Bert Finke (links) en Joost Slijpen werken aan de tentoonstelling ‘Het dierenpark van mijn vader'

Tentoonstelling 'Het dierenpark van mijn vader' vertelt de geschiedenis van het Noorder Dierenpark in Emmen (compleet met nagemaakt onderduikersverblijf)

Bert Finke (links) en Joost Slijpen werken aan de tentoonstelling ‘Het dierenpark van mijn vader' Foto: DVHN

In het Centrum Beeldende Kunst (CBK) in het Rensenpark in Emmen wordt gewerkt aan ‘Het dierenpark van mijn vader’. Een tentoonstelling gebaseerd op het gelijknamige boek van Jan Oosting. Het beschrijft de geschiedenis van het Noorder Dierenpark dat zijn vader Willem Oosting oprichtte.

Er blijven sprietjes hooi plakken aan het gezicht van projectleider Bert Finke. Samen met tentoonstellingmaker van het CBK Joost Slijpen werkt hij zich deze warme nazomerdag in het zweet. Een pittig klusje, maar er moet doorgewerkt worden. Zaterdag opent de tentoonstelling die de geschiedenis van de dierentuin in Emmen vertelt. ,,Als het straks af is, vormen deze hooibalen een klein doolhof. Met daarbinnen het onderduikersverblijf”, vertelt Finke.

Onderduiken in het olifantenverblijf

Het doolhof is letterlijk en figuurlijk het middenstuk in de expositie. In de Tweede Wereldoorlog hielden onderduikers zich schuil op een hooizolder boven het olifantenverblijf. Om dat verblijf verborgen te houden, moest men eerst door een doolhof van hooibalen. ,,Kom maar eens mee”, wenkt Finke.

Hij loopt het doolhof in. In een afgesloten ruimte in het hart van het doolhof blijft hij staan. ,,Je bent nu een onderduiker.” Op de achtergrond horen bezoekers straks Radio Oranje. Wie het luik in het midden van de ruimte opent, kijkt een denkbeeldig olifantenverblijf in en hoort de dieren trompetteren.

Wat wil je later worden? ‘Directeur van Artis!’

De tentoonstelling is om het onderduikverblijf heen gebouwd en in vijf tijdperken opgedeeld. Van het allereerste prille begin tot 1970, het jaar waarin dochter Aleid Rensen samen met haar man Jaap het stokje overneemt. Om maar bij dat prille begin te starten. Op 6-jarige leeftijd antwoordt Willem Oosting dat hij ‘directeur van Artis’ wil worden als zijn ouders hem vragen naar zijn toekomstplannen. Die ambitie zal hij de rest van zijn jeugd koesteren en in 1935 realiseren.

Meer zijn dan een reeks zwart-wit foto’s

Tussen de sprieten hooi op de grond liggen allerlei foto’s en plattegronden klaar om opgehangen te worden. De meeste beelden daarvan komen uit het familiearchief van Jan Oosting. Ook zijn er uitvergrotingen van oude ansichtkaarten gemaakt. Maar de tentoonstelling moet meer zijn dan een reeks zwart-witfoto’s, vindt Finke. ,,Het liefst had ik hier allerlei opgezette dieren neergezet. Het Noorder Dierenpark had er een flink aantal van maar die zijn allemaal verkocht. Het was te kostbaar om ze hier terug te krijgen.”

Schedel van nijlpaard Winston

Om de tentoonstelling meer tot leven te brengen, mocht Finke ‘winkelen’ in een depot van Wildlands. ,,Zij hebben deze tentoonstelling vanaf het allereerste moment een warm hart toegedragen.” Midden in de ruimte van het tijdperk ‘bekendheid en worsteling’ tussen 1961 en 1970 staat een enorme schedel. Finke: ,,Dat is de schedel van het eerste nijlpaard in Emmen. Winston heette die.” Decennialang is Winston het enige nijlpaard in de dierentuin. In 1988 overlijdt hij. ‘Winston overleefde zelfs mijn vader’, staat in zwarte letters op de muur. Een citaat van Jan Oosting.

Ook hangen er dierenvellen aan de wand, van een baviaan en een antilope, bijvoorbeeld. Als een van de laatste puntjes op de i hangen Finke en Slijpen een olifantenslurf aan het hooidoolhof. Zaterdag moet het af zijn. Vanaf dan is de tentoonstelling te bezichtigen. Het boek Het dierenpark van mijn vader van Jan Oosting verschijnt later dit jaar.

menu