Onderzoek naar de jeneverbes, het mysterieuze icoon op de Drentse hei

Sonja van der Meer en Henk Jumelet kijken hoe Rik Veldhuis het vak klaarmaakt. Foto DvhN

De groei van jonge jeneverbesstruiken in Drenthe is beperkt. Onderzoek moet duidelijk maken waarom de smaakmaker op de hei het zo moeilijk heeft.

De hark gaat door het vak, onderzoeker Rik Veldhuis van de Rijksuniversiteit Groningen woelt de grond los. Midden op de heide van het Drouwenerzand liggen binnen een omheining 36 kale vakken, bestemt voor 75.000 jeneverbessen.

,,Wij doen onderzoek naar de verjonging van de jeneverbes, want daar gaat het niet goed mee”, stelt Veldhuis. In de vakken experimenteert hij met verschillende zaden om erachter te komen op welke ondergronden de iconische struik het best groeit.

Witte wieven en schimmen op de hei

De jeneverbes is omgeven met raadsels. ,,Van vroeger uit is het een icoon op de Drentse hei. Als het mistig was doemden de struiken door hun bijzondere vormen op als menselijke schimmen tussen de witte wieven, dat joeg angst aan”, vat Jan Grotenhuis van het Jeneverbesgilde de historische geheimzinnigheid van de plant samen.

,,De jeneverbesstruik is nog steeds een mysterie. De grote struiken die je ziet zijn vaak ouder dan honderd jaar, maar wij weten niet waarom er geen verjonging plaatsvindt. Op sommige plekken schieten ze omhoog en op andere plekken helemaal niet.”

Verschillen tussen heidevelden

En die onwetendheid steekt. Bij het gilde, bij natuurbeschermers en bij de onderzoekers. Op het Drouwenerzand groeien meer dan 300 jonge jeneverbessen, op het Dwingelderveld meer dan 1000. Maar in bijvoorbeeld het Balingerzand, het Mantingerzand en de Kampsheide groeien ze nauwelijks, terwijl daar wel volwassen struiken staan.

,,We hebben er nu twee jaar voorbereidend onderzoek opzitten”, zegt Veldhuis. ,,Wat opvalt is dat ook binnen natuurgebieden grote verschillen zijn. Het kan zo zijn dat er een ruimte van twintig bij twintig meter is waar er heel veel groeien en een paar meter verderop een stuk is waar er geen groeit. Hopelijk is dat over twee jaar duidelijk.” Dan moet namelijk het onderzoek afgerond zijn.

Stikstof boosdoener

Veldhuis ziet de uitstoot van stikstof als voornaamste boosdoener van de beperkte opkomst van jonge struiken. ,,Als stikstof neerslaat komen er meer nutriënten in de grond, waardoor er grassen groeien die er voorheen niet waren. Daarnaast verzuurt de bodem. We kijken of het tegengaan van bodemverzuring met kalk helpt. Ook gooien we wortels en sporen van bepaalde schimmels in de bodem, waar de jeneverbes een samenwerking heeft bij het opnemen van voedingsstoffen.”

In het vak strooit de onderzoeker de zaden. Daarna worden ze de grond ingestampt met hulp van gedeputeerde Henk Jumelet (CDA) en Sonja van der Meer, directeur van stichting Het Drentse Landschap. Jumelet: ,,Drenthe is natuur, het is belangrijk dat de jeneverbes als typisch Drents beeld behouden blijft.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe