Ruinerwold-klusjesman Josef B. komt vrij in afwachting van zijn proces

Links de verdachte klusjesman Josef B., rechts de bewuste boerderij in Ruinerwold. Foto: ANP & Willem Braam

Josef B., de Oostenrijkse verdachte in de ‘Ruinerwold-zaak’, mag zijn proces in vrijheid afwachten. Dat heeft de rechtbank Noord-Nederland vrijdag besloten.

Zijn advocaat Yehudi Moszkowicz deed vrijdag een verzoek bij de raadkamer van rechtbank om B. (59) in vrijheid te stellen. Dat is toegewezen. De beslissing is nog niet verder toegelicht door het Openbaar Ministerie en de rechtbank Noord-Nederland.

Moszkowicz stelt dat de beslissing van de rechtbank „de enige juiste beslissing is. Er was geen grond meer om mijn cliënt nog langer vast te houden”. De raadsman is verheugd met de vrijlating, al had B. in zijn optiek vier of vijf maanden geleden al vrijgelaten moeten worden. „Er is bij toonaangevende media al langer twijfel over de redelijkheid van de hechtenis van mijn cliënt. Dat heb ik de rechtbank ook voorgehouden.”

Geen voorwaarden

De rechtbank besloot de voorlopige hechtenis van de Oostenrijker op te heffen. Dat betekent dat hij vrij man is tot aan het proces. Hij blijft wel verdachte, maar hoeft verder niet te voldoen aan voorwaarden als een contact- of gebiedsverbod. Of dit betekent dat B. terugkeert naar de boerderij in Ruinerwold, kon Moszkowicz niet zeggen.

In hoeverre B. nog zorg nodig heeft na zijn hongerstaking van een aantal weken, is onduidelijk. Zijn advocaat doet over zijn medische toestand geen uitspraken.

‘Religieuze vervolging’

B. werd op 14 oktober 2019 opgepakt bij de inval op de boerderij aan de Buitenhuizerweg. Hij wilde die ochtend agenten de toegang tot de woning ontzeggen. Hij wordt ervan verdacht samen met vader Gerrit Jan van D. zes van diens kinderen voor een periode van negen jaar van hun vrijheid te hebben beroofd.

Hij zag zichzelf slechts als een volgeling van Van D. en beweert al jarenlang niet meer in de boerderij geweest te zijn. Hij onderhield het gezin met boodschappen en geld, naar eigen zeggen. Dat hij werd vervolgd, noemde B. tijdens een pro-formazitting in juli ‘een inquisitie’. ,,In het eindrapport heb ik foto’s gezien van de vijf jongste kinderen en ik had ze niet herkend. Ik heb ze in tien jaar niet gezien, laat staan gesproken.”

Volgens B. volgde hij juist orders op van de kinderen, in plaats van andersom. „Hoe kan ik hen van hun vrijheid hebben beroofd? Ik heb toch geen bovennatuurlijke krachten? De oudere kinderen heb ik juist geholpen. Ik had ze niet eens vast durven houden. Het gaat hier om een religieuze vervolging.”

menu