Spoorzoeker Aaldrik Pot.

Puzzelen met pootafdrukken: op jacht met spoorzoeker Aaldrik Pot

Spoorzoeker Aaldrik Pot. Foto: DvhN

Pootafdrukken van dieren verklappen waar ze voorkomen in ons land. Spoorzoeker Aaldrik Pot leest de prenten en leert zo meer over het verborgen leven van dieren.

Bedachtzaam loopt Aaldrik Pot (46) op een stoffig zandpad in het beekdal van De Slokkert bij Westervelde. Langzaam laat hij zijn ogen over de steenharde bodem glijden, speurend naar pootafdrukken van dieren, terwijl hij met een stok in de grond prikt. ,,Het is droog. Ideaal voor de opdrogende modder. Je ziet de sporen nu heel mooi.’’

450 pagina’s dik handwerk

De in Delfzijl geboren Pot, die in Norg woont en werkt als provinciaal adviseur voor Staatsbosbeheer in Drenthe, bracht vorig jaar samen met de zeer ervaren spoorzoeker René Nauta uit Vledder Het Prentenboek uit, een 450 pagina’s dik handwerk over pootafdrukken en andere sporen die dieren achterlaten. Bruikbaar van Zuid-Noorwegen tot Noord-Italië. Een project dat ruim drie jaar kostte. ,,Het was enorm veel werk. Dat heb ik wel onderschat.’’

Afdrukken van woelratten, eekhoorns, wasbeerhonden, steltlopers, adders en pissebedden: je kunt het zo gek niet bedenken of het tweetal heeft er foto’s en tekeningen van gemaakt. Wie met Het Prentenboek op stap gaat, hoeft zich tijdens een kort corona-uitstapje in het bos, op de heide of het strand niet te vervelen. Maar zelfs met deze kloeke sporenbijbel binnen handbereik lukt het niet altijd een loopspoor van een dier vlot op naam te brengen.

Overgestoken

Het identificeren van diersporen blijft lastig, blijkt ook in het beekdal in noordwest-Drenthe. ,,Dit is een hond’’, zegt Pot, terwijl hij met zijn stok wijst op een grote pootafdruk. ,,Maar als je goed kijkt, zie je dat er ook een prent van een ree bij staat. Die is hier overgestoken.’’

De meeste afdrukken in veel gebieden zijn van de trouwe viervoeter. ,,Die moet je dus heel goed leren kennen, want er is variatie. Zo af en toe zit er iets bijzonders tussen, bijvoorbeeld van een wasbeerhond. Maar die pik je er alleen uit als je de prenten van honden goed kent.’’

Het leuke van spoorzoeken is niet alleen het ontdekken van een pootafdruk, zegt de Drent. ,,In feite zie je door die afdruk een dier, zonder dat je hem op je netvlies krijgt. Wie vogels wil zien, heeft het makkelijk. Die laten zich overal bewonderen. Maar veel zoogdieren leven verborgen; ze komen pas ’s avonds of ’s nachts tevoorschijn. Door die sporen weet je dat ze ergens leven en kun je reconstrueren wat ze doen.’’

loading

Verborgen levende dieren

Een pootafdruk opent als het ware een deurtje naar de vaak verborgen levende dieren. Het is, om het met Pot en Nauta te zeggen, meer dan een afdruk. Het is het lijntje tussen de waarnemer en het dier dat hier voor hem of haar heeft gelopen. Een prent sleept mensen mee naar het dierenrijk.

Pot: ,,Neem de das. Wanneer krijg je die nou te zien? Alleen als je veel moeite doet en een hele tijd bij een dassenburcht post. Normaal zul je die dus niet snel betrappen. Maar door het vinden van pootafdrukken van dassen weet je toch dat ze in een gebied voorkomen.’’

Bij ecologisch veldonderzoek is het nuttig om ook gebruik te maken van waarnemingen van prenten en andere diersporen, vinden Nauta en Pot. Dat gebeurt nu niet altijd, soms verdwijnen de gegevens in de prullenbak. ,,En dat terwijl je met prentenonderzoek relatief snel in kaart kunt brengen welke soorten er in een gebied voorkomen. Bijvoorbeeld bij dieren zoals dassen en otters. Het gaat dan niet zozeer om vossen en reeën, want die komen bijna overal voor’’, weet Pot.

Betrouwbare aanwijzing

Ook nieuwkomers in ons land, zoals wolf, wasbeer en jakhals, kunnen vastgesteld worden door de afdrukken die ze in het veld achterlaten. Een duidelijke prent in de klei of de modder is een betrouwbare aanwijzing dat een soort in een bepaald gebied voorkomt of zich er heeft opgehouden.

Goede plekken om prenten te vinden zijn zandpaden, natuurlijke oevers, kades onder bruggen, kapotgereden bermen en de sliblagen langs de vloedlijn op het strand. Een korte sneeuwbui is perfect voor spoorzoekers. Omdat veel dieren ’s nachts actief zijn, heb je de meeste kansen op goede afdrukken ’s ochtends. Regen en wind kunnen een afdruk in korte tijd volledig uitwissen.

Pot verkent het stoffige zandpad intussen verder, terwijl een zanglijster het op een zingen zet. ,,Ik hoop dat we ook een vossenspoor vinden. Op prenten van vossen zie je altijd een heel goed herkenbaar balkje in het middenvoetkussen. Het lijkt een beetje op een boemerang’’, zegt de spoorzoeker, terwijl hij met een tak een vorm in het zand maakt. ,,Het heeft ook een beetje de vorm van een croissantje, het is echt onmiskenbaar.’’

De vos vinden we niet, maar wel stuiten we op een fraai spoor van een marterachtige op een vochtig bedje van zwarte modder. Exact één pootafdruk, die door de felle zon scherp aftekent tegen het zwarte zand. Pot straalt. ,,Dit is echt een fantastisch spoor! Moet je eens kijken. Dit is ook echt supermodder.’’

Hij knielt en bestudeert de prent. Uit zijn rugzak haalt hij een geplastificeerd vel tevoorschijn met daarop allerlei tekeningen van sporen en werpt er een korte blik op. ,,Prachtig. Ik vermoed dat het een vrouwtjes steenmarter is geweest. Of een mannetjes bunzing, daar ben ik niet helemaal uit. Het is lastig om het zeker te weten. Je moet goed kijken naar de grootte van de prent en de manier van lopen.’’

loading  

Drinken

Een paar meter verderop heeft een houtduif een rij pootafdrukken achtergelaten, aan de rand van een plasje. ,,Hij heeft daar niet voor niets gelopen, hij kwam om te drinken. Die sporen vertellen vaak een verhaal.’’

Op hetzelfde pad stuitte Pot twee jaar geleden op de pootafdrukken van een wolf. ,,Die kwam uit het Fochterloërveen. We vonden op twee plaatsen prenten van hem.’’

Soms is het lastig om een prent goed te duiden. ,,Muizen bijvoorbeeld; hun sporen zijn moeilijk te ontcijferen. Net als die van kleine marters zoals wezels. Die zijn heel licht en laten meestal geen diepe en goed zichtbare sporen na.’’

Als hij het echt niet weet, stuurt hij per app een foto naar zijn medeauteur René Nauta. ,,Die weet bijna alles thuis te brengen’’, zegt Pot, terwijl hij wijst op een loopspoor van een Vlaamse Gaai in de donkere modder.

,,Ik ben vooral de man van de holen, de nesten en de vraatsporen. En niet te vergeten de drollen en de braakballen. Die vertellen vaak enorm veel over een dier. Om te beginnen wat ’ie zoal heeft gegeten.’’

Kadaver

Een van de mooiste sporen die hij de afgelopen jaren aantrof, waren de pootafdrukken van drie zeearenden op Rottumerplaat. Hij verbleef vorig jaar vier maanden met zijn partner Nicolette Branderhorst als vogelwachter op het onbewoonde waddeneilandje.

,,Ik zag die arenden op de grond zitten, maar kon niet goed zien wat ze precies deden. Later, toen ze weggevlogen waren, gingen we er kijken. We vonden er het karkas van een dode zeehond, waar ze van hadden gevreten. Rond het kadaver stonden prachtige, verse pootafdrukken. Helaas kwamen ze te laat voor het boek.’’

menu