Het gezamenlijke graf van de zes omgekomen treinkapers De Punt op begraafplaats de Boskamp in Assen.  foto MARCEL JURIAN DE JONg

Rechtszaak treinkaping De Punt scheurt Molukse gemeenschap

Het gezamenlijke graf van de zes omgekomen treinkapers De Punt op begraafplaats de Boskamp in Assen. foto MARCEL JURIAN DE JONg

Eensgezind stapten negen Molukse kapers de trein in bij De Punt. 41 jaar na de bloedige beëindiging zijn enkele families gebrouilleerd. De rechtszaak tegen de Nederlandse staat, die begon als een gezamenlijke strijd om gerechtigheid, is nu een splijtzwam in de groep nabestaanden in Bovensmilde.

De vlaggenmast in de achtertuin van Junus Ririmasse staat een beetje scheef. Hij heeft de tegels eromheen gelicht, wat zand verwijderd en probeert de mast rechter te zetten. ,,Alles moet klaar zijn voor maandag om de Molukse vlag te hijsen.’’

Op 11 juni herdenken de Molukkers de dood van zes kapers uit Bovensmilde: Max Papilaja (25), Hansina Uktolseja (21), Matheus Tuny (25), Dominggus Rumahmory (17), Ronnie Lumalessil (19) en George Matulessy (20). Ze kwamen om in de kogelregen van precisieschutters en mariniers.

‘Executie’

Junus overleefde de gewelddadige bestorming. Samen met zijn vriendin Nona Lumalessil en Jan Beckers stond hij aan de basis van de lopende rechtszaak tegen de Nederlandse staat. Op basis van autopsierapporten concludeerden ze dat in de trein sprake was van ‘executie’.

Vijf jaar na hun onderzoeksrapport ‘Air Mata Kebanaran’ (‘Traan van de waarheid’) dat de aanleiding was om de staat aansprakelijk te stellen, staan ze op een zijspoor. Alleen de dood van Papilaja en Uktolseja wordt nu voor de rechter gebracht, om te bewijzen dat enkele kapers zonder noodzaak met buitensporig geweld zijn doodgeschoten.

Eensgezind in het begin

Aanvankelijk waren de families van vijf omgekomen kapers eensgezind. ,,Aan het begin stonden alle neuzen dezelfde kant op’’, zegt Beckers. ,,We zouden gezamenlijk één zaak voeren, zoals de actievoerders destijds als eenheid met z’n negenen de trein in gingen.’’ Alleen de familie Matulessy deed niet mee, omdat het emotioneel te zwaar zou zijn. Na het overlijden van de laatste broer van Tuny, haakte ook die familie af.

Advocaat Liesbeth Zegveld besloot uiteindelijk te procederen met de twee meest kansrijke zaken. ,,Dat was geen makkelijke keus’’, zei ze toen in deze krant. ,,Dit is een zaak voor alle nabestaanden. Ze zijn met z’n allen de trein in gegaan, we willen ook met z’n allen de zaak winnen.’’

Aanvankelijk werden de zaken van Lumalessil en Rumahmory in de ‘parkeerstand’ gezet. Later kregen ze te horen dat ze helemaal geen cliënt meer waren. Dat kwam keihard aan. Nona had toen al 10.000 euro geïnvesteerd in advocaatkosten. Ook de familie Rumahmory is verbitterd.

Twee kampen

Sindsdien is er geen contact meer tussen de twee kampen. De families wonen bij elkaar om de hoek in de kleine Molukse wijk, die slechts vier straten telt. In de straat van Junus wonen de twee andere kapers die De Punt overleefden, onder wie de broer van Nona. ,,Zij praten nooit meer over de acties’’, zegt Junus. De nabestaanden van Hansina Uktolseja en Max Papilaja wonen een straat verder.

