De 58-jarige oud-bankier Herman de W. (58) uit Roden en Adriaan B. (42) uit Midwolda moeten de erfgenaam van een multimiljonair vier miljoen euro terugbetalen. Dat heeft het gerechtshof in Zwolle bepaald.

De W. is in hoger beroep veroordeeld tot 40 maanden gevangenisstraf voor het verduisteren van het geld dat een destijds 12-jarige jongen erfde van zijn steenrijke vader. Zijn straf is ruim een jaar hoger dan eerder bij de rechtbank. Die legde hem 24 maanden cel op. Medeverdachte B. is voor zijn aandeel veroordeeld tot een celstraf van 16 maanden, vrijwel gelijk aan de straf van de rechtbank eind mei 2017.

Het slachtoffer van de beide mannen is de zoon van de in 2007 overleden Marcel van Riemsdijk, voormalig mede-eigenaar van schoonmaakbedrijf Asito. Zijn nalatenschap kwam onder beheer van de twee veroordeelde verdachten. De W., ex-bankier van De Friesland Bank, was jarenlang de financiële vertrouwenspersoon van de multimiljonair. De opdracht van De W. en B. was om als bewindvoerders op het kapitaal van de jongen te passen, er behoedzaam mee om te gaan en het geld te beheren tot zijn 25ste.

Opgegaan aan schulden

Maar het tegendeel gebeurde, heeft het hof vastgesteld. Tussen oktober 2007 en juli 2008 is de erfenis opgegaan aan schulden van een investeringsbedrijf, waarvan de man uit Roden directeur was. Het geld werd onder het mom van een lening doorgesluisd naar het bedrijf. Zo konden schuldeisers, vaak beleggers in vastgoed, betaald worden. Uiteindelijk ging het bedrijf failliet.

Volgens het hof staat vast dat de beide mannen zes grote geldbedragen hebben verduisterd uit het vermogen waarover zij samen het bewind voerden. ,,Door het handelen van de verdachte heeft de zoon nu financiële problemen in plaats van een groot, door zijn vader nagelaten, vermogen”, aldus het hof ,,Dit valt de verdachten des temeer te verwijten, omdat zij voor hun bewindvoerderschap maandelijks een beloning tussen 5000 en 8000 euro ontvingen.”

Friesland Bank

De twee ex-bewindvoerders moeten het slachtoffer schadeloos stellen van het hof. Samen moeten ze de vier miljoen euro ophoesten. Het feit dat de Friesland Bank door de rechtbank Overijssel is veroordeeld tot betaling van hetzelfde bedrag maakt niet dat het verzoek tot schadeloosstelling wordt afgewezen. ,,Voor de gedupeerde heeft een hoofdelijke veroordeling van de verdachten naast de aansprakelijkheid van de Friesland Bank toegevoegde waarde. Bovendien staat de aansprakelijkheid van de bank nog niet onherroepelijk vast, omdat hoger beroep is ingesteld.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe