Scholen in speciaal onderwijs vrezen hogere toestroom na coronacrisis

Een leeg klaslokaal ter illustratie. ANP/Koen Suyk

Scholen in het speciaal onderwijs vrezen dat er na de coronacrisis meer kinderen naar hen zullen worden doorverwezen. De verwachting is dat gedragsproblemen verergeren en achterstanden zullen oplopen door verschillen in thuissituaties, nu deze kinderen onderwijs vanuit huis volgen.

Dat schrijft de PO-Raad in een mail aan schoolbesturen. Uit een peiling onder de zogeheten samenwerkingsverbanden in het speciaal onderwijs wordt gevreesd dat naarmate de scholen langer gesloten blijven, de groep met kwetsbare kinderen in het regulier en het speciaal onderwijs tot wel vijf procent gaat groeien.

Aankomende dinsdag maakt het kabinet in een persconferentie bekend wat het beleid zal zijn na 28 april, wanneer de intelligente lockdown in Nederland formeel zou aflopen. Of de scholen dan weer open kunnen, is niet duidelijk. Feit is dat veel kinderen nu thuisonderwijs volgen, ook in het speciaal onderwijs.

Afvloei neemt niet af

De resultaten daarvan zijn wisselend. Kinderen met gedragsproblemen die wel in het regulier onderwijs meedraaien, onder het beleid van passend onderwijs, kunnen risico’s lopen bij een eventuele herstart. Ze kunnen soms niet meteen mee komen, waardoor er op termijn alsnog een verwijzing naar het speciaal onderwijs kan worden aangevraagd. De vrees is dat het aantal aanvragen zal oplopen, maar ook het aantal verwijzingen dat hier op volgt.

Als het aantal kwetsbare kinderen toeneemt, kan dat betekenen dat in het zwartste scenario meer dan 1500 leerlingen extra zullen instromen in het speciaal onderwijs.

De toestroom is niet het enige probleem, denkt Wim Ludeke, voorzitter van het Landelijk Expertise Centrum Speciaal Onderwijs (LESCO). ,,Leerlingen in de afrondende fase van de opleiding hebben door de crisis meer tijd nodig. Zij kunnen hun stages niet gedegen afronden, waardoor ook zij na de zomer zullen terugkeren. De afvloei neemt dus niet af, terwijl de toestroom hoger wordt.”

Scenario’s na 28 april

Dat terwijl veel scholen hun budget krijgen op basis van leerlingenaantallen van het jaar ervoor, zegt bestuursvoorzitter Yvonne Beishuizen van RENN4, waar dertig locaties van het speciaal basis- en (voortgezet) speciaal onderwijs in Groningen, Friesland en Drenthe onder vallen. ,,Dat is echt het punt waar wij op dit moment aandacht voor vragen.”

Momenteel krijgt een klein percentage van de kinderen noodopvang binnen de muren van de SO-scholen. Het gaat hier om leerlingen waarbij de thuissituatie niet langer werkbaar is voor de leerlingen en ouders. De keuze om opvang te bieden wordt door elke school anders gemaakt, soms in samenwerking met jeugdteams, maar bij sommige scholen blijven de deuren toch dicht.

‘Spannende tijd’

In het regulier onderwijs wordt er geopperd om na 28 april verdeeld over de dag verschillende groepen les te gaan geven, waardoor de anderhalve meter afstand beter na te leven is. Of dit ook in speciaal onderwijsinstellingen mogelijk is, is nog onduidelijk. Want wat als de ene helft van de groepen les heeft in de school, krijgt de rest dan alsnog thuisonderwijs? Veel van de kinderen zijn afhankelijk van taxivervoer naar hun school, is dat logistiek wel rond te krijgen? En zitten ze in die taxi’s wel op veilige afstand? ,,Daarbij speelt ook nog de veiligheid van medewerkers”, zegt Ludeke. ,,Er loopt nu een landelijk onderzoek naar de risico’s voor hen binnen de schoolmuren. Daarvan worden eind april, misschien zelfs in mei, de eerste resultaten verwacht.”

Toch zal er al in de aankomende week een besluit worden genomen over de opening van de scholen. Ludeke: ,,De overheid zal iedereen in grote mate zekerheid moeten geven.” Beishuizen vindt dat de opening van de scholen voor alle kinderen een issue op zich. RENN4 heeft daarover nog geen besluit genomen. ,,Ik wacht het besluit van het kabinet met spanning af.”

menu