Beeld uit de al opgenomen trailer voor de film Stoffig Licht

In de maak: Speelfilm over Drentse turfsteker in Limburgse mijnen (en ze zoeken nog acteurs)

Beeld uit de al opgenomen trailer voor de film Stoffig Licht Foto: UPENDI

Verhuizen binnen Nederland gemakkelijk? Echt niet, zeker niet tijdens de verzuilde jaren 50. Stoffig Licht vertelt over die problemen.

Vader Emile Beulen (1949) is gepensioneerd journalist en schreef het boek Stoffig Licht . Zoon Maarten Diederen (1991) is ambitieus filmmaker en werkt aan de verfilming. Stoffig Licht is een verhaal over de protestantse Noorderlingen die in de jaren 50 naar Limburg verhuisden om daar te werken in de staatsmijnen. Dat verliep lang niet altijd probleemloos.

,,Met Sint Barbara, de viering van het feest van de patroonheilige van de mijnen, kregen wij een grote zak snoep mee naar huis. De protestantse Drentse kinderen niet. Zij stonden dan beteuterd te kijken.” Het is een levendig beeld in het geheugen van schrijver en gepensioneerd journalist Emile Beulen (1949), die opgroeide aan de rand van de Heerlense mijnwerkerskolonie Beersdal.

loading

Armoede

We schrijven de jaren 50 van de vorige eeuw, de tijd van de wederopbouw. Kolen hebben turf vervangen als belangrijkste brandstof. Het gevolg van die verschuiving is zowel in het Noorden als het Zuiden goed merkbaar. Terwijl Drentse turfstekersgezinnen afglijden in armoede is in Limburg juist werk te over.

De vijver met Limburgse werkkrachten is leeggevist. In Drentse dorpshuizen en cafés wordt gesproken over buitenlandse emigratie, naar Canada, Amerika of Australië. Maar ook het werk in de Limburgse mijnen lonkt. De arbeidsomstandigheden zijn gunstig, horen de Drenten vertellen.

Goede voorzieningen

,,Arbeiders in de mijnindustrie verdienden goed”, weet Beulen uit zijn eigen jeugd. ,,Het was zwaar en gevaarlijk werk, maar dat werd niet zo benoemd. De huisvesting was goed, rondom de mijnen werden huizen gebouwd die gerieflijk waren naar de maatstaven van die tijd. De sociale voorzieningen waren goed. Men kreeg een goed pensioen, gratis kolen.”

Na lang wikken en wegen besluiten ook Derk en Aaltje, de hoofdpersonen in zowel boek als film, naar Limburg te vertrekken om hun twee kinderen een betere toekomst te bieden. De – veelal – protestantse Drenten komen in Limburg terecht op het moment dat de katholieke kerk daar haar laatste grote bloeiperiode meemaakt.

loading

Dubbel hun best doen

,,De kerk en de directie van de mijn waren sterk met elkaar verweven”, vertelt Beulen. ,,Als je het bij de pastoor verbruide had je kans dat je je baan verloor. Als je naar de kerk ging en meeliep in de processie was er niks te vrezen. Die gezinnen uit het Noorden moesten voor mijn gevoel dubbel hun best doen.”

De kolonie waar Beulen opgroeide had een diverse bevolking. Veel buitenlandse mijnwerkers, uit Italië en Polen. ,,Zij hadden in de kerk een eigen dienst en bleven vasthouden aan eigen tradities. Maar de mensen uit Drenthe hadden die mogelijkheden niet. Van hen werd sterker verwacht dat ze zich aanpasten. Het waren immers medelanders, eigen mensen.”

Jongensdroom

Met de verfilming van het verhaal van Derk en Aaltje gaat voor Maarten Diederen een jongensdroom in vervulling. ,,Op de middelbare school is mijn liefde voor het maken van films begonnen. Ook toen maakte ik een speelfilm waarvan mijn vader het verhaal verzon. Van filmen heb ik mijn werk gemaakt, maar ik ben nu vooral commercieel bezig. Al die tijd is het blijven kriebelen.”

Hij riep de hulp in van zijn vader, die er vervolgens ‘als een speer vandoor ging’ met het schrijven van het boek. Op het moment dat Diederen het boek voor de tweede keer las en het verhaal hem opnieuw naar de strot greep, wist hij het honderd procent zeker. Dit was hét verhaal om te verfilmen.

Parallel met nu

In zowel film als boek schetsen vader en zoon parallellen met de huidige tijd. ,,Met mijn huidige partner ondersteun ik een Syrisch gezin. De moeilijkheden waar zij tegenaan lopen verschillen niet wezenlijk van de problemen van Derk en Aaltje”, stelt Beulen. ,,Het is niet het hoofddoel, maar ik hoop dat we toch een beetje kunnen bijdragen aan een andere kijk op integratie. Met meer begrip voor de moeilijkheden waar mensen mee te maken hebben”, vult zijn zoon aan.

Het boek verscheen eind november. Begin december sloot Diederen een succesvolle crowdfundingcampagne af. Met steun van publiek haalde hij 14.000 euro op om de film te kunnen maken. Daarmee is de financiering zo goed als rond. Ook de provincies Limburg en Drenthe ondersteunen het initiatief met een financiële bijdrage.

Enorme motiviatie

,,Genoeg geld krijgen is moeilijk. Er zijn landelijk twintig, dertig regisseurs die dat door hun bekendheid gemakkelijker voor elkaar krijgen. Ik moet andere wegen bewandelen, dat is best lastig. Maar het lijkt goed te lukken. Ik voel een enorme motivatie om dit echt van de grond te krijgen. De trein rijdt, er moeten alleen nog een paar mensen op springen.”

Daarmee doelt de jonge filmmaker vooral op acteurs. De planning is om in april te beginnen met filmen, waarna de opnames uitgesmeerd zullen worden over een jaar. Diederen hoopt dat Stoffig Licht in de zomer van 2022 op feestelijke wijze in première kan gaan. Aan ambitie geen gebrek: ,,Ik denk dat we ons best tussen de landelijke films kunnen mengen.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
menu