Ze komen elkaar tegen op straat, in de supermarkt, in het Molukse wijkcentrum en de Molukse kerk. Junus: ,,We zeggen alleen gedag, meer niet. De andere families praten niet met ons. Voor mij is dat niet pijnlijk. Ik heb niemand verloren. Ik vind het erg voor Nona. Zij is haar broer verloren, maar krijgt geen informatie over de zaak.’’

De scheuring was pijnlijk zichtbaar tijdens de laatste zitting, eind mei. De nabestaanden stonden bij elkaar op de gang van de rechtbank. Ze keken elkaar niet aan en spraken niet met elkaar. Terwijl de zittingzaal vol stroomde, was er geen plek meer voor Nona en Junus en twee nabestaanden van Matulessy. Zij moeten de zitting in de videozaal volgen.

Verwoede pogingen

Via John Wattilete, president van de RMS-regering in ballingschap, is nog geprobeerd de families weer rond één tafel te krijgen. Pogingen mislukten omdat Junus en Nona alleen met directe nabestaanden in gesprek wilden en Wattilete ook andere belangenorganisaties had uitgenodigd.

De nabestaanden van Papilaja en Uktolseja hebben ter ondersteuning van de rechtszaak de stichting Lawa Mena Hau Lala (’Steeds voorwaarts gaan zonder stap terug te doen’) opgericht. ,,We praten alleen met deze families inhoudelijk over de zaak’’, zegt Marco Papilaja, bestuurslid en neef van de omgekomen kaper Max. ,,Periodiek delen we ook informatie met andere families. Het is heel jammer dat er een breuk is ontstaan. Iedereen mag een eigen mening hebben. Als die meningen niet met elkaar te rijmen zijn, houdt het op. In het begin vond ik het frustrerend, maar dat stadium ben ik voorbij.’’

Dossiers openbreken

Noes Solisa van het ‘herdenkingscomité 11 juni’, destijds woordvoerder van de kapers, betreurt het dat de groep nabestaanden uit elkaar is gevallen. ,,Ik vind de strategie logisch om met de twee sterkste zaken, ook de anders dossiers open te breken. Jan Beckers heeft belangrijk werk verzet. Die waardering en respect verdient hij ook. Voor de rest moet je het overlaten aan juristen.’’

Bij de herdenking zijn wel alle families aanwezig. Solisa: ,,We moeten beide kampen bij elkaar houden en manoeuvreren tussen gevoeligheden. Het is niet anders. Sommige families gaan ’s ochtends al naar het graf om zelf een krans te leggen. We beginnen met een gebedsdienst, maar ook in de kerk zitten ze niet meer bij elkaar. Bizar.’’

Emus Saija uit Bovensmilde hoopt dat een gunstig vonnis voor de Molukkers de families ook weer bij elkaar brengt. ,,Ik hoop dat we ook weer in staat zijn de eenheid terug te vinden voor het politieke doel waar deze negen mensen zich in de trein voor hebben opgeofferd.''

Grafsteen met zes piramides

De Molukse eenheid van De Punt is alleen nog te vinden op begraafplaats De Boskamp in Assen. Daar liggen de zes kapers naast elkaar onder een grafsteen met zes piramides. Hun namen staan op één gedenkplaat. Ze zijn allemaal geboren in de barakken van ‘Schattenberg’, het voormalige kamp Westerbork waar de Molukkers werden opgevangen toen ze in 1951 in Nederland aankwamen. Junus: ,,We zijn één volk, wonen in één wijk en soms in dezelfde straat. Waarom praten ze niet met ons? Wij weten wat er in de trein is gebeurd.’’

Nona gaat meestal een dag eerder naar het graf om bloemen te leggen voor haar broer Ronnie. ,,Toen we met ons onderzoek begonnen, leefde haar moeder nog’’, vertelt Junus. ,,Ze is inmiddels overleden, maar zei: als het nodig, moet je zijn lichaam laten opgraven om de waarheid boven tafel te krijgen.’’

menu