Lucas Schoemakers (links) en Riekus Holties bij de oude wachttoren van Schoonebeek. Schoemakers en Holties hebben nog op de wachttoren gewerkt. Foto: Jan Anninga

Nieuw leven voor luchtwachttorens

Lucas Schoemakers (links) en Riekus Holties bij de oude wachttoren van Schoonebeek. Schoemakers en Holties hebben nog op de wachttoren gewerkt. Foto: Jan Anninga

Tastbare en bijzondere herinneringen aan de Koude Oorlog. Dat zijn luchtwachttorens. In Drenthe staan er nog maar twee, in Schoonebeek en Ruinen. Beide zijn monumenten, maar die in Schoonebeek is er belabberd aan toe.

,,Weet je, het zou mij geweldig lijken om daar nog een keer met Lucas bovenop te staan. Maar ja, dan moeten ze wel snel beginnen met restaureren. De toren ziet er slecht uit. Een opknappbeurt zal dus flink wat tijd in beslag nemen. Ik ben nu 82 jaar, ik hoop het allemaal nog mee te mogen maken.’’ Riekus Holties staat met Lucas Schoemakers (77) bij het Schoonebekerdiep, vlakbij de grens met Duitsland. Achter hen staat de luchtwachttoren. Jarenlang werkten beide Schoonebekers bovenop het ruim tien meter hoge bouwwerk. Ze moesten kijken en luisteren of er vliegtuigen aankwamen. En was dit het geval, dan diende dit zo snel mogelijk per telefoon doorgegeven te worden aan het luchtvaartcentrum in Groningen.

De Schoonebeker luchtwachttoren maakte deel uit van een groot netwerk van uitkijktorens dat in de jaren vijftig in Nederland werd gebouwd. Het was het werk van het in 1950 opgerichte KLD, het Korps Luchtvaart Dienst. Het was in die tijd volgens Defensie nog niet mogelijk om met radartechniek het luchtruim tot 1500 meter hoogte goed te bewaken. De Tweede Wereldoorlog was voorbij en had plaats gemaakt voor de Koude Oorlog. Er was een nieuwe vijand: de Sovjet-Unie. De Nederlandse overheid liet niets aan het toeval over en wilde het onderste deel van het luchtruim daarom met het menselijk oog en oor laten bewaken. En dat kon het best vanaf hoge gebouwen. Het KLD werd daarom door velen niet Korps Luchtvaart Dienst genoemd, maar Kijken, Luisteren en Doorgeven.

140 torens
Voor het waken van vijandelijke laagvliegers werd Nederland in acht luchtwachtgroepen verdeeld. Elke luchtwachtgroep bestond uit 25 tot 38 luchtwachtposten en een luchtvaartcentrum. De afstand tussen de posten bedroeg nooit meer dan 16 kilometer, omdat 8 kilometer de maximale afstand was waarop vliegtuigen nog met het gehoor gelocaliseerd konden worden. Speciaal voor dit werk verrezen er in ons land 140 luchtwachttorens. Het KLD koos voor beton als bouwmateriaal. Hout en staal zouden te veel onderhoud vergen en bovendien was hout ook te brandgevaarlijk. Het werden zeer karakteristieke torens, gemaakt van geprefabriceerde betonnen raatbouw-elementen.

Niet alle vliegtuigspotters werden op zo’n toren gezet. Er waren ook een kleine honderd luchtwachtposten gevestigd op hoge gebouwen, zoals watertorens en industriële bouwwerken. Om het werk goed te kunnen doen, had het KLD zo’n 5200 mensen nodig. Het was veel te duur om al die mensen aan het leger te onttrekken en daarom werd ervoor gekozen om met vrijwilligers te gaan werken. Riekus Holties weet nog hoe hij in 1954 werd benaderd. ,,Ik had een half jaar in militaire dienst gezeten, maar kon daar vertrekken omdat ik onmisbaar was op de boerderij van mijn vader. Toen kreeg ik de vraag of ik in mijn vrije tijd toch iets voor het vaderland wilde betekenen.’’

In Schoonebeek stond toen net een luchtwachttoren en het werk op die toren leek de jonge boerenzoon wel iets. ,,Je moest gemiddeld een keer per maand een paar uur op die toren staan en dan werd er geoefend. Dan kwamen er vliegtuigen langs en als je iets hoorde of zag moest je naar Groningen bellen.’’ Ook mensen die op andere luchtposten stonden deden dit en zo kon het luchtwachtcentrum de vlucht van vliegtuigen nauwgezet volgen. Op de toren in het oliedorp werkte Holties vanaf 1960 nauw samen met onder meer Lucas Schoemakers. ,,Ik hoefde niet in militaire dienst omdat ik kostwinner was. Ook mij vroegen ze of ik iets wilde doen voor mijn land. Bij de reservepolitie of op een luchtwachttoren. Ik koos voor het laatste’’, zegt Schoemakers.

loading

Uiteraard kregen de mannen voor het werk op de luchtwachttoren de benodigde materialen, zoals een verrekijker, een landkaart en een telefoon. Maar voordat ze aan de slag konden, dienden ze eerst te worden opgeleid. ,,Dat gebeurde in café Wolderik aan de Europaweg in Schoonebeek. Eens in de zoveel tijd moest je daar naartoe. Dan kreeg je foto’s van vliegtuigen te zien en dan moest je aangeven wat voor toestellen dat waren. Je werd echt overhoord’’, zegt Schoemakers. Zijn vroegere collega pakt een briefje. ,,Ik heb wat namen van vliegtuigen opgeschreven die me de afgelopen dagen te binnen schoten. Harvard, Thunderjet, Thunderflash, Mig, Starfighter, Tupolev, Lancaster.’’

De vrijwilligers ontvingen voor het werk een kleine vergoeding. Vrouwen zaten niet op de toren. ,,Als we naar Groningen belden, kregen we wel meisjes aan de lijn. Ze hadden lieve stemmen, maar we hebben ze helaas nooit gezien’’, grijnst Schoemakers. In 1964 viel het doek voor het KLD met zijn motto ‘Niets zal aan de waakzamen voorbij gaan’. Technische ontwikkelingen had het werk op de luchtwachttorens overbodig gemaakt. Volgens kenners was dat al veel eerder dan 1964 het geval. Ter illustratie: West-Duitsland, dat dichterbij de Sovjet-Unie lag, koos niet voor luchtwachttorens, maar voor een keten van honderden radarposten. Als vliegtuigen vanuit het toenmalige oostblok richting Nederland zouden vliegen, zou onze bondgenoot West-Duitsland daar dan niets van hebben gemerkt? Holties: ,,Ik zou het niet weten. Maar de Nederlandse overheid nam het werk op die luchtwachttorens bloedserieus, dat kan ik je wel vertellen.’’

Vogelwacht
Met het opheffen van het KLD verloren de luchtwachttorens hun functie. In Schoonebeek nam de plaatselijke vogelwacht de betonnen kolos enige tijd in gebruik. Daarna kwam de toren achtereenvolgens in handen van de NAM, de gemeente Schoonebeek en de gemeente Emmen. In 2002 nam de stichting Cold War Historical Center uit het Groningse Uithuizen de toren voor een symbolisch bedrag over van de gemeente Emmen. Het doel van de stichting was om de toren met behulp van subsidies op te knappen en op bepaalde dagen open te stellen voor publiek. Daar kwam niets van terecht. De stichting raakte volgens eigen zeggen gedesillusioneerd toen de gemeente een al toegezegde subsidie niet overmaakte. De gemeente stelt op haar beurt dat zij na verkoop op verzoek van de stichting nog een restauratieplan betaalde. Hoe het ook zij, de toren werd niet opgeknapt en verpauperde zienderogen. Vandalisme, weersinvloeden en betonrot deden het gebouw geen goed.

Dat er al lange tijd zorgen zijn om de toren bewijst een krantenbericht uit het jaar 1980. Raadslid Kootstra uit Schoonebeek betoogde dat de omgeving van de toren een pleisterplaats was voor jongeren en dat de toren een gevaarlijk bouwwerk was voor de jeugd. Om die reden zou het gevaarte gesloopt moeten worden. De Schoonebeker burgemeester Maurits Schneemann antwoordde dat hij zou uitzoeken wie de eigenaar was en dat hij betrokkene zou vragen om maatregelen te nemen. Schneemann was duidelijk niet gecharmeerd van de toren en sprak van een ‘allerminst fraai bouwwerk’. Om vandalisme en ongelukken te voorkomen werd er veel later door de stichting Cold War Historical Center een hek om de toren gezet. Die stichting is nog altijd de eigenaresse, maar wil er al tijden dolgraag van af.

Omdat het gros van de luchtwachttorens in ons land in de loop der tijden is verdwenen en er in Drenthe nog maar twee staan, is de toren in Schoonebeek sinds mei 2010 een provinciaal monument. Daarmee is sloop niet zomaar meer toegestaan, maar de status betekent niet automatisch een schip vol geld voor een opknapbeurt. Wat betreft Riekus Holties en Lucas Schoemakers is het duidelijk: de renovatie van ‘hun’ toren moet zo snel mogelijk beginnen. ,,Nee, niet alleen omdat wij er door ons werk op die toren een binding mee hebben. Die toren staat ook voor een bepaald deel van de geschiedenis en is niet voor niets een monument. Dit is een gebouw met een verhaal, waard om behouden te blijven voor het nageslacht.’’

 

Uilskuikens in de toren bij Ruinen

loading

De andere Drentse luchtwachttoren die nog overeind staat, is te vinden in boswachterij Ruinen vlakbij Echten. Deze toren wordt nog wel gebruikt, maar louter door bosuilen.

De Ruiner luchtwachttoren staat tussen hoge bomen en is vanaf de weg niet te zien. Deze toren nabij vakantiepark Van Harte is eigendom van Staatsbosbeheer. ,,Toen de toren in de jaren vijftig in gebruik werd genomen, stak het gebouw nog ver boven de bomen uit’’, zegt boswachter Hans Kruk. ,,De bomen zijn vanaf eind jaren dertig tot het begin van de jaren vijftig geplant. Dat gebeurde omdat er hout nodig was. De boswachterij Ruinen is een van de laatste boswachterijen die in Drenthe werd aangelegd. Daarvoor was het hier heide en woeste grond.’’

Toen de luchtwachttoren haar functie verloor, kreeg Staatsbosbeheer het gebouw in bezit. In de jaren zestig en zeventig gebruikte Staatsbosbeheer het onderkomen als brandtoren. ,,Vanaf de toren kon je ver kijken en controleren of er ergens in de buurt bosbrand was. Later werden voor deze controles vliegtuigen ingezet.’’

Volgens Kruk heeft er ook nog enige tijd een antenne voor telefonie op de toren gestaan. Enkele jaren geleden werd de toren door een deskundige bekeken. ,,Hij stelde dat de staat van onderhoud redelijk was, maar dat er binnen afzienbare tijd wel iets moet gebeuren.’’ In tegenstelling tot de toren in Schoonebeek is de luchtwachttoren bij Ruinen nog altijd voorzien van een houten trap. Bovenin de toren hangt een uilenkast, die goed wordt gebruikt. Al jarenlang worden er bosuilen geboren in de toren. ,,Wie vanaf half mei tot aan de zomer ‘s avonds langs de toren wandelt, heeft grote kans om uilskuikens te horen.’’

 

De reddingspoging

In Schoonebeek is een klein groepje mensen in stilte bezig met een poging om de plaatselijke luchtwachttoren te redden

Het initiatief werd genomen door Dorpsbelangen Schoonebeek. Een van de mensen die erbij betrokken is, is de Schoonebeker Rob Wethly. Hij verdiept zich als amateuronderzoeker in de Drentse luchtoorlog en weet ook veel over luchtwachttorens. Volgens Wethly is het streven om de toren over te nemen van de stichting Cold War Historical Center. ,,Daarna moet het gebouw worden ondergebracht in een andere stichting die in staat moet worden geacht om belangrijke subsidies binnen te halen. We denken hierbij aan de Stichting Drents Monument en zijn ook met deze organisatie in gesprek.’’

Wat een grootschalige restauratie kost, is volgens Wethly nog volstrekt onduidelijk. De Schoonebeker put onder meer hoop uit de successen die de Stichting Luchtwachtoren 701 behaalde bij haar pogingen om de toren in het Groningse Warfhuizen te restaureren. Hiervoor is zo’n twee ton nodig en dat geld is bijna binnen. De Stichting Het Groninger Landschap neemt na restauratie die toren over en staat garant voor het onderhoud en de openstelling.

menu