Nu 1945: Henk en Geesje Bakker-Jalving: Eeuwige liefde dankzij de oorlog

Ze zijn al 58 jaar getrouwd, maar nog altijd stralen ze als ze naar elkaar kijken. Dit is het verhaal van Henk (84) en Geesje (83) Bakker uit Wilhelminaoord. Zonder de oorlog hadden zij elkaar nooit leren kennen.

Witte strik

Op een mooie zomerdag in 1945 ziet Henk Bakker aan het begin van de zandweg op Geesbrug, waar hij met een ploegje jongens van school loopt, een meisje en een jongetje staan. Het meisje, ongeveer van zijn leeftijd, heeft een grote witte strik in het haar. ,,Het jongetje had de duim in de mond en draaide krulletjes in zijn haar”, weet Henk nog. Zijn ogen glimmen bij de herinnering aan die dag.

Geen van de jongens kent de kinderen. Ze moeten nieuw zijn in het dorp. ,,Wie zijn jullie?”, vraagt Henk daarom aan het tweetal. Het meisje antwoordt niet en de jongens lopen door. Een paar weken later ziet hij het meisje met de strik weer. Op school, deze keer.

Spraakverwarring

,,Ze antwoordde niet omdat ze me niet verstond”, vertelt Henk. ,,Geesje is een boerendochter, zij sprak het Drents uit de zanddorpen. Ik sprak Veen-Drents. Echt een ander taaltje.” Trots laat Geesje een sepiakleurige foto zien. Daar is ze, het meisje met de witte strik. Naast haar een keurig ogende jongen. Beiden kijken van achter de schoolbank de lens van de fotograaf in.

,,Dit zijn wij”, grijnst Henk. ,,Ik denk dat deze foto van 1948 is. Niet dat we toen met elkaar op de foto mochten hoor, onze dochter heeft een vriendin die handig is met de computer. Zij heeft ons naast elkaar gezet.” Het kleinood blijft het hele interview naast Geesje liggen. Net als een boek over de oorlog in Oosterhesselen.

loading

Boerderij aan de vaart

Want daar komt Geesje Jalving oorspronkelijk vandaan. En als de oorlog er niet was geweest, had ze haar Henk uit Geesbrug nooit ontmoet.

Vlak voor de Duitsers Nederland binnenvallen, op 1 mei 1940, verhuizen Geesjes ouders naar een klein boerderijtje aan de Verlengde Hoogeveense Vaart. Het kanaal is een belangrijke verdedigingslinie, in die eerste oorlogsdagen voor de Nederlanders. Die proberen de Duitsers tegen te houden.

Vluchten

Tegen het einde van de oorlog beschieten de Duitsers vanaf de Verlengde Hoogeveense Vaart de oprukkende geallieerde legers. Geesje herinnert het zich nog. ,,We hadden een kanon in de tuin staan”, vertelt ze. In de tussenliggende jaren kan het gezin min of meer ongestoord leven in dat kleine boerderijtje aan de Vaart. Tot begin april 1945.

De geallieerde legers rukken op richting Drenthe. In de nacht van 6 op 7 april wordt Coevorden als eerste Drentse plaats bevrijd door Canadese militairen. Op 7 april bevrijden Belgen het nabijgelegen Dalen. Ze trekken verder, naar de Oosterhesselerbrug. Maar daar heeft een Duitse eenheid zich ingegraven.

Hevige gevechten

De bewoners van de boerderijen bij de brug zijn hun huizen dan al ontvlucht. ,,Ik weet niet meer hoe ik er gekomen ben, maar ik moest naar opoe en omoe, de ouders van mijn moeder. Zij woonden aan de Langerak in Geesbrug. Ik was daar helemaal alleen. Mijn ouders zaten bij de ouders van mijn vader in Gees. Uiteindelijk is mijn oudste broer door turfschipper Muskee bij mij gebracht”, vertelt Geesje.

Bij de Oosterhesselerbrug wordt hevig gevochten. Twee huizen worden vernietigd. De Belgen vluchten, maar komen terug met versterking. De Belgische en Poolse militairen raken opnieuw in gevecht met de Duitse eenheid. Nog eens vijf huizen worden kapotgeschoten. Op 9 april is ook Oosterhesselen vrij. Maar het huis van de Jalvings? Dat is er niet meer.

Zo lang haar ouders geen woning hebben gevonden blijft Geesje bij haar grootouders. Dan komt er een pachtboerderij aan Geesbrug vrij. De Jalvings mogen het huren.

