Minister van Financiën voor de klas in Hoogeveen: ‘Eh, kinderen, mag ik het geld terug?’

Minister Wopke Hoekstra geeft kinderen op basisschool De Regenboog in Hoogeveen les over geld. De foto van goudstaven spreekt aan. Foto: Gerrit Boer

Een minister voor de klas. Dat gebeurt niet vaak. Dus is er opwinding in groep 7 van De Regenboog in Hoogeveen. Vooral als de bewindsman over goudstaven vertelt en bankbiljetten uitdeelt.

Alsof ie zo vanuit de lerarenkamer de klas ingelopen is. Wopke Hoekstra, baas van de ‘landsportemonnee’, doet moeiteloos een gastlesje op school. Oké, de minister van Financiën beweegt zich op bekend beleidsterrein. Maar de ongedwongen manier waarop hij met groep 7 van christelijke basisschool De Regenboog over geld praat, brengt de interactie met leerlingen snel op gang.

Op tournee

Wopke Hoekstra dus, in plaats van de vaste juffen. Hij is deze maandag op tournee in Drenthe. In Emmen bezoekt hij de Belastingdienst en het bedrijf Manter International BV, fabrikant van weeg- en verpakkingsmachines. In Hoogeveen staat Hoekstra voor de klas, jasje uit, de hemdsmouwen opgerold.

Zijn ranke, boomlange gestalte torent bijna boven het digitale schoolbord uit. Hoekstra heeft wel iets met deze provincie, zegt hij. ,,Mijn oma komt uit Drenthe.’’

Omgaan met geld

Dan gaat het over geld, het centrale thema van de les. De minister behandelt lesmateriaal over omgaan met geld, over nep geld en échte euro’s. Het doel: door kinderen al jong te leren omgaan met geld, wordt de basis gelegd voor financiële zelfstandigheid op volwassen leeftijd.

Weldra vliegen de miljarden door de klas. Dat de overheid jaarlijks 304 miljard binnen krijgt aan (vooral) belastingen en daar dan zo’n 295 miljard weer van uitgeeft. Echt súperveel geld, vindt de gastleraar. En de leerlingen knikken braaf.

‘Cool hè?’

De klas veert op als de minister een foto laat zien van opgeslagen goudstaven, in de zwaarbewaakte kelder van De Nederlandse Bank in Amsterdam. Dat zo’n staaf niet alleen enorm veel geld waard is, maar ook nog eens best zwaar, demonstreert Hoekstra aan de hand van een baksteen. ,,Cool hè’’, vindt de minister. ,,Ik ben er geweest, het was een soort supermarkt met alleen maar goud.’’

Of de minister ook zo’n staafje heeft meegenomen naar Hoogeveen, vraagt een leerling. Voor het realiteitsbesef, of zo. Dat gaat helaas niet, antwoordt de gastdocent. ,,Maar ik heb toen wel twee staven mogen vasthouden’’, vertelt hij. Eventjes zo’n acht ton in handen.

Sinterklaas valt vroeg

De dreigende teleurstelling over de baksteen maakt al snel plaats voor grote opwinding. De minister van Financiën deelt echte bankbiljetten uit: briefjes van 50 euro, van 20 en van 10. Sinterklaas valt vroeg, dit jaar. De biljetten gaan van hand tot hand en worden aan alle kanten bekeken en bevoeld.

Na een filmpje over het maken van geld, volgt een klassikale quiz over eurolanden, over de kenmerken van echt geld, over het aantal biljetten dat in omloop is. ,,Wie wint mag de briefjes zeker houden’’, vraagt een leerlinge gevat. ,,Zullen we het bij eeuwige roem houden?’’, reageert Hoekstra.

Spaarder of spender ?

Bij de afsluitende rondvraag vraagt een leerling hoe de minister vroeger zelf met geld omging. ,,Gaf u het vooral uit of was u een spaarder? ,,Iets daar tussenin’’, klinkt het diplomatiek. Na een stief uurtje is de les teneinde en stroomt de klas leeg.

,,Oh, eh, kinderen’’, verheft de tijdelijke meester zijn stem, ,,mag ik het geld nog wel even terug?’’

menu