Een stikstofdeken ligt over twaalf Drentse natuurgebieden. Het provinciebestuur moet dit aanpakken, in aanvulling op de maatregelen van het Rijk. Komen we ooit van dit probleem af? Vijf vragen en antwoorden.

Om maar met de deur in huis te vallen: raken de Drentse natuurgebieden ooit verlost van het stikstofprobleem stikstofprobleem?

„Zure regen hebben we toch ook overwonnen?” De drie frontsoldaten Johnn de Vos, Gerko Arkema en Daniëlle Heidema die de provincie Drenthe opstelt in de strijd tegen het stikstofprobleem zijn nog redelijk optimistisch. Zure regen: dat was begin jaren tachtig het probleem dat bossen verdwenen doordat stoffen als zwaveldioxide in regenwolken oplosten. „We zijn het bijna vergeten, maar het was een enorme klus om steenkoolcentrales schoner te maken, benzineauto’s schoner enzovoorts”, zegt Johnn de Vos. Met andere woorden, er is heel wat werk aan de winkel, maar we hebben als samenleving wel voor hetere vuren gestaan.

Wat is de rol van de provincie bij de aanpak van stikstof?

Twaalf Drentse beschermde natuurgebieden (Natura 2000 gebieden heten ze officieel) worden in meer of mindere mate bedreigd door de neerslag van stikstof. Er liggen nog twee van die gebieden (gedeeltelijk) in Drenthe, het Leekstermeer- en het Zuidlaardermeergebied, maar daar speelt dit probleem niet. Het provinciebestuur moet voor elk van die gebieden de komende jaren plannen maken om de natuur te versterken en de vervuiling te verminderen. Dat is niet alleen belangrijk voor de natuur, ook omdat allerlei economische activiteiten niet mogelijk zijn zolang de natuur zo onder druk staat. De Raad van State heeft in mei 2019 bepaald dat de overheid geen vergunningen mag afgeven voor bouwprojecten zo lang niet klip en klaar vaststaat dat die per saldo niet tot extra stikstofneerslag in daarvoor gevoelige natuur leiden.

Hoe gaat de provincie dat de komende tijd aanpakken?

Het komende jaar gaat nog vooral op aan plannenmaken. Per natuurgebied bekijkt de provincie wat er nodig is. Het lijkt er op dat er in de rode gebieden in bijstaande kaart het meest moet gebeuren, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. „Het kan zijn dat je veel inspanningen moet doen om een klein stukje rood ongedaan te maken”, zegt Gerko Arkema. In veel gevallen zullen boeren hun stikstofuitstoot moeten beperken, bijvoorbeeld door hun bedrijf te verduurzamen. Ook het verplaatsen van bedrijven kan in specifieke omstandigheden een bijdrage leveren.

Er is ook sprake van geweest dat er een lagere maximumnsnelheid komt op autowegen in de buurt van natuurgebieden. Die zou op de N34 ter hoogte van het Drentsche Aa gebied dan omlaag gaan naar 80 kilometer per uur. Is dat nog een reële optie?

Gebleken is dat van 100 naar 80 heel weinig oplevert, zegt De Vos. „Veel minder dan van 130 naar 100 heeft opgeleverd.” Deze maatregel hoeven we dus niet te verwachten. „Maar iedereen kan wat doen”, voegt Daniëlle Heidema er aan toe. „Koop zo veel mogelijk producten die duurzaam tot stand zijn gebracht.. Dan betaal je wat meer, maar dat helpt boeren die al duurzaam werken en stimuleert anderen om dat ook te doen.”

Vooral boeren in de buurt van beschermde natuurgebieden moeten hun stikstofuitstoot verminderen. Maar zij werken op basis van bestaande vergunningen, dus daar kan het provinciebestuur niet zomaar in treden. Anderzijds: met veel boeren maakt de provincie al afspraken over een andere bedrijfsvoering. Maar de vermindering van uitstoot is dus wel een zaak van lange adem.

Kan de provincie Drenthe wel alleen de stikstofuitstoot omlaag brengen?

Helaas. „De stikstofdepositie komt soms van ver weg, dus ook uit het buitenland of uit andere provincies”, zegt Heidema. „Het is dus heel belangrijk dat alle partijen gezamenlijk hun verantwoordelijkheid nemen. We trekken samen met de andere provincies en het Rijk op. En daarnaast is het zaak dat we goed overleggen met het buitenland, maar het is nog altijd zo dat Nederland meer stikstof ‘exporteert’ naar andere landen dan dat we ‘importeren’.”

loading  

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe