De meest rotte kies van Assen krijgt na elf jaar leegstand een nieuw leven. De Brink 24, beter bekend als de voormalige vishandel Joling, is gekocht door Asser vastgoedhandelaar Jannes Janssens en wacht een grote renovatie.

De aanblik van de volledig afgebladderde gevel is niet fraai. Binnen is het niet veel beter, zegt Janssens. Sloophout in iedere hoek, vocht, schimmel en een bovenverdieping die volledig is ondergescheten door nestelende duiven. Een keer stevig niezen en de hele tent zakt vermoedelijk als een kaartenhuis in elkaar.

„Ik schrok wel even toen ik voor het eerst naar binnen keek.” Janssens lacht. „We hebben wel betere investeringen gedaan.” Toch kocht de vastgoedondernemer, die in het verleden al het verkrotte Wapen van Drenthe liet opknappen tot een grand café met appartementen erboven, het monumentale pand voor 120.000 euro. „Ik vind het leuk om de historie van Assen te bewaren. We hebben in het verleden al veel te veel van dit soorten panden weggegooid.”

Gebinten behouden

Janssens heeft grote plannen en wil het met historie doorspekte pand in oude luister te herstellen. Eeuwenoude kenmerken die nog aanwezig zijn, zoals de gebinten, wil hij zoveel mogelijk behouden. Het is uiteindelijk de bedoeling dat een vishandel intrek neemt in het gerenoveerde pand. „Net als vroeger”, zegt Janssens.

Volgens een bouwhistorisch rapport van de gemeente dateert de Brink 24 uit het midden van de achttiende eeuw en mogelijk zelfs de zeventiende eeuw. Een historische brand maakt het lastig om exact te bepalen hoe oud het pand daadwerkelijk is. In 1676 was er een grote brand langs de Brink en de Kloosterstraat, ontstaan door het drogen van vlas bij open vuur. Hierbij gingen 21 woningen in vlammen op en mogelijk ook Brink 24.

Toetje: de kelder

Onder Assenaren is Brink 24, dat ooit twee woningen en een beddenzaak herbergde, vooral bekend als vishandel Joling. Nadat Gerard Joling, de laatste generatie Joling die de scepter zwaaide in de zaak, in 2009 overleed, kwam het pand leeg te staan. Het gebouw verpauperde zienderogen, tot ergernis van veel Assenaren. Op een gegeven moment moest het pand zelfs met hekken worden afgezet om te voorkomen dat passanten een brokstuk van de gevel op hun kruin zouden krijgen.

Voor Janssens zit het toetje misschien wel onder het pand: een kelder die mogelijk nog ouder is. Verhalen gaan dat het keldergewelf gebouwd is met stenen van het Maria in Campisklooster dat aan de Brink stond en in 1418 afbrandde. „Niemand weet iets van een kelder, maar als de geschiedenis klopt, dan moet er nog eentje zijn. Hoe mooi zou het zijn?”, dagdroomt hij. „Maar het kan ook zijn dat de kelder allang is gedempt. Dat zou een kleine teleurstelling zijn.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe