Schrijver Kees Opmeer (rode jas) en Peter Voerman, nazaat van de turffamilie Rahder, bij de vaart in Noordscheschut waar vroeger de turfschepen vaarden.

Turftycoons met een warm hart veranderden Drenthe (en nu verschijnt er een boek over hen en hun bedrijf)

Schrijver Kees Opmeer (rode jas) en Peter Voerman, nazaat van de turffamilie Rahder, bij de vaart in Noordscheschut waar vroeger de turfschepen vaarden. Foto: Marcel Jurian de Jong

Decennialang won de familie Rahder turf langs de Hoogeveensche Vaart. De onderneming drukte in meerdere opzichten zijn stempel op Drenthe: fysiek en sociaal. Over de turfmagnaten en hun bedrijf verschijnt binnenkort een boek. ,,Ze waren hun tijd ver vooruit.’’

De historische betekenis van drie generaties Rahder in Drenthe is nauwelijks bekend. De maatschappelijke betrokkenheid, zichtbare nalatenschap en het bijzondere levensverhaal van deze verveners zijn slechts summier beschreven. Het boek Hoe de Rahders Drenthe veranderden blaast de dikke laag stof van deze familiegeschiedenis, die zich uitstrekt over een periode van zo’n honderd jaar.

De verveners stichtten dorpen, veranderden het landschap en hebben veel voor het onderwijs betekend. Ook waren ze maatschappelijke ondernemers avant la lettre . Arbeiders deelden mee in de winst en de familie probeerde de medische zorg in het zuiden van Drenthe te verbeteren.

Opkomst en ondergang van een familiebedrijf dat internationaal naam maakte in de turf

Het boek is bovenal het persoonlijke verhaal van een familie die (internationaal) naam maakte in de turf. Met sterke persoonlijkheden, gedurfde keuzes, vernieuwende concepten, interne spanningen en – uiteindelijk – de teloorgang van het bedrijf.

Peter Voerman uit Norg, kleinzoon van de laatste vervener Jaap Rahder, draagt het boek opaan zijn moeder, Jentje, die geschiedenislerares was. ,,Een vrouw die midden in het leven stond en van gezelligheid en drukte hield’’, typeert hij.

Voerman verloor haar op de dag dat zijn vader zou worden begraven. ,,De klap kwam hard aan’’, zegt Voerman over deze dramatische periode in 1996. ,,Binnen een paar dagen waren mijn broers en ik onze ouders kwijt. Veel tijd om te treuren hadden we niet. Allerlei praktische zaken moesten op stel en sprong worden geregeld.’’

Drie kisten vol geheimen bleven 23 jaar onaangeroerd

Na het overlijden van zijn moeder kreeg hij de beschikking over het familiearchief: een uitgebreide verzameling persoonlijke documenten, brieven, kaarten en foto’s. Drie kisten vol. Zo’n 23 jaar bleven ze onaangeroerd.

In het boek werpt Voerman, ambtenaar sociaal beleid bij de provincie Drenthe, daarover vragen op: ,,Hoe heb ik ze zo lang dicht kunnen houden? Hoe heb ik zo lang weerstand kunnen bieden aan al die geheimen waarmee de koffers zijn volgestouwd?’’

Zijn antwoord: ,,Misschien wist ik diep van binnen wat de gevolgen waren: op het moment van openen is er geen weg meer terug.’’

(Tekst leest door onder de foto)

loading

Ook de Canon van Drenthe schrijft met geen letter over de Rahders

De drie kisten vormen een schatkamer vol geheimen, meent schrijver Kees Opmeer uit Ruinen. Hij is bevriend met Voerman en stelde het boek samen.

Opmeer weet niet waarom de familie geen plek kreeg in de geschiedenis van Drenthe. ,,Ik kan daar niet de vinger op leggen. Zelfs de Canon van Drenthe , waarin de vervening aan de orde komt, wijdt geen letter aan de familie Rahder.’’

Voerman vermoedt dat de geschiedenis van zijn familie versnipperd is geraakt doordat in Drenthe meer veenbazen in de turfwinning actief waren. ,,Ik zie het boek niet als een eerherstel’’, zegt hij, na lichte aarzeling. ,,Van mij hoefde de familie geen groot podium te krijgen, daar voel ik me niet toe geroepen.’’

,,Maar’’, vervolgt hij, ,,ik ben wel erg geïnteresseerd in geschiedenis, hoe men vroeger leefde. Het boek kan bijdragen aan de waardering voor mijn voorouders. Het is ook mijn manier om mijn familie te behoeden voor de vergetelheid. Dat verdienen ze.’’

Welvarende wijnhandelaren uit Amsterdam stappen in de Drentse turfwinning

Opmeer hoort het glimlachend aan. ,,Ik heb heel lang moeten zeuren’’, zegt hij. ,,Ik moest Peter er echt van overtuigen dat over zijn familie een bijzonder en uniek verhaal te vertellen is. Het boek is veel meer dan een tijdsbeeld van de turfwinning, Het belicht bijzondere mensen, met een sociaal hart, die Drenthe op de kaart hebben gezet. Het boek brengt hen weer tot leven.’’

Voor Drenthe is het veen van groot belang geweest. Het trok investeerders aan en zorgde voor werkgelegenheid. Voerman: ,,Kijk alleen al naar mijn familie, van oorsprong welvarende wijnhandelaren uit Amsterdam. Ze gooiden het roer om en vestigden zich in Drenthe om daar gebieden te ontginnen.’’

Het ‘bruine goud’ biedt de arme streek ook perspectief, vooruitgang en zelfs welvaart

Toch associëren velen het veen met armoede, werkloosheid en laaggeletterdheid. Een negatief imago. Turf, jenever en achterdocht, wie kent de drie-eenheid niet? Maar dat beeld doet de waarheid geweld aