Gevangenen, mensen met een werkstraf, werklozen en asielzoekers werken samen op het agrarisch bedrijf Eerste Wijk in Veenhuizen. ,,Uniek en een voorbeeld voor ons land”, aldus demissionair minister Sander Dekker van Rechtsbescherming.

Dekker bracht donderdag een werkbezoek aan Veenhuizen, op uitnodiging van de reclassering. Die liet de minister zien dat gevangenen, mensen met een werkstraf, werklozen en asielzoekers prima kunnen samenwerken. Ze doen dat bij het agrarische bedrijf Eerste Wijk van Justitie. Hier wordt prei en hop voor bier verbouwd, maar ook kasplanten gekweekt en de begraafplaats onderhouden.

,,Gaat dat een beetje samen, al die geledingen”, vroeg de minister aan werkbegeleider Harry ten Duis. ,,Dat gaat heel goed. Ze werken samen, pauzeren samen en leren ook nog wat. Sommigen behalen hier hun groencertificaat waarmee ze later makkelijker een baan vinden”. Bijzonder en uniek, aldus minister Dekker.

Werkmeesters

Reclassering heeft gemiddeld acht mensen met een werkstraf en twee tot drie werkmeesters rondlopen in Veenhuizen. Het coa in Assen heeft er acht tot tien vluchtelingen met een verblijfsvergunning aan het werk. Ook werklozen die moeilijk aan de bak komen vinden er een plekje, net als gedetineerden van de twee gevangenissen in Veenhuizen. Er werken in totaal dertig tot vijftig personen per dag die door zes vaste krachten worden begeleid.

Een deel van de mensen werkt in de kas of op het land. Maar de werkgestraften onderhouden ook de oude begraafplaats buiten het dorp, waar honderden paupers uit de tijd van de werkkolonie, gevangenen en inwoners van het dorp liggen. Ze schoffelen de paden, maaien het gras en onderhouden de veelal oude graven.

Witte kruisen, meer mensen in een graf

Werkmeester Albert Eissens van de Reclassering leidt de minister rond op de begraafplaats aan de Eikenlaan. Tussen de witte kruisen, waar meerdere mensen in een graf liggen, vertelt hij dat de werkgestraften zich er niet met een jantje-van-leiden van mogen afmaken. ,,Regen kennen we niet, daarvoor hebben we regenpakken. En geen telefoon, drank of drugs.”

Eissens is er maatschappelijke werker bij, want tijdens het schoffelen krijgt hij veel te horen van de mannen en hun problemen. ,,Soms kan ik ze een eindje op weg helpen.” Hij heeft niet de illusie elke werkgestrafte weer op het rechte pad te krijgen, laat hij de minister weten. ,,Maar soms lukt het, daar doe je het voor”.

‘Ik heb iemand een klap gegeven’

Dekker vraagt twee werkgestraften wat ze van hun werk vinden. ,,Ik ben graag buiten”, zegt een van hen. De minister vraagt vervolgens waarvoor ze een werkstraf kregen. ,,Als u het niet wilt zeggen, begrijp ik dat hoor.” Nou daar heeft de man helemaal geen moeite mee. ,,Ik heb iemand een klap gegeven.” ,,Dat mag niet”, reageert Dekker.

De bewindsman moet zelf ook nog even de handen uit de mouwen steken. ,,Daar bent u hier toch voor”, zegt werkmeester Eissens plagend en neemt hem mee naar roestig ijzeren grafhek. Dekker krijgt een verfkrabber en roestborstel in de handen gedrukt en mag aan de slag.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe