Koob, Klaas, Jenny, Jan en Dirkje

Sommige gebeurtenissen vergeet je niet. Zoals het moment dat je hoort dat je vader nooit meer thuis komt

Koob, Klaas, Jenny, Jan en Dirkje

Sommige gebeurtenissen vergeet je niet. Zoals het moment dat je hoort dat je vader nooit meer thuis komt. Ook niet als je pas 5 jaar bent, zoals Klaas Mijnheer uit Drijber. Een verhaal over Jaap Mijnheer.

De rood-wit-blauwe vlaggetjes fleuren de boerderij in het verlaten Drentse landschap op. De versieringen zijn niet voor niets. De man des huizes leeft! Jaap Mijnheer komt na drie maanden onzekerheid naar huis. Naar Drijber. Naar zijn vrouw Pietje Mijnheer-Van Leeuwen en hun kinderen: Koob (1930), Dirkje (1932), Jenny (1935), Jan (1937) en Klaas (1940).

Het is dinsdag 24 april 1945. De Duitsers zijn al een paar dagen voorgoed uit Drenthe weggejaagd en het gezin wacht in de boerderij op De Hullen in Drijber in spanning op dominee Heersink.

De kerk bepaalt de leefregels

De familie Mijnheer woont in het buitengebied van Drijber. Grote delen van het Drijberse Veld werden in de jaren twintig en dertig ontgonnen. Nieuwe boerderijen aan de lange weg De Hullen bieden sindsdien een thuis aan de nieuwe bewoners uit vooral Groningen en Friesland. Bijna allemaal zijn ze gereformeerd. De gezinnen voelen zich niet echt Drents, maar vormen onderling een gemeenschap. De kerk bepaalt de leefregels en dominee Heersink heeft daarom grote invloed op het leven op De Hullen.

In de oorlog vinden mannen die niet in Duitsland willen werken op De Hullen een veilig tijdelijk onderkomen. Door hun gereformeerde overtuiging zetten de boeren op De Hullen de deuren open voor onderduikers. Die onderduikers zijn de reden dat Jaap Mijnheer al drie maanden niet thuis is. Hij is in januari opgepakt en afgevoerd.

Waarheen? Dat wist het gezin niet. Maar nu komt hij thuis, dominee Heersink is hem met de auto aan het halen. Nog eventjes geduld.

loading

Bewegingsvrijheid op het Drentse platteland

Al in 1942 komen de eerste onderduikers bij de familie Mijnheer terecht. Een jongen uit Bilthoven, daarna volgt algauw een tweede. De landelijke organisatie voor hulp aan onderduikers (LO) regelt de adressen voor de mannen. De onderduikers hebben dan nog veel bewegingsvrijheid op het Drentse platteland, maar ze moeten zich wel aan de regels van Jaap Mijnheer houden.

Pas eind 1944, na Dolle Dinsdag op 5 september, wordt de situatie op het platteland grimmiger. De Duitsers en Nederlandse Duitsgezinden jagen nog fanatieker dan eerst op verzetsmensen en onderduikers. Dit fanatisme doet Mijnheer de das om.

In 1942 is daar nog geen sprake van. Een van de onderduikers speelt buiten trompet. Tussen de muren van de gebouwen klinkt de muziek prachtig, maar het draagt ook ver over het vlakke land. Te ver, vindt Mijnheer. Hij waarschuwt de onderduikers herhaaldelijk. Als ze zich niet aan de regels houden, moet hij ze wegsturen. Met hun laconieke gedrag brengen ze hem en zijn jonge gezin in gevaar. Als ze weigeren houdt Mijnheer voet bij stuk: ze moeten vertrekken.

De druk neemt toe

Er komen andere onderduikers op de boerderij. Zoals Arie, de zoon van Pietjes voormalige buren in het Zuid-Hollandse Nieuwkoop. Na een langere periode bij de Mijnheren vertrekt hij weer naar huis. Hij overleeft de oorlog. De twee andere jongens – onder wie de trompettist - worden later elders opgepakt en overlijden in een concentratiekamp.

De Duitse druk neemt toe en Jaap Mijnheer neemt samen met zijn buurman Jacob Hiemstra voorzorgsmaatregelen. In het bos achter de boerderij van Mijnheer graven ze een onderduikershol. Bij naderend onheil is het een goede verstopplek, die ze zelf af en toe ook gebruiken.

Als de onderduikers in de boerderij een hapje eten, staan dochters Dirkje en Jenny af en toe op de uitkijk bij de weg. loading

Dan gaat het goed mis

De oorlog sleept voort, het wordt 1943, 1944 en in Drijber blijft het relatief rustig. Tot de broer van buurman Terpstra zich meldt met de mededeling dat hij bij zijn broer intrekt. De man is getrouwd met een Duitse. ’t was geen beste, zou moeder Pietje na de oorlog zeggen.

Pas in 1945, op woensdagmiddag 17 januari 1945, gaat het mis. Goed mis. Jaap Mijnheer praat in de woonkamer met zijn vrouw, als hij landwachters het erf op ziet lopen. Hij probeert met onderduiker Mathieu Fouarge te vluchten naar het hol achter de woning, maar de pas wordt hen afgesneden. Ook aan de achterkant lopen landwachters. Ze vluchten naar de schuur, waar ze eventjes later worden ontdekt.

Zoon Koob – dan 14 jaar – maakt op het land aardappels klaar voor transport naar het westen van het land. De twee andere onderduikers, een jongen uit Limburg en Henk van Leeuwen uit Amsterdam, een neef van Pietje Mijnheer, helpen daarbij. Het drietal ruikt onraad als ze bij de boerderij de landwachters zien. De onderduikers slaan op de vlucht. Dekking zoekend bij het kanaal bereiken ze de boerderij van Jan Hiemstra.

Met paard en kar rijdt Koob terug naar de boerderij. Bij aankomst ziet hij zijn vader en Fouarge met de handen omhoog achter de schuur staan. Wie die mensen op het land waren, wil de commandant van Koob weten. Ondertussen bekommeren de andere landwachters, tenslotte ook boeren, zich om het paard. Koob wordt hard aangepakt maar houdt de rug recht. Onderduikers? Geen sprake van, het waren de buren.

De landwachters laten hem gaan. Koob moet zijn moeder vertellen dat vader en onderduiker ‘Jan’ zijn gepakt.

’s Avonds neemt Jaap Mijnheer afscheid van vrouw en kinderen. Onder bewaking en op gevorderde fietsen moeten Mijnheer en onderduiker Fouarge naar Westerbork. Na een overnachting worden ze naar de gevangenis in Assen gebracht.

Dat het afscheid op die koude januaridag definitief zal zijn, dat weet het gezin nog niet.

loading

75 jaar later

Ruim 75 jaar later kan Klaas Mijnheer zich de desastreuze middag nog vaag herinneren. Hij was toen pas 4. ,,Een buurjongen was bij ons. Zijn vader had in de gaten wat er aan de hand was en kwam hem ophalen. Ik kan me nog herinneren dat een landwachter een geweer op hem richtte toen hij het erf op liep. Hij schreeuwde: ‘Wie ben jij?”

Hij valt even stil. ,,Onvoorstelbaar hè? Heftige gebeurtenissen krijg je blijkbaar toch mee als kind.”

Zijn vader is waarschijnlijk verraden. ,,Ze wisten precies dat er drie onderduikers zaten”, zegt Klaas Mijnheer. De twee onderduikers die ’s middags wisten te ontkomen worden ’s nachts alsnog opgepakt. SD’ers en Grünen uit Assen en Beilen kammen de boerderijen op De Hullen uit, op zoek naar onderduikers.

Blijkbaar niet op de hoogte van de actie van de landwachters die middag, doorzoeken ze ook de boerderij van Mijnheer nog een keer. Bij die razzia worden nog eens vijf mannen, onder wie Jan Hiemstra en de twee onderduikers, opgepakt en afgevoerd.

Op transport

Het Huis van Bewaring aan de Brink in Assen is niet de eindbestemming van Jaap Mijnheer. Op 25 januari gaat hij op transport – met de andere opgepakte mannen uit Drijber – naar strafkamp Wilhelmshaven, ten noorden van Oldenburg.

Het kamp in de Duitse marinestad bestaat zo’n vijf maanden – van januari tot mei – en is speciaal bedoeld voor politieke gevangenen uit Nederland. De meeste gevangenen van het kamp, dat officieel Lager Schwarzer Weg heet, komen uit de provincies Drenthe, Groningen en Friesland.

De omstandigheden in het kamp zijn dramatisch. De gevangenen moeten helpen met het herstel van de werf, die door geallieerde bombardementen grotendeels is verwoest. De tocht van het kamp naar de werf is hels: onderweg bekogelt de bevolking van de stad de gevangenen met van alles en nog wat. Ze schreeuwen en schelden.

Het werk is zwaar, het voedsel schaars en de hygiëne bar slecht. Binnen mum van tijd takelen de – vooral jonge mannen – af tot schimmen van zichzelf. Ziektes als dysenterie tieren welig, maar medische zorg is er nauwelijks. loading

Op een schip gezet

Ook Jaap Mijnheer en Jan Hiemstra worden ziek. Op 15 april 1945, als Drijber al is bevrijd, worden zij – met zo’n driehonderd andere mannen – uit het kamp gehaald en op een schip gezet. Hoewel het volgens meerdere ooggetuigen de bedoeling is om het open schip te laten zinken, haalt dat toch de haven van Delfzijl waar dan hevig wordt gevochten.

De legercommandant van Delfzijl weigert het schip toe te laten. Het schip moet terug de zee op. De burgemeester van Delfzijl, Welleman, bekommert zich om de doodzieke gevangenen, van wie enkelen onderweg al zijn gestorven. Hij grijpt in. De legercommandant geeft toe, mits de gevangenen meteen uit Delfzijl vertrekken.

Boeren uit de omgeving worden opgetrommeld. Nadat het schip in de haven van Delfzijl is aangemeerd, begint voor de mannen een tocht de provincie Groningen in. Op boerenkarren worden ze vervoerd naar plaatsen als ’t Zand en Spijk.

Mijnheer en Hiemstra leven!

In een noodhospitaal in de school van Uithuizermeeden krijgen Mijnheer en Hiemstra eindelijk rust. Beilenaren van hetzelfde transport zijn sterk genoeg om naar huis te gaan en vertellen daar rond: Mijnheer en Hiemstra leven! Ze liggen in Uithuizermeeden.

Jacob Hiemstra, de broer van Jan, lift op zaterdag 21 april naar Groningen en fietst daarna naar Uithuizermeeden. Hij bezoekt Jaap Mijnheer, die helder van geest is, maar erg zwak. Daarna treft hij zijn broer. Hij belooft beide mannen alles te doen om ze zo snel mogelijk thuis te krijgen.

Hiemstra brengt bij de familie Mijnheer verslag uit. Afgesproken wordt dat dominee Heersink de mannen zal ophalen uit Uithuizermeeden. Pietje Mijnheer-Van Leeuwen versiert de woning met de rood-wit-blauwe vlaggetjes en het gezin wacht in spanning op de thuiskomst van hun man en vader.

Maar Jaap Mijnheer komt niet thuis. Vlak voor de komst van de dominee overlijdt hij op 24 april 1945 in het noodhospitaal van Uithuizermeeden.

De dominee brengt het slechte nieuws. En ook dit kan Klaas Mijnheer zich 75 jaar later nog herinneren. ,,Dat was heftig, om op die manier het nieuws te moeten horen. Wij waren in jubelstemming. Toen kwam Heersink. Hij zei: het spijt me mensen…”

Snippers informatie

Pas veel later krijgen Klaas en zijn broers en zussen snippers informatie over de verzetsdaden van hun vader. Na de oorlog werd daarover niet gepraat. ,,Onze moeder zei soms wat over hem, op de momenten dat ze hem miste. Maar wij denken dat zij niet wist dat onze vader, naast de onderduikers, ook andere dingen deed.”

Nog steeds, vooral in de aanloop naar de herdenking op 4 mei, spoken bij Mijnheer af en toe vragen door het hoofd. ,,Soms, als ik op tv beelden zie van totaal uitgehongerde mensen, denk ik aan mijn vader en hoe hij door de ontberingen totaal uitgeteerd moet zijn geweest. En daardoor overleed. Maar ook aan anderen, die vreselijk hebben geleden onder de gevolgen van hun verblijf in concentratie- of strafkampen.”

Hij begrijpt nog steeds niet hoe mensen ertoe kwamen hun eigen landgenoten te verraden, op verzetsmensen te jagen en ze in Duitsland te laten sterven. ,,Ik vind NSB’ers zo moeilijk te begrijpen”, vertelt Klaas Mijnheer. ,,Ik snap wel dat je lid kan worden van een partij, zonder daar iets mee te doen. Dat je naar vergaderingen gaat, zonder daar iets mee te doen. Maar verder?” Hij schudt resoluut zijn hoofd. Nee, dat begrijpt hij niet.

menu