Het laten zien van de fundamenten van de Bentheimer Poort gaat Coevorden flink wat geld kosten. Wethouder Jeroen Huizing (CDA) wil zich niet uitlaten over hoeveel, maar spreekt van een fors bedrag.

Pas na de zomer volgt er meer duidelijkheid. Huizing verwacht dat hij de gemeenteraad in de eerste vergadering na de vakantie om financiering van de plannen kan vragen.

Voorbijgangers kunnen straks aan beide kanten van de Bentheimerstraat een blik werpen op de restanten, die in 2018 en 2019 werden gevonden. Daartoe komen glazen puien in het nieuwbouwcomplex, dat aan weerszijden van de Bentheimerstraat staat gepland. Heel toepasselijk gaat dat gebouw de Poort van Coevorden heten, met aan beide straatkanten ieder negen appartementen.

loading


Onlangs is een presentatie gehouden van hoe de glazen puien geïntegreerd worden in de nieuwbouw. Projectontwikkelaar Jeroen Hoekstra is blij met het resultaat. ,,Het lijkt misschien alsof er al die tijd niets is gebeurd, maar achter de schermen is er juist volop gewerkt. Natuurlijk zou ik graag verder willen met de verdere uitwerking, maar het kost nu eenmaal tijd er iets moois van te maken.’’

Nieuwbouw even op pauze

Juist vanwege die nieuwbouw moest Coevorden snel handelen. ,,Als we niets hadden gedaan, dan waren de nieuwe fundamenten dwars door de oude gegaan’’, zegt Huizing. Hoekstra was bereid de plannen even op pauze te zetten om samen tot een oplossing te komen. En natuurlijk om de extra kosten voor de bouw van de glazen vitrines te verrekenen. Dat bedrag pakte volgens Huizing dus hoog uit, maar beide partijen zijn elkaar wat tegemoet gekomen.


loading


Amsterdammer Caspar Conijn, destijds verantwoordelijk voor de vernieuwing van het Stedelijk Museum Coevorden, is betrokken bij de presentatie van de fundamenten van de Bentheimer Poort. In eerste instantie waren er plannen om de poort na te bouwen of te visualiseren. Huizing: ,,Maar bij het maken van een nieuwe verbinding moet tegenwoordig een veel grotere afstand worden overbrugd. Vroeger was de Bentheimerstraat namelijk een stuk smaller.’’

Werda? Wie is daar?

Huizing wil niet te veel prijsgeven wat er nu wel komt. Binnenstadsmanager Gert van der Kooi vertelde bij RTV Drenthe dat er gedacht wordt aan het laten horen van de kreet ‘werda’, op het moment dat iemand de restanten passeert. Poortwachters riepen vroeger namelijk ‘werda’ (wie is daar) als iemand de stad naderde.

Coevorden telde in de middeleeuwen drie houten stadspoorten. Bij de opbouw van de vesting rond 1600 werden de drie vervangen door twee stenen bouwwerken: de Bentheimer en de Friese poort. De afbraak was rond 1870, toen de vesting werd ontmanteld.

loading


Vorig jaar werden bij opgravingen ook restanten van de Friese Poort blootgelegd. Net als die van de Bentheimer Poort werden ook deze vondsten weer bedolven onder zand. Maar de gemeente kijkt eveneens naar mogelijkheden om deze restanten te tonen. ,,Daarover komt pas veel later duidelijkheid’’, zegt Huizing.

Rekening loopt flink op

Ook deze rekening zal flink oplopen, is de verwachting. De hoge kosten ten spijt, Huizing realiseert zich dat Coevorden met de vondsten goud in handen heeft in het streven de eigen roemruchte geschiedenis meer uit te dragen. De vestingstad moet daarmee meer bezoekers en toeristen gaan trekken. Van winkel- naar bezoekersstad, is het idee.

Onder de noemer Kasteelpark liggen er allerlei plannen op tafel. Belangrijke elementen daarin zijn de terugkeer van de Markthal, de bouw van drie nieuwe panden op de plek van de Rabobank, het laten terugkeren van water waar nu nog de Notaristuin is, de aanleg van paden onder lange pergola’s aan de randen van de Weeshuisweide en de visualisatie van de Koevoorde. Die doorwaadbare plaats voor koeien, waar Coevorden zijn naam aan te danken heeft, wordt gesymboliseerd met een waterpartij die onder de straks in ere herstelde Markthal loopt en uitkomt in de haven.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe