Rick, Daphne, Danny en Richard Wijntjes uit Dwingeloo.

Rick, Richard, Danny en Daphne uit Lhee namen op jonge leeftijd het bedrijf van hun plotseling overleden ouders over: 'We helpen elkaar altijd weer overeind'

Rick, Daphne, Danny en Richard Wijntjes uit Dwingeloo. Foto: Marcel Jurian de Jong

Rick (32), Richard (30), Danny (27) en Daphne (25) uit Lhee stonden er ineens alleen voor na het overlijden van hun ouders in 2011 en 2014 . Ze besloten loonbedrijf Vink toch door te zetten. Maar de gifbeker was nog niet leeg: een nieuwe schuur brandde uit, dierbare werknemers overleden onverwachts en onlangs werden er voor meer dan 100.000 euro aan GPS-systemen gestolen. „Na de zoveelste keer denk je wel: ‘Waar doen we het toch allemaal voor?’ Maar we helpen elkaar weer overeind.”

Het is groot, groter, grootst op een warme namiddag op het terrein van Vink. De ene joekel van een tractor is nog niet voorbij, of de volgende doet het bedrijf ‘op Lhee’ alweer aan. Voor Rick, Richard, Danny en Daphne de gewoonste zaak van de wereld. „Hoeveel machines we hebben? Geen idee. Dat moet vast op papier staan”, lacht Rick. Het gaat zoals het gaat, en dat is prima.

Of het interview niet eerder op de dag kon dan gepland. Danny was de afspraak even vergeten en had ‘s avonds wat anders. Het moet allemaal even snel-snel. Daphne pronkt in een bloemenjurkje, Danny schiet zichzelf nog vlug in een schoon shirt, terwijl Rick nog even het zweet van zijn voorhoofd veegt. Rick: „We gaan op de foto zoals we zijn. Wel zo prettig!”

loading

Eigenlijk een wonder dat de vier zo vroeg op de dag al tijd kunnen maken. „Om zes uur in de avond ‘achter de piepers zitten’ komt bij ons nog niet zo snel voor” zegt Rick. „We proberen het wel, maar er is altijd wel weer wat hè? Zo gaat dat...”

Stilzitten. Even nergens mee bezig zijn. Het lijkt er maar moeilijk in te gaan. Al pratend duwt Richard het kartonnen koffiebekertje tussen de planken van de zitbank, terwijl Rick wat ongeduldig op een roerstaafje kauwt. De vier directeuren houden liever de boel draaiende dan dat ze terugkijken.

En daar is genoeg reden voor.

Forse klappen

De gifbeker in huize Wijntjes werd al vroeg leeggedronken. In 2011 overleed de moeder van de vier op 47-jarige leeftijd nadat ze op eigen terrein onder een trekker kwam. Richard: „Dat zij wegviel, was echt een klap.” Rick: „Ze deed de werkzaamheden op kantoor, regelde in huis de boel en verzorgde ook de dieren. Ze deed alles.”

„Over dat verlies kan ik nog wel eens boos worden”, reageert Danny.

Zeven maanden later overleed werknemer en toenmalige vriend van Daphne op 19-jarige leeftijd na een auto-ongeluk. „In een zware tijd zorgde Jeroen voor luchtigheid en een lach bij ons thuis. ‘Weer’ een forse klap, voor ons allemaal”, zegt Daphne.

Drie jaar later, toen het gezin in rustiger vaarwater leek te geraken, overleed ook hun vader. Een hartstilstand bij een rondje op de mountainbike. Hij werd 53 jaar.

Onverhoopt en ongewenst kwam de verantwoordelijkheid voor het bedrijf in handen te liggen van de vier, toen tussen 26 en 19 jaar oud.

Dan moeten jullie een besluit nemen om het bedrijf op te heffen of om het zelf door te zetten. Hoe ging dat?

Rick: „We hebben heel wat avonden samen gezeten. We keken elkaar uiteindelijk aan en zeiden: als we het doen, moeten we er voor tweehonderd procent voor gaan. Als we er een potje van maken, doen we onze ouders geen eer aan. Zij hebben het bedrijf voor onze toekomst opgezet.”

loading

Daphne: „Het was onwerkelijk. Mijn middelbare-schoolexamens heb ik middenin die periode gehaald, waarna ik een studiekeuze moest maken. Ik opperde om maar iets bedrijfskundigs te gaan doen, dan kon ik die jongens blijven helpen. Ik wilde ze niet in de steek laten. Ik weet nog goed dat Rick toen zei: ‘Waarom zou je dat doen? Dat had je anders ook niet gedaan. Je moet voor jezelf kiezen’. Dat haalde toen meteen gewicht van mijn schouders.”

Hoe richt je na zo’n tegenslag het bedrijf in?

Danny: „Onder druk van de situatie zijn bepaalde taken verdeeld. Toen papa overleed en we besloten door te gaan, hadden we niet echt een keuze meer. Rick zat al een poos ‘in het veld’ en Richard zat al een tijdje op kantoor. Door alles besloot ik te stoppen met school en stortte ik mij vol op de werkplaats.”

Richard: „Ondanks alles is het vrij natuurlijk gegaan. En dat moest ook, het bedrijf ging gewoon door. We waren het ook deels aan ‘onze jongens’ (de werknemers, red.) en onze klanten verplicht. Die verantwoordelijkheid voelden we al heel snel.”

Rick: „En iedereen heeft zijn plekje hier wel kunnen vinden.” Lachend: „Het klinkt alsof er heel goed over nagedacht is, maar dat is helemaal niet zo!”

Danny: „We kunnen elkaars gaten opvullen en durven zaken ook aan elkaar over te dragen. Als familie ken je elkaar door en door. Dus als de een het druk heeft, kan de ander bijspringen.”

Dan geef je als ‘jonkies’ ineens leiding aan een groot bedrijf, met soms tientallen mensen onder je. Hoe gaat dat?

Danny: „Ik was toen 21 en moest mensen van in de 50 opdrachten geven. Dat vond ik lastig. Het voelde alsof ik daar niet de aangewezen persoon voor was. Soms vond ik dat er bij iemand wel even ‘een tandje bij kon’. Tja, dat moeten ze dan toch maar van je aannemen.”

Rick: „Door onze taakverdeling is het voor iedereen helder bij we ze moeten zijn. Bij mij voor het veldwerk, voor vragen over klussen bij Richard op kantoor, voor reparaties en de werkplaats bij Danny en voor administratieve zaken bij Daphne. Dat werkt prima.”

Maar toen de vier zelf aan het roer stonden, vielen er ook rake klappen. In juni van dit jaar overleed een medewerker uit Ruinen na een auto-ongeluk en half juli werden er twaalf GPS-systemen gestolen. Schade: ruim 100.000 euro.

Zijn er momenten geweest dat jullie dachten: we stoppen ermee?

Daphne: „Helemaal in het begin vroeg ik me soms af waar we in vredesnaam aan zijn begonnen. Maar altijd zoeken we dan op een manier wel steun bij elkaar. Je trekt je dan ook op aan elkaar. Ook de aanhang speelt hier een belangrijke rol. We zijn één familie geworden.”

Danny: „We vinden onszelf niet zielig. Zo willen we er ook niet instaan. Er is ook niets meer aan te veranderen, we willen vooruitkijken.”

loading

Rick: „Na dat dodelijk ongeluk in Ruinen schreeuwde ik het even uit: Waar doen we het toch allemaal voor!? Dan roep je ‘de jongens’ bij elkaar. Als je die dan bij elkaar ziet zitten, besef je dat je het ook voor hen aan het doen bent. We hebben enorm goed contact met ons personeel. Daar kunnen we lief en leed mee delen.”

Maar bij de pakken neer zitten? Geen moment. Het bedrijf werd met de jaren groter en groter. In 2012 werd een grasdrogerij in Oosterwolde overgenomen. Begin dit jaar kwam daar een eigen transportbedrijf bij, in een samenwerking met een ander bedrijf in het Friese Elsloo, waar de vier zijn geboren.

Willen jullie je ouders een eer bewijzen met het doorzetten en uitbreiden?

Richard: „Dat heeft in het begin wel meegespeeld. We doen het nog steeds voor hen, maar maken het ook meer en meer van onszelf. Ook om onze toekomst vorm te geven.’‘

Daphne: „Uiteindelijk worden we hier ook zelf gelukkig van, en dan weet je dat het goed zit.”

De trein blijft hier hoe dan ook rijden.

Richard: „Het is hier nu zo groot en je beleeft zoveel, bij veel zaken sta je ook niet zo lang stil. Zoals je vraag over hoeveel machines we hebben; velen daarvan zijn steeds in beweging. Ik zorg liever dat alles blijft draaien dan dat ik voor mezelf bijhoud hoeveel aantallen we waarvan hebben.”

Rick: „Echt veel terugkijken doen we niet. Het heeft geen zin om te blijven jammeren. Voor jezelf niet, maar ook niet voor anderen.”

Tot aan jullie pensioen?

In koor: „Ja.”

Richard: „Tenzij de aankomende tweeling van Rick heel snel groot wordt. Wie weet nemen zij het dan eerder over.”

Danny, spottend: „Het zijn kinderen van Rick. Die kunnen niet anders dan groot worden.”

De telefoon van Richard gaat zodra het gesprek voorbij is. Vriendelijk als hij is, zwaait hij nog even. Maar het werk gaat weer door. De trein blijft rijden. Zoals de vier het zelf ook het liefste zien.

menu