Opinie: Nieuwe cultuurnota Groningen zet streep door City of Talent

Teddy's last Right Foto: Knelis

Het is ontzettend fijn om in een stad te wonen die cultuur belangrijk vindt. Maar met de vaststelling van de gemeentelijke cultuurnota voor 2021-2024, op donderdag 8 oktober, doet de gemeente Groningen haar ambities als City of Talent enorm te kort.

Ondanks de mooie woorden in de nota worden jonge initiatieven die zich inzetten voor experiment, talentontwikkeling en nieuwe presentatieplekken niet structureel erkend en ondersteund. Terwijl wij nu juist - en met een relatief kleine bijdrage - het verschil kunnen maken in de bestaande culturele infrastructuur en daarmee Groningen als City of Talent landelijk en internationaal op de kaart zetten.

In de stad Groningen bevinden zich verschillende fantastische gevestigde cultuurorganisaties op hoog niveau. We kijken vol trots naar een ESNS, NNO, Noorderzon, Grand Theatre, Club Guy & Roni/NNT of Groninger Museum. Ook zijn er goede opleidingsmogelijkheden voor beginnend kunstenaars, zoals Academie Minerva (inclusief Frank Mohr en de Academie voor Popcultuur) en het Prins Claus Conservatorium. En zijn er ontwikkelmogelijkheden voor beginnend talent binnen netwerken als Station Noord, de Noordenaars en Up North/Hit the North.

Tussen de ‘Champions League’ van het Groningse veld en het beginnende talent zit echter een enorm gat. Om dit gat te overbruggen en om ervoor te zorgen dat dit talent niet wegsijpelt uit de stad, moeten zij de kans krijgen te experimenteren, samen te werken, gecoacht te worden en op regelmatige basis worden gezien door publiek. Een jong en nieuw publiek dat op hun beurt weer verder door kan groeien binnen de bestaande culturele sector.

In onze nog korte bestaansduur hebben we bewezen de brug te zijn die dit gat opvult. Dit doen we bijvoorbeeld door opdrachten te geven aan jonge makers, door vernieuwende presentatieplekken te creëren, door nieuwe dwarsverbanden aan te gaan met andere organisaties of makers en door persoonlijke coaching van nieuw talent.

In de cultuurnota wordt gesproken over het stimuleren van trajecten van instellingen om talent te begeleiden, maar wordt onze inzet daarbij genegeerd. In veel gevallen wordt deze inzet wèl landelijk erkend, met toekenningen van onder andere de rijksfondsen Fonds Podiumkunsten, Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en Mondriaan Fonds en landelijke fondsen als VSB fonds, Prins Bernhard Cultuurfonds en Dioraphte. Het is niet alleen zonde deze ‘matching’ op landelijk niveau te laten liggen, maar ook onbegrijpelijk dat onze eigen stad niet voldoende ziet wat op nationaal niveau wel erkend wordt.

Daarnaast trekken we een nieuw publiek aan. Waar theaters en musea steeds meer vergrijzen, trekken wij een jong en nieuwsgierig publiek in de leeftijdsgroep van 20 tot 40 jaar. Juist een groep die Groningen graag moet willen vasthouden, aangezien veel jonge professionals nu na hun studie de stad verlaten. Jonge initiatieven, makers en projecten brengen dynamiek en maken de stad tot een aantrekkelijker vestigingsklimaat voor professionals, start-ups en bedrijven uit alle sectoren. Wat goed is voor ons, is goed voor Groningen.

Om de naam City of Talent de komende vier jaar niet enkel te gebruiken als lege huls, moet er nu worden gewerkt aan de inhoud. Daarbij moet het label ‘talent’ zoals nu niet alleen worden gebruikt voor jonge makers, maar breder: voor nieuwe talentvolle organisaties en initiatieven is nu geen plek in Groningen. Als er in de gemeentelijke cultuurnota geen ruimte is voor ons in 2021-2024, moeten er nu andere mogelijkheden worden geschapen. Daarvoor is de nieuwe tweejarige regeling voor bewezen talent, die vanaf november wordt opengesteld en slechts plek heeft voor twee initiatieven, niet toereikend. Om stappen te kunnen zetten en door te kunnen groeien zijn de in de nota genoemde incidentele subsidies niet voldoende. Wij willen meedenken over wat er nodig is, meepraten over de consequenties van het niet erkennen van de waarde van experiment en vernieuwing.

Tenslotte, om een vergelijking te maken met het profvoetbal: het overeind houden van onze kleine organisaties kost een fractie van wat men nu besteed aan het in stand houden van zelfs maar één grote club. En het is bovendien de basis voor nieuwe aanwas waar geen enkele grote club zonder kan. Door ons als jonge festivalorganisaties, theatergezelschappen en kunstenaarscollectieven vaste grond onder onze voeten te geven, kan het hele culturele speelveld in Groningen tot de Champions League behoren.

Ondertekend namens:

Clash Festival, Teddy’s Last Ride, Zuhause, EMS, Kamerorkest van het Noorden, Tussenland, Maarten Smit, ShELFISH, X_YUSUF_BOSS.

menu