Ans Langen, een van de evacués, werd opgevangen bij de familie Görtz. V.l.n.r.: Ans Langen (zij overleed twee jaar geleden), mevrouw Görtz en Marietje Görtz

Van huis en haard verdreven: Erica was voor 74 vluchtelingen in de Hongerwinter het toevluchtsoord

Ans Langen, een van de evacués, werd opgevangen bij de familie Görtz. V.l.n.r.: Ans Langen (zij overleed twee jaar geleden), mevrouw Görtz en Marietje Görtz

Op de zolder van de school, in het parochiehuis en bij de dorpelingen thuis. Een groep van 74 evacués, door de Duitsers verdreven van huis en haard, vond in de Hongerwinter van 1944-1945 een veilig onderkomen in Erica. De laatsten vertrokken op 20 augustus. Eentje keerde terug voor de liefde. Martin Boekeloo zocht het allemaal uit. Een klus waarover hij zeven jaar deed.

Soms gaan er van die verhalen rond waarvan je niet weet of ze kletspraat zijn of niet. Martin Boekeloo (60) uit Erica werd gegrepen door zo’n verhaal, zeven jaar geleden. Op de deels onbegaanbare zolder van de school in Erica zouden tijdens de Tweede Wereldoorlog mensen hebben gewoond. Hij hoorde het toen hij bezig was met een boek over het 100-jarige bestaan van de christelijke basisschool Willem-Alexander. Hij raakte zo geïntrigeerd dat hij op zoek ging.

Klopte het? En zo ja, wie waren deze mensen? Waar kwamen ze vandaan en waarom gingen ze naar Erica? En hoe komt het dat dit verhaal nooit eerder is verteld? loading

Enorme puzzel

Inmiddels weet Boekeloo dat het verhaal klopt. Sterker: hij heeft bijna iedereen opgespoord. Hij dook in archieven, speurde online en sprak met overlevenden, zowel vluchtelingen als Ericanen die hielpen bij de opvang. ,,Het was een enorme puzzel. Elke keer trok ik aan een heel klein draadje. En dat kleine draadje leidde dan tot iets dat zoveel voldoening en houvast gaf dat ik wilde doorgaan. Daarvoor had ik alle tijd. Door een hersenbloeding ben ik arbeidsongeschikt verklaard. Ik doe overal wat langer over dan anderen, maar denk daardoor ook wat langer over dingen na.’’

Boekeloo kwam erachter dat de vluchtelingen per boot waren gekomen vanuit Zwartsluis. Hij liep het traject eigenhandig na, om dichter bij het onderwerp te komen. Dat deed hij in het gezelschap van dorpsgenoten, die hun licht erover lieten schijnen en hem soms ook figuurlijk een stapje dichterbij ‘de oplossing’ brachten.

Boot moest gesleept worden

Met de tocht, die hij uitsmeerde over meerdere etappes, wilde hij ook nagaan of het kon kloppen dat de vluchtelingen het traject van 66 kilometer in een paar dagen tijd hadden afgelegd.

Want volgens de overlevering, daar was hij inmiddels achter gekomen, vertrokken zij op 19 februari 1945 uit Zwartsluis en kwamen ze op 21 februari aan in Erica. En het waren weliswaar ‘bootvluchtelingen’, maar ze reisden stapvoets. In de boot die ze hadden meegekregen, met de hoopvolle naam De Goede Verwachting, zat geen drup diesel meer. Ze moesten het stalen motor-tjalkschip zelf slepen, met behulp van touwen en brede banden. Bij toerbeurt namen de mannen die taak in duo’s op zich.

Aan boord van De Goede Verwachting bevond zich een gemêleerd gezelschap, dat eerder vanaf Naarden het IJsselmeer was overgestoken naar Zwartsluis. Een tuinder, een dienstbode, een verzekeringsagent, een schilder, een hotelbediende en zo nog meer beroepen bevonden zich aan boord. Allen gevlucht in de Hongerwinter, op zoek naar een betere plek. Zo’n beetje de helft bestond uit kinderen.

Oorspronkelijk uit de regio Arnhem

Boekeloo heeft het namenlijstje van de 74 evacués, opgesteld door de samenwerkende kerken in Naarden. Hoewel ze in Naarden bij elkaar waren gekomen, kwamen de meeste vluchtelingen oorspronkelijk uit de regio rond Arnhem. Ze waren geëvacueerd door de Duitsers, na Operatie Market Garden van de geallieerden, in september 1944. In Naarden vonden ze onderdak bij gastgezinnen, waar ze het best goed hadden. Tot aan de Hongerwinter.

Het lijstje uit Naarden bleek goud waard voor Boekeloos zoektocht. In één klap had hij alle namen en leeftijden en kon hij verder spitten. Met dank aan John Slungers (71) uit het Limburgse Gennep. Slungers’ vader Lambertus was een van de vluchtelingen. Hij werd verliefd in het Drentse toevluchtsoord, op Gijsbertha Johanna Velt, de oudste dochter van de plaatselijke veldwachter-brigadier. Zo verliefd dat hij na de oorlog terugkeerde. Lambertus en Bertha trouwden op 15 juli 1947, in de rooms-katholieke kerk in Erica. Op Erica, zoals de dorpelingen zeggen.

John is de oudste zoon van het Limburgs-Drentse paar. Hij is blij met Boekeloos research. ,,Ik heb altijd gedacht dat die hele groep vluchtelingen waar mijn familie bij zat uit Gennep kwam. Zo staat het namelijk in een boek dat ik heb: Emmen in bezettingstijd . Uiteindelijk blijkt dat dus helemaal niet zo te zijn. Ik snap wel waarom het zo in het boek is terechtgekomen. Mijn grootvader Jan Slungers was benoemd tot leider van de groep.’’ loading

Dagboekfragmenten van vader Slungers

Boekeloo: ,,Mijn zoektocht begon eigenlijk bij de familie Slungers. Ik was erachter gekomen, via de zoon van de oud-schooldirecteur, dat er inderdaad mensen op de zolder van de school hadden gewoond. Het ging om een familie Slungers uit Gennep: vader Ben, die schilder was, en zijn gezin. Een broer van Ben, Lambertus, was ook meegekomen. Uiteindelijk heb ik contact kunnen krijgen met zijn zoon John. Hij was zó enthousiast dat ik hiermee bezig was ... Ik belde hem op een vrijdagavond om uit te leggen waar ik mee bezig was en de volgende ochtend stond hij bij mij op de stoep. Hij had het namenlijstje bij zich en dagboekfragmenten van zijn vader. Toen wist ik dat ik iets bijzonders te pakken had.’’

John Slungers kwam er overigens niet speciaal voor uit Limburg rijden, maar had toch al een dagje Drenthe gepland. ,,Ik heb daar nog veel familie wonen. Tot een paar jaar geleden kwam ik er nog zeker jaarlijks. En altijd reden we dan ook door de Kerklaan, waar het huis van mijn grootouders staat. Op de begraafplaats achter de kerk,waar mijn grootouders begraven liggen, hebben we nog een beetje as van mijn moeder uitgestrooid. Zij is in 2006 overleden.’’

Prettige herinneringen aan Erica

Want hoewel Lambertus en Bertha na hun huwelijk in Gennep gingen wonen, bleef Bertha altijd terugverlangen naar Erica. ,,Ze is altijd Drents gebleven. Ik heb zelf ook prettige herinneringen aan Erica. In mijn jeugd waren we er vaak en voor langere periodes. Mijn vader werkte als meubelmaker door het hele land. Als hij weg was, nam mijn moeder ons altijd mee naar Erica. Dan woonden we tijdelijk bij mijn grootouders in huis. Ik heb zelfs nog op de kleuterschool gezeten in Erica, waar ik met lei en griffel in de weer ben geweest’’, zegt hij met onvervalst Limburgs accent.

,,Als we naar Drenthe reden en we kwamen in de buurt van Erica, dan rook je turflucht. Als ik dat nu ruik, komen de herinneringen weer boven. Hoe we sneeuwpoppen maakten op het kerkhof achter het huis van mijn grootouders, bijvoorbeeld. Op een gegeven moment mocht dat niet meer. Als mensen op een mistige dag de begraafplaats op kwamen en ze zagen daar van die grote gedaantes ...’’

Het contact met de gastgezinnen is volgens Slungers lange tijd gebleven. ,,Mijn vader zat bij de familie Van der Scheer. Ik weet nog dat die familie een paar keer bij ons in Gennep op bezoek kwam.’’ loading

Dagen lang lopen

Johns ouders leven beiden niet meer, zoals veel betrokkenen. Wie nog wél iets kan navertellen over de opvang, is Frans Langen (85) uit Arnhem. Hij was 9 jaar toen hij naar Erica kwam, met zijn ouders, een broer en vier zussen. ,,Ik kan me nog herinneren dat we vanuit Arnhem dagen lang moesten lopen. Lopen, lopen, lopen. En ik weet nog dat we op die schuit zaten vanaf Zwartsluis, en dat de volwassenen die moesten trekken. Mijn vader heeft nog meegeholpen.’’

Bij aankomst in het Drentse veendorp werd het gezin Langen gescheiden. ,,Ik kwam terecht bij de familie Meijer of Meijers, in een vrijstaand huis langs de weg van Erica naar Schoonebeek. Er waren twee of drie zoons in dat gezin, dat weet ik niet meer precies. In ieder geval waren er twee bij die voetbalden. En ik weet nog dat er in de paar maanden dat ik daar was, een varken werd geslacht. Als ik goed mijn best doe, ruik ik nog het bloed.’’

Frans had er geen moeite mee dat hij als jonge jongen niet bij zijn ouders woonde. ,,Ach, zij zaten maar een paar honderd meter verderop, bij tuinder Hofstede. En ik moest me elke dag melden bij mijn moeder hoor, voor de luizenkam. Net als mijn broer en zussen die in de buurt zaten. We hadden het goed in Erica. In Naarden aten we tulpenbollen en suikerbieten en in Erica kreeg je stamppot!’’ loading

Er was geen plan

Dat de evacués in gastgezinnen terechtkwamen was aanvankelijk niet de bedoeling. Sterker: er wás helemaal geen plan. De evacuatie bleek namelijk niet officieel. Bij aankomst, midden in de nacht, werden de opvarenden daarom eerst opgevangen in de parochie.

Het werd een onrustige nacht. De vluchtelingen, die afgemat en hongerig waren en ook nog eens werden geplaagd door schurft en luizen, waren wat al te enthousiast aangevallen op het Drentse eten. De overvloedige vette maaltijd – soep en stamppot – was slecht gevallen. De Ericase jongedames die voor hen zorgden hadden een hele kluif aan het schoonmaken van de wc’s en kleding.

Ook psychisch was er onrust. Waar moesten de daklozen heen? Burgemeester Best had het dorp verzocht de mensen niet in te kwartieren bij particulieren, omdat het om een ‘wilde evacuatie’ ging. De Ericanen besloten niet te luisteren. In de weken erna werd ongeveer de helft van de vluchtelingen verdeeld over het dorp. De rest bleef in het parochiehuis, waar onder anderen Riek Prinsen-Moorman voor hen zorgde. ,,Ze heeft daar weinig over verteld’’, zegt oudste zoon Jos Prinsen. ,,Haar vader zat in het verzet. Over de oorlog werd niet gesproken. Pas de laatste vijftien jaar heb ik wat dingetjes gehoord.’’

loading

Veel aanhangers van de NSB

Een paar jaar geleden liet Prinsen, die in 2016 overleed, zich interviewen door Boekeloo. ,,Ik heb haar gevraagd waarom zij dit verhaal nooit eerder heeft verteld. Ze zei dat ze het niet bewust had achtergehouden, maar dat het nooit ter sprake was gekomen. De oorlog was sowieso een lastig onderwerp in Erica. Het dorp ligt vlakbij de Duitse grens en er waren vooral onder de boeren veel aanhangers van de NSB. Ook burgemeester Best, sinds 1943 burgemeester van Emmen, was een NSB-burgemeester.’’

Boekeloo besloot het verhaal over de 74 evacués, van wie de laatsten op 20 augustus 1945 vertrokken, op te schrijven. Begin dit jaar werd het gepubliceerd in Kroniek van de Historische Vereniging Zuidoost-Drenthe. De Ericaan kijkt met een voldaan gevoel terug, vooral omdat hij antwoord heeft gekregen op de vraag waarom de groep eigenlijk koers zette naar Erica. Het antwoord: het geloof. Erica was een rooms-katholieke enclave in het Noorden. Er waren al vaker kindertransporten geweest naar dit dorp.

,,In het Drents Archief vonden we bewijs dat het schip in Zwartsluis is doorverwezen naar Erica omdat de evacués vrijwel allemaal katholiek waren en in Erica veel katholieken woonden. Het is mooi dat we dat nu weten. Ja, ik ben voldaan, maar ik vind het toch ook wel jammer dat het mij niet is gelukt om iedereen te vinden. En dat niet iedereen kon of wilde praten. Sommige families zeggen door de oorlog hechter te zijn geworden; in andere families is de oorlog onbespreekbaar. ,Moeder wil er niet meer over praten’, kreeg ik van een van hen te horen. Helaas is het niet iedereen gegund om te herstellen en door te vertellen.’’ loading

menu