Brugwachtershuis

Henk Bakker groeit op in Geesbrug, waar ook zijn ouders geboren en getogen zijn. Henks vader is landarbeider, zijn moeder bedient de brug over het Zwinderse Kanaal. Die functie heeft een bijkomend voordeel: de dienstwoning. Het tienkoppige gezin woont in het witte brugwachtershuis direct naast de brug.

Ook bij deze brug over de Verlengde Hoogeveense Vaart wordt hevig gevochten. Henk herinnert zich dat de Nederlandse militairen die in Geesbrug gelegerd zijn de brug vlak voor de Duitse inval laten springen. De schade blijft beperkt en de Duitsers repareren de brug al snel. De tweede keer dat de brug ‘ploft’ is de schade aanzienlijk.

,,Ik weet nog dat we in het Geeserveld stonden en dat mijn moeder uitriep: Oh, mien gerdienen! We waren vergeten de luiken voor de ramen dicht te doen. Ze lagen allemaal aan gruzelementen”, vertelt Henk. Als zijn vader gedwongen in Duitsland moet werken heeft zijn moeder, die in verwachting is, de handen meer dan vol aan de verzorging van haar acht kinderen.

Radio verstopt

,,Mijn vader wilde naar huis voor de bevalling. Maar hij kreeg geen verlof.” Bakker senior vertrekt toch, maar wordt in de trein door Duitsers aangehouden. Voor straf moet hij drie weken naar een strafkamp. In 1945 komt hij weer thuis. Op een dag wordt aangeklopt bij het brugwachtershuis. Duitse soldaten, die in de tuin een mitrailleurnest willen graven.

,,We hadden op zolder een radio, maar het werd steeds gevaarlijker. Daarom had mijn vader de radio in het bos verstopt, precies op de plek waar de Duitsers wilden graven. Gelukkig had mijn vader er rotzooi overheen gelegd.” Als de Duitsers beginnen te graven blijven hun spades steken op de oude, roestige metalen. Ze vloeken en tieren. Gauw wijst Bakker hen een andere plek. ,,Ze staken ze een duim op en bedankten hem.” De radio vinden ze niet.

Samen naar school

De 9-jarige Henk krijgt, buiten deze gebeurtenissen, van de oorlog weinig mee. Op de openbare school, even buiten het dorp, wordt elke dag les gegeven. Kinderen uit de wijde omtrek (Geeserveld, Zwinderseveld en Nieuwlande) lopen dagelijks naar de drie lokalen tellende school.

Als het meisje met de witte strik zich daar in de zomer van 1945 ook laat zien is Bakker meteen verkocht. En dat is wederzijds. Ze spelen samen. Op de boerderij van de Jalvings, waar ze in de hooitijd het hooi aanstampen, of zich verstoppen in het hooivak. En als Geesjes ouders ver weg zijn maken ze salto’s vanaf de paardenstal. Geesje pakt Henks hand, roept toegliek! en samen springen ze van het dak af, zo in het hooi.

Salto’s van de paardenstal

Als ze een paar jaar ouder zijn krijgt Geesje een eigen fiets. Uniek, in die tijd. ,,’s Middags hadden we lange pauzes om thuis te eten”, vertelt Henk. ,,Dan wachtte ik bij het kerkhof tot Geesje eraan kwam. Ik ging dan met de klompen op de trappers, zij op het zadel. Zo sjeesden we samen naar school.”

Henk, die iets ouder is, gaat op zijn 14e naar de ambachtsschool in Hoogeveen. Ze blijven elkaar zien. ,,Van een broertje van Geesje, die met een van mijn broertjes speelde hoorde ik dan: ‘Geesje is vanavond alleen thuis’.” Ze praten en spelen spelletjes, maar in het geniep. Als Geesje naar de vakschool voor meisjes in Coevorden gaat, groeien ze uit elkaar.

Dat lachebekkie

Henk wil bij de marine. Als hij 16 is overlijdt zijn vader, de marine moet wachten. Drie jaar later gaat hij alsnog. Hij maakt verre reizen, bijvoorbeeld naar Nieuw-Guinea. Hij heeft een penvriendin, maar er is er maar eentje die altijd door zijn hoofd spookt: Geesje.

Het duurt een aantal jaren, maar uiteindelijk komen ze weer bij elkaar.

Zij kijkt stralend naar haar man. Die zucht. ,,Dat lachebekkie hè? Daar ben ik helemaal verliefd op geworden.”

menu