FIFA zet amateurclubs klem: jonge asielzoekers uitgesloten van wedstrijden. 'Waarom zijn jullie hier? Mogen we niet meer voetballen?'

Door nieuwe FIFA-regels kunnen jeugdige asielzoekers niet meedoen met voetbalwedstrijden in Nederland. Bij de Asser Boys worden ze er moedeloos van.

„Al een jaar of acht hebben wij een mooie samenwerking met het COA (Centraal Orgaan opvang asielzoekers, red.)”, zegt voorzitter Jan Puper van voetbalclub Asser Boys. „Jonge asielzoekers kunnen bij ons meespelen en wij nemen een deel van de contributie voor eigen rekening. Het COA betaalt de rest. Op die manier kunnen wij ons maatschappelijke steentje bijdragen, dat is altijd heel goed gegaan.”

Gegevens ontbreken vaak

Sinds 1 juli gooien nieuwe regels van internationale voetbalbond FIFA roet in het eten van deze mooie samenwerking. Voorheen hoefden alleen overschrijvingen - het verhuizen van de ene naar de andere club - in het betaald voetbal in een wereldwijd digitaal systeem te worden ingevoerd, maar nu is dat ook verplicht voor alle overschrijvingen in het amateurvoetbal. Vervelend gevolg is dat de FIFA-regel die internationale overschrijvingen van kinderen tussen de 10 en 18 jaar oud verbiedt, nu ook voor amateurclubs geldt.

Het verbod is oorspronkelijk ingevoerd om het contracteren van zeer jonge voetballertjes uit het buitenland tegen te gaan. Maar doordat de amateurs en de profs nu op één hoop worden gegooid, zijn voetballende jeugdige asielzoekers daar in de praktijk de dupe van.

„Voor vluchtelingen is wel een uitzondering mogelijk”, legt Puper uit. „Maar dan moeten ze allerlei gegevens uit het land van herkomst overleggen, bijvoorbeeld waar ze eerder gevoetbald hebben. Dat lukt lang niet altijd.”

‘Snappen het probleem niet’

Bij de Asser Boys spelen nu meerdere asielzoekers die geen groen licht krijgen van de FIFA. Sommigen omdat ze geen Nederlands paspoort hebben, anderen omdat zij van de vorige club in het land van herkomst niet de juiste overschrijvingsdocumenten opgestuurd krijgen. In contact komen met die clubs gaat vaak moeizaam of helemaal niet.

De Nederlandse voetbalbond KNVB neemt mogelijke uitzonderingen in behandeling, maar alleen een speciale commissie van de FIFA kan uiteindelijk dispensatie verlenen. Of dat gaat lukken, is voor de Asser Boys op dit moment volstrekt onduidelijk.

„Wij snappen het probleem zelf eigenlijk ook niet goed en hebben geen idee waarom onze jongens niet onder de uitzonderingen mogen vallen”, zucht Puper. „Het is veel te administratief. De wereld zit vol vluchtelingen, die moeten gewoon kunnen voetballen, zoals ze al seizoenen lang doen bij ons. De FIFA kan toch ook wel zien dat wij geen Real Madrid zijn die een jeugdvoetballer uit zijn omgeving probeert weg te lokken met een dik contract?”

Puper hoopt dat de KNVB zich meer gaat inzetten om dit probleem op te lossen. „Het speelt bij alle verenigingen in Nederland en zelfs in de wereld, die asielzoekers willen opnemen. Je probeert je maatschappelijke steentje bij te dragen, en dan gebeurt dit. We zitten in de wacht, daar word je moedeloos van.”

Risico

Ook voor Carlos Spaans, die op het veld de jongens van JO17-1 (de jeugd tot 17 jaar) staat te trainen, is het balen. „Ik snap de achterliggende gedachte van de regel wel, maar voetbal moet hier toch ook vooral iets maatschappelijks blijven. Het is allemaal veel te ingewikkeld.”

Spaans traint nu een team van vijftien spelers, waaronder vier vluchtelingen die eigenlijk niet speelgerechtigd zijn. „Zonder die jongens hadden we niet eens een volwaardig team gehad, dus wij zijn heel erg blij met ze. Dat we elke keer aan de tegenstander moeten vragen of zij het goedvinden dat ze meedoen, is wel vervelend. Tot nu toe gaan onze tegenstanders akkoord, maar als we een keer dik winnen kan dat zomaar omslaan. Bovendien zijn ze nu bij een blessure niet verzekerd via de KNVB, dat is natuurlijk wel een risico.”

De vier jongens in kwestie hebben ondertussen gelukkig zelf niet door dat ze officieel geen onderdeel zijn van het team. „Wij voetballen hier heel graag, het gaat steeds beter.” Dat een verslaggever langs de lijn staat, laat ze wel een beetje schrikken. „Waarom zijn jullie hier? Mogen we niet meer voetballen?” De trainer lacht: „Natuurlijk wel, niks aan de hand”. Een zucht van verlichting. Snel maar weer meedoen met het partijtje.

menu