Jim Klingers deed bouwhistorisch onderzoek in de ‘siepelkerk’. FOTO GERRIT BOER

Sint-Nicolaaskerk (siepelkerk) in Dwingeloo blijkt nóg zo'n 200 jaar ouder dan eerder is gedacht

Jim Klingers deed bouwhistorisch onderzoek in de ‘siepelkerk’. FOTO GERRIT BOER

De ‘siepelkerk’ in hartje Dwingeloo is nóg ouder dan tot nog toe werd verondersteld. Dat blijkt uit onderzoek van bouwhistoricus Jim Klingers.

Van de Sint-Nicolaaskerk, zoals ze officieel heet, werd altijd aangenomen dat ze is gebouwd in de vijftiende eeuw. Het in die periode nog katholieke godshuis zou in fases zijn opgetrokken ter vervanging van een eerdere kerk.

Maar Klingers stelde vast dat het gotische koor al in de tweede helft van de dertiende eeuw moet zijn opgeleverd. ‘Of de zeer vroege veertiende eeuw’, meldt hij in zijn rapport Onder de rokken van de ui . Van de ‘siepelkerk’ - de befaamde torenspits heeft de vorm van een ui - is het schip zelfs nóg ouder. Volgens de bouwhistoricus uit Wijster dateert dat vermoedelijk uit de twaalfde eeuw.

Eerst bescheiden dochtertje van kerk Diever

Vanaf circa 1250 ontwikkelde het bescheiden dochtertje van de kerk in Diever zich tot ‘een rijk godshuis’, aldus Klingers. Vrijdag 17 mei geeft hij in de kerk een lezing over zijn bevindingen.

Directe aanleiding voor het onderzoek zijn de plannen van het kerkbestuur geweest om de ‘siepelkerk’ intern te verbouwen. Omdat het godshuis aan de Brink in Dwingeloo een rijksmonument is, moet eerst geschiedkundig onderzoek worden gedaan.

Kerkrentmeester Roelof Bolding legt uit dat recentelijk de pastorie en het koetshuis zijn verkocht. ,,Voor allerlei activiteiten zijn we nu nóg meer aangewezen op de kerk zelf. Maar met de oude banken, en de opstelling daarvan, is de ruimte op dit moment niet erg functioneel. Bovendien is er ook behoefte aan vergaderruimte en een vertrek om koffie te schenken en wordt het tijd de toiletgroep te moderniseren.”

‘Siepelkerk’ in de as bij dorpsbrand van 1923

Jim Klingers neusde maandenlang in archieven. Met extra aandacht bestudeerde hij documenten en foto’s uit de jaren twintig van de vorige eeuw; de grote dorpsbrand van 1923 legde ook de ‘siepelkerk’ goeddeels in de as. De bouwhistoricus deed in totaal ook zes dagen minutieus onderzoek in en om de kerk zelf. ,,Ik ben zelfs in een hoogwerker geklommen”, vertelt hij. ,,Die stond er voor de schilders en toen heb ik er ook even gebruik van mogen maken.”

Door Klingers’ ontdekkingen moet de historie van de kerk worden herschreven. Delen van het godshuis blijken dus wel twee eeuwen ouder te zijn dan eerder werd aangenomen. Anders gezegd: de bouw van de ‘siepelkerk’ is niet zo’n 600 maar zeker 800 jaar geleden al begonnen.

Grote kloostermoppen in koor zijn het bewijs

,,Als je in het gotische koor staat, zie je in de eerste vier bovengrondse lagen metselwerk kloostermoppen die groter zijn dan de stenen die erboven zijn gebruikt. Dat duidt er op dat dit werk uit de dertiende eeuw dateert, of uiterlijk de beginjaren van de veertiende eeuw. En nee, ik geloof niet dat deze kloostermoppen afkomstig waren van een ander bouwwerk en hier zijn hergebruikt.”

Heel bijzonder vindt Klingers de stenen ‘kopjes’ die aan weerszijden van het koor de wanden versieren. Dat zijn kraagstenen, legt hij uit. ,,Ze zijn duidelijk ook van voor de reformatie. Het zijn afbeeldingen van mannen en vrouwen. Elke kop is weer anders en heeft een eigen karakter. Zulke kraagstenen zie je bijna niet boven de IJssel. Het zijn ware pareltjes, die niet zouden misstaan in de Sint-Jan in Den Bosch. De kans is erg groot dat ze ooit waren ingekleurd. Twee kraagstenen zijn er slecht aan toe.”

‘Dit was niet de eerste de beste kerk’

Volgens de bouwhistoricus bevestigen de kraagstenen dat deze kerk ‘niet de eerste de beste kerk was’. Niet helemaal verwonderlijk, gezien het feit dat de zelfbewuste Dwingelse adel een flinke vinger in de pap had in het godshuis en bijvoorbeeld ook de priesters benoemde. Klingers beveelt aan de kraagstenen te laten restaureren.

Het schip van de Sint-Nicolaaskerk is volgens de bouwhistoricus twaalfde- of dertiende-eeuws. In zijn rapport beschrijft Klingers dat het in de beginjaren ‘smaller, korter en lager’ was dan het huidige schip. ‘Het tegenwoordige schip kwam pas in de vijftiende eeuw tot stand’. En nóg een ontdekking: de kerktoren is niet laat-gotisch, maar van oorsprong romaans. ,,De toren is hier en daar vergotiseerd, maar de originele bouwstijl was laat-romaans.” Klingers stuitte er bovendien op een vergeten muurtrap.

Mogelijk ooit dubbele ui als torenspits

Van de karakteristieke siepelspits is altijd aangenomen dat die is gebouwd na 1630. In dat jaar zou de toenmalige naaldspits boven op de kerk zijn gevallen, met alle schade ook van dien aan het godshuis. Volgens Klingers zijn er evenwel ‘gefundeerde vermoedens’ dat de toren al voor 1630 een ui als spits had, mogelijk zelfs een dubbele ui.

Klingers deed eerder ook al bouwhistorisch onderzoek in Oldengaerde, elders in Dwingeloo. De havezate, sinds zes jaar eigendom van Het Drentse Landschap, wordt op dit moment grondig gerestaureerd. Tijdens de lezing van vrijdag 17 mei over de ‘siepelkerk’ komt behalve de bouwhistoricus ook Erwin de Leeuw, archivaris van het Drents Archief, aan het woord. Aanvang: 20.00 uur. De toegang is gratis.

Architect gezocht voor interne verbouw

Roelof Bolding vertelt dat het kerkbestuur voor zijn verbouwplannen ondertussen een bouwcommissie heeft ingesteld. ,,Die werkt aan een programma van eisen en zal na de zomer op zoek gaan naar een architect.”

menu