygiëne te verbeteren en extra handen aan het bed te bieden.”

Uniform

Tijdens hun tijd in het tehuis hielden de militairen hun uniform aan onder de beschermende kleding. Dat onderscheid was belangrijk. „Wij waren er om te ondersteunen. Vaste medewerkers weten beter de weg, dus die moet je snel kunnen vinden.”

Legerschoenen en een klein streepje camouflagebroek werden de belangrijkste herkenningsmiddelen van de soldaten, die aan het werk werden gezet op de plaatsen waar zij zich verdienstelijk konden maken. In de praktijk betekende dat patiënten uit bed halen en eten geven, wassen en vooral aandacht geven. „Gewoon een praatje maken, rustig bij de bewoners op bed zitten en ze geruststellen”, vertelt Tess. In de drie weken dat ze aan het werk was in verzorgingstehuis De Veldspaat kreeg zij een bijzondere ‘klik’ met een mannelijke bewoner.

loading

„Uiteindelijk is deze man ook bezweken aan het virus, maar de gesprekken met hem en later zijn familie waren heel bijzonder en zullen mij altijd bijblijven”, zo zegt soldaat Mensing, die tijdens de inzet met haar collega’s in een hotel verbleef en elke dag op corona werd getest.

Handen vasthouden

Drie weken duurde de inzet van de militairen, die nog altijd behoorlijk onder de indruk zijn van de binnenlandse ‘uitzending’. In de tijd dat zij in de tehuizen werkten, overleden tientallen bewoners aan het coronavirus. De militairen hielden in sommige gevallen hun handen vast, waren er tot in de laatste minuten bij. Ook omdat dat voor familie helaas niet altijd was weggelegd. En dan moesten ze een patiënt die ze dagen hadden verpleegd in een bodybag helpen. Tess Striethouldt: „Dat is heftig en daar moet je met elkaar goed over blijven praten.”

Of de drie weken inzet van Defensie voldoende is geweest? Volgens een tevreden korporaal Smit wel: „Met elkaar hebben wij geholpen waar wij konden en dat is ons goed gelukt. Ik denk dat wij zeker van waarde zijn geweest en een volgende keer zou ik mijn groep zo weer meenemen.”

loading

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe