Een grote brand bij het Mensingebos verwoestte zeker tien hectare natuur. Foto: DVHN

Staatsbosbeheer neemt schade op in Mensingebos: 'Zag net al weer een hagedis wegschieten'

Een grote brand bij het Mensingebos verwoestte zeker tien hectare natuur. Foto: DVHN

Terwijl de heide hier en daar nog wat nasmeult, maakt Staatsbosbeheer maandag de balans op in het Mensingebos bij Alteveer. ‘De brand richtte veel schade aan, maar de natuur redt zich wel.’

Buizerds vliegen in groepjes over en in de verte is een specht duidelijk hoorbaar bezig met het uithakken van een nest. Zelfs de eerste vlinders fladderen al weer vrolijk langs het wandelpad over de heide, alsof er niets aan de hand is. Maar, nog geen 24 uur geleden was het in dit prachtig stukje natuur een komen en gaan van brandweerauto’s .

Kurkdroog

„De inzet van de brandweerlieden is echt grandioos geweest”, zegt boswachter Albert Henckel terwijl hij het getroffen gebied aan een inspectie onderwerpt. „Vele vrijwilligers hebben hun steentje bijgedragen om erger te voorkomen. Ik hoorde zelfs dat een voetbalteam uit de buurt heeft geholpen om brandslangen met behulp van wagens richting de brandhaarden te vervoeren.”

Henckel loopt verder. As stuift omhoog bij iedere voetstap. Precies bij de rand van het brandgebied blijft hij staan. „Kijk”, zegt hij terwijl hij verdorde plantenresten van de grond plukt. „Dit is pijpenstro. Kurkdroog. Je hoeft er maar een brandende peuk bij te houden, of het vliegt in de fik.” loading

Niet dat een brandende peuk de oorzaak is. Hoe de brand is ontstaan, is nog onduidelijk. En dat blijft het misschien ook wel. Zeker is wel dat een bosbrand van deze omvang niet zo heel vaak voorkomt, zo vroeg in het jaar. „Het gebeurt weleens hoor, maar meestal is het dan hoogzomer”, legt Henckel uit. „Maar de natuur hier is nog steeds te droog. Vooral de bovenlaag.”

Nagloeien

Dat ziet zijn collega Hans Beens ook, die even verderop met een emmer en schop zijn ronde maakt. Op verschillende plekken heeft hij nog een smeulend stukje uitgetrapt, of met water overgoten. „Het valt me op dat ik vooral bij groepjes grove dennen moet blussen. Daar, tussen de stammen, blijft het vuur blijkbaar toch wat langer nagloeien.”

Ook Beens ziet dat de brand vooral aan de oppervlakte is gebleven. „Het vuur waaide door de wind snel over. Als ik een beetje met mijn voeten over de grond veeg, zie je dat de aslaag erg dun is. Daaronder is de grond niet aangetast.”

Bovendien, zegt Beens, is het iets dieper de grond in op veel plekken nog wel vrij nat. Dat betekent ook dat een aantal dieren zich ondergronds, in hun schuilplaatsen, heeft kunnen redden.

Dode hazelworm

Hoewel, dat geldt niet voor alle dieren. Zo vindt Beens verderop een hazelworm. „Kijk, zijn staart is verbrand, maar zijn kop niet. Ik denk dat deze net niet op tijd heeft kunnen wegkomen en uiteindelijk door de hitte en de rook is bezweken. Als we ‘m hier laten liggen, heeft de buizerd er straks nog een lekker hapje aan.” loading

Hoewel het vuur en de hitte voor sommige dieren fataal is geweest, denkt Beens niet dat de brand een ramp is voor het natuurgebied als geheel. Bij heidegebieden hoort namelijk af en toe een brand. Hoewel dit daar niet helemaal het juiste moment voor is.

„Het is de tijd van het jaar waarin al het leven weer vanuit de grond omhoog komt. Vogels bouwen nesten, reptielen en amfibieën komen weer tevoorschijn. Onder hen zijn zeker slachtoffers gevallen, zoals we al hebben gezien. Gelukkig zag ik vanmorgen ook al weer een levendbarende hagedis wegschieten, dat deed me goed.”

Natuur moet zelf herstellen

Wat Staatsbosbeheer met het gebied gaat doen, weten de twee boswachters op dit moment nog niet. „We hebben nog niet echt een plan klaarliggen”, legt Henckel uit. „Waarschijnlijk zullen we de opslag een beetje opruimen. Voor het grootste gedeelte laten we het zo, de natuur moet het zelf herstellen. En gelukkig is die natuur sterk. Je zult zien, over een paar weken is het hier al weer een stuk groener.”

loading


menu