Ook inspanningen om te komen tot een schonere teelt van lelies in de gemeente Westerveld, doen de spanningen niet verminderen. Kritische inwoners van de gemeente voelen zich niet gehoord.

Een pilot moet meer kennis over een duurzame lelieteelt opleveren, het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen doen verminderen en de dialoog tussen telers en omwonenden verbeteren. Maar, constateren Statenleden Anry Kleine Deters (D66) en Renate Zuiker (Partij voor de Dieren) uitgerekend omwonendenvereniging Meten is Weten is niet bij die pilot betrokken. Het tweetal stelt hierover schriftelijke vragen.

‘We lopen tegen een muur op’

Meten is Weten is al jaren actief en heeft veel kennis over de bollenteelt. Secretaris Alok van Loon zegt dat de bestuursleden van haar vereniging dikwijls het gevoel hebben bij de beleidsmakers tegen een muur op te lopen. „En we hebben 620 leden!”

De lelieteelt leidt al meer dan vijftien jaar tot onrust in Westerveld. Aanleiding zijn grote zorgen over het veelvuldig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Meten is Weten dankt die naam aan de leden die op grote schaal bijhouden hoeveel middelen er gebruikt worden, waar die in de omgeving neerslaan en wat de gevolgen kunnen zijn voor de gezondheid.

„Die gevolgen zie je op lange termijn”, zegt Van Loon. „We vrezen bijvoorbeeld voor een epidemie aan Parkinson, want de kans dat je die aandoening oploopt wordt groter door deze middelen.”

Spanningen lopen nogal op

Drie jaar geleden verscheen het rapport Uitgesproken van Martha Buitenkamp en Marga Kool over de situatie in Westerveld. De spanningen tussen voor- en tegenstanders van lelieteelt lopen op, zo bleek. „De zaak is gepolariseerd”, stelt gedeputeerde Henk Jumelet van landbouw. „Daarom is Meten is Weten niet direct betrokken bij de pilot. Dan zou die nooit van de grond komen.”

De pilot is volgens hem een initiatief van het ministerie van landbouw, de provincie heeft de regie. Onder andere telers en hun brancheorganisaties zijn er bij betrokken. „We moeten eerst zorgen dat de zaak op gang komt”, stelt Jumelet.

Dialoog moet op gang komen

Uiteindelijk moet er wel een dialoog komen tussen telers en omwonenden, verzekert Jumelet. „Tenminste twee keer komen er bijeenkomsten waar iedereen zijn zegje kan doen, zodat zij kennis gaan delen en er wederzijds begrip op gang komt.”

Van Loon vindt dit niet genoeg. „Er wordt steeds gedaan alsof dit een zaak is tussen omwonenden en telers, maar gaat om ruimtelijke ordening, een zaak van de overheid”, stelt zij. „Lelieteelt vindt veel te dicht bij woningen, speelplekken en kinderdagverblijven plaats.”

Jumelet wijst er op dat lelietelers middelen gebruiken die gewoon zijn toegestaan. Maar het kan dus schoner en daarom start de provincie de pilot.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe