Kampcommandant Jakob Kraeima (1912-1991) achter zijn bureau. Collectie Nationaal Gevangenismuseum

De ene dag bakker, de volgende kampdirecteur in Westernieland. Het verhaal van Jakob Kraeima uit Warffum in 1945

Kampcommandant Jakob Kraeima (1912-1991) achter zijn bureau. Collectie Nationaal Gevangenismuseum

Gisteren bakker, morgen kampdirecteur. Klinkt onwaarschijnlijk? Het is het verhaal van Jakob Kraeima uit Warffum. In juli 1945 wordt hij directeur van interneringskamp De Slikken in Westernieland.

Pal aan het Wad, op het vlakke zilte land boven Pieterburen en Westernieland, ligt De Slikken. Op de plek waar op 6 juli 1945 de eerste kampgevangenen arriveren staan nog altijd een paar groene barakken, nu in gebruik als groepsaccommodatie. Van binnen zien ze er nog bijna net zo uit als toen.

De kampdirecteur, die in 1991 overlijdt, laat een rapport na over het interneringskamp dat van 1945 tot 1949 zou bestaan. Conservator bij het gevangenismuseum in Veenhuizen Alina Dijk ontdekt het rapport twee jaar geleden per toeval, raakt gefascineerd en gaat met zus Margriet op onderzoek uit. ,,Kraeima was slim, belezen. En als kampdirecteur zijn tijd vooruit”, oordeelt ze.

loading

Eén dag

Het is 5 juli 1945 als vertegenwoordigers van het Militair Gezag bij de bakkerij van Jakob Kraeima aankloppen. De vraag? Of hij kamp De Slikken in orde wil maken voor de komst van mannen die verdacht worden van heulen met de vijand. Kraeima heeft weinig tijd om na te denken en accepteert: de eerste groep gevangenen arriveert de volgende ochtend al.

Het is niet bekend hoe groot die eerste groep is. Wel is duidelijk dat Kraeima meteen iets doet dat bijzonder is in die tijd. Uit de bewakers van de gevangenen, mannen van de Binnenlandse Strijdkrachten, kiest hij de mannen met een militaire achtergrond. Net als hijzelf. Zij worden de eerste bewakers van De Slikken.

loading

Opbouw

Er is meer werk aan de winkel. Het in 1939 voor werkloze arbeiders opgerichte kamp (zie kader) verkeert in erbarmelijke staat. Enkele barakken worden bewoond door oorlogsvluchtelingen uit Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Zij moeten voorzieningen als de keuken de eerste maanden delen met de gevangenen.

Kort na hun aankomst moeten de gevangenen aan het werk. Kraeima zorgt ervoor dat de mannen verder kunnen met de inpoldering van de Linthorst Homanpolder. De kleine groep gevangenen die lichamelijk niet in staat is tot het werk, blijft achter om het kamp verder op te bouwen. Vanaf het prille begin bedruipt het kamp zichzelf. Nog een unicum.

Gelijke voorwaarden

Uit Kraeima’s verslag is op te maken dat het aantal gevangenen dat eerste jaar behoorlijk schommelt. Tussen de 400 en 700 mannen, vooral afkomstig uit het Noorden van het land, zitten gevangen in De Slikken. Het zijn in die tijd vooral arbeiders, die in staat zijn om zwaar werk te leveren. Behalve aan de polder werken zij in de omgeving aan de wederopbouw.

,,Bij al deze werkzaamheden werd steeds uitgegaan van het principe te werken naar dezelfde maatstaven als in het vrije leven”, schrijft Kraeima. ,,Dus hetzelfde loon, dezelfde tijden, dezelfde verzorging.” In de directe omgeving van het kamp is de nalatenschap nog altijd zichtbaar: gevangenen van het kamp legden een weg aan en bouwden tien dienstwoningen.

loading

‘Richtlijnen summier’

De kersverse kampdirecteur moet pionieren, daar aan het Wad. ,,Betreffende de verzorging moge ik het volgende opmerken. De ontvangen richtlijnen waren uiterst summier en vaak onbruikbaar. Dus was het zaak, dat wij zelf regelend gingen optreden, hieronder viel de gehele sociale verzorging, bezoek, correspondentie enz.”

Eens in de twee weken mogen de gevangenen naar hun familie schrijven. Bezoek is eens per maand toegestaan. Een geschikte bezoekruimte is er eigenlijk niet in het kamp – het blijft behelpen. ,,Bovendien waren de problemen van deze plotseling in massa geïnterneerden legio”, schrijft de kampdirecteur. Om daar iets aan te doen is vanaf begin 1947 een ‘sociaal verzorger’ bij het kamp in dienst.

loading

loading

Totaal ongeschikt

Naarmate de tijd verstrijkt komen ook de van hogerhand opgelegde regels. Bijvoorbeeld als de Binnenlandse Strijdkrachten worden opgeheven en hun plaats wordt ingenomen door de Gezagstroepen. In oktober 1945 nemen zij de bewaking van het kamp over. ,,Het is moeilijk te zeggen, hoeveel dezen hebben verknoeid, betreffende het beheer van de inrichting en vooral ook aan de geest van de geïnterneerden”, schrijft Kraeima.

Een onwerkbare situatie. Want hoewel Kraeima het merendeel van de mannen ‘totaal ongeschikt’ vindt, heeft hij over hun functioneren niks te zeggen. In de archieven ontdekten de zussen Dijk bewijs voor Kraeima’s oordeel. De bewakers hebben vijf SS’ers helpen ontsnappen, smokkelden en verhandelden sigaretten en lieten ‘vrouwenbezoek’ toe.

Zulke verhalen zijn er over interneringskampen meer. Zo wordt de kampdirecteur van het in Oost-Groningen gelegen kamp Carel Coenraadpolder in 1950 veroordeeld tot een maandenlange celstraf wegens (onder andere) het mishandelen van gevangenen. ,,Over Kraeima heb ik geen rotzooi kunnen vinden”, zegt Alina Dijk.

Schandaal

Toch ontkomt ook De Slikken niet aan een schandaal. In 1949 ziet Kraeima zich gedwongen een groep gevangenen op ‘strafmars’ te sturen. De gevangenen misdragen zich en weigeren bijvoorbeeld stelselmatig hun eigen kamer schoon te houden. Ene pater Arts zoekt met het verhaal de krant. In het artikel beschrijft hij De Slikken als een ‘Siberië’ of ‘Duivelseiland’. De strafmars wordt uit de context gerukt.

De Rooms-Katholieke pater heeft zelf nooit in De Slikken gezeten. Vermoedelijk heeft hij contact gehad met een rancuneuze oud-gevangene. Maar het kwaad is geschied. De minister van Justitie stuurt Kraeima en negen andere kampbewaarders met verlof.

Vertrouwen verliezen

Meteen klimmen de burgemeester van Eenrum, de verzorger en zelfs alle gedetineerden in de pen om tegen de maatregel te protesteren bij die minister, Wijers. De minister gelast een onderzoek. Jonkvrouw Wttewaal van Stoetwegen reist daarvoor af naar het Groninger land.

,,Ongeveer veertien dagen duurt deze onverkwikkelijke geschiedenis, waarna er bericht van de Minister komt, dat het zijn wens is, dat alles weer normaal zal doorgaan. Deze tijd is echter voldoende geweest om bij velen van het personeel en niet in het minst bij de directie, het vertrouwen in het Departement volkomen te verliezen”, schrijft Kraeima zelf.

Terugkeer in de maatschappij

Onderzoeker Dijk is vol bewondering over Kraeima’s handelen. De kern van diens beleid is dat hij de gevangenen probeert zo goed mogelijk voor te bereiden op een goede terugkeer in de maatschappij. ,,Voor de oorlog bleek al dat het eenzaam opsluiten van gevangenen leidde tot grote psychische problemen”, vertelt ze. In en na de Tweede Wereldoorlog wordt noodgedwongen afscheid genomen van het systeem – er zijn teveel gevangenen.

Grote hervormingen in het gevangeniswezen volgen, waarbij de nadruk ligt op behandeling en een goede terugkeer in de maatschappij. In 1953 wordt dat vastgelegd in de Beginselenwet.

Kraeima was zijn tijd vooruit. Eén vraag blijft open. Waarom geen vervolgcarrière bij justitie? ,,Zijn kinderen vertelden dat hij daarvoor inderdaad is gevraagd, maar het niet meer wilde”, stelt Dijk. Op 2 september 1949 wordt het kamp opgeheven. En de kampdirecteur? Die wordt weer bakker. Zo, van de ene op de andere dag.

menu