Tiger King in Nieuw-Dordrecht, maar noodgedwongen met zebra's, lama's, dromedarissen en kamelen

Tiger King - over doorgedraaide Amerikanen die in privé-dierentuinen tijgers houden - is zijn favoriete Netflix-documentaire. Maar tijgers mogen niet in Nederland, dus houdt Henk Hidding (22) uit Nieuw-Dordrecht het bij dromedarissen en zebra’s.

Het is een wonderlijk gezicht, voor wie vanaf de A37 richting Nieuw-Dordrecht kijkt. Een weiland vol lama’s, zebra’s, kamelen en dromedarissen. Is er misschien een circus gestrand?

De dieren blijken de grote hobby te zijn van de 22-jarige Henk Hidding uit Nieuw-Dordrecht. Net als zijn vader Arend is hij paardenhandelaar. De exoten in het weiland zijn vooral voor erbij. ,,Mooie beesten’’, zegt Hidding.

Dat vinden voorbijgangers ook. De één komt bijna dagelijks met dochterlief langs om de dieren oud brood te geven. De ander gaat steevast met zijn hond even naar het hek, zodat ‘ie kan snuffelen aan die vreemde beesten. En omgekeerd. Ze vinden elkaar aardig, zo te zien. ,,Kom, we gaan weer verder’’, roept het baasje.

Dronken koppies in het weiland

Hidding kent de taferelen. Hij vindt het mooi dat anderen net zo genieten van zijn dieren. ,,Mijn zus is fotograaf. Soms houdt ze sessies in het weiland, zodat belangstellenden met hun favoriet op de foto kunnen. Dat vindt iedereen leuk.’’

Maar zo mak als ze schijnbaar hooi staan te vreten, zo weerbarstig kan de praktijk zijn. ,,Je moet ze echt kennen, want sommige kunnen levensgevaarlijk zijn. Die witte kameel bijvoorbeeld, daar kom zelfs ik niet bij in de buurt. Laatst was een groep jongens ‘s nachts het weiland ingekropen, met hun dronken koppies. Die hebben ontzettend veel geluk gehad, want voor hetzelfde geld had een kameel een van hen gedood. Die zijn ijzersterk, niet te vergelijken met een paard. Ze sleuren je op de grond en gaan dan bovenop je zitten. Dan is het snel gedaan, hoor.’’

Uit de hand gelopen hobby

De beestenbende staat op het punt naar de stallen thuis te worden vervoerd, om in het voorjaar weer naar buiten te worden gebracht. ,,Het is inderdaad een uit de hand gelopen hobby. Er komt steeds meer bij. Mijn opa, ook paardenhandelaar, is er dertig, veertig jaar geleden mee begonnen. Hij was de eerste met een kameel op de Zuidlaardermarkt. Zigeunerbloed hè, dat kruipt waar het niet gaan kan. Altijd op zoek naar wat nog meer kan.’’

En het liefst waar ook een beetje handel in zit, want hobby’s kosten immers geld. Maar de zebra’s gaan voor geen goud weg. ,,Daar wil ik echt verder mee fokken. Prachtbeesten. Zie je die ene daar, links? Die heeft zo’n fijn karakter. Juist daarom is ‘ie veel waard, misschien wel 15.000 euro. Andere zebra’s zitten beduidend lager. Kamelen en dromedarissen doen tussen de 3500 en 7000 euro, het meeste geld voor als de vacht mooi is en het dier geen platvoeten heeft.’’

‘Lama’s vind ik maar niks’

Met lama’s heeft Hidding weinig. ,,Die vind ik maar niks. Ze kijken je altijd met dezelfde blik aan, daarom kan ik ze moeilijk inschatten. Heel anders dan kamelen. Je hoeft maar even in de ogen te kijken en je weet hoe laat het is. Daar heb ik veel meer een band mee.’’

De dieren die worden verkocht gaan vooral naar circussen. Als paardenhandelaren hebben vader en zoon contacten tot in de verste uithoeken van Europa. Ook met handelaren in exotische beesten, zoals een soort van Tiger King in Berlijn. Het is zijn favoriete Netflix-documentaire, maar zo geflipt als die Amerikanen die in privédierenparken tijgers houden is Hidding niet. Integendeel, hij is zo nuchter als maar wat.

Zijn serval komt het dichtst in de buurt van tijgers

Van de Berlijner heeft hij zijn serval, een katachtige die het dichtst in de buurt komt van tijgers. ,,Tijgers houden lijkt me het mooiste. Als het zou kunnen, had ik ook zo’n park vol gehad’’, droomt Hidding hardop. ,,Wat een fascinerende dieren zijn dat. Maar een serval is het enige wilde beest dat je in Nederland als huisdier mag houden. Mowgli heet die van mij, uit Junglebook . Mijn broer heeft er ook één, Simba. Ja, ze kunnen gevaarlijk zijn. Ze moeten je echt kennen. En dan nog. Ik heb één keer mot met hem gehad, toen ik hem aaide op een plekje waar hij pijn had. Dat moet je dus niet doen, weet ik nu.’’

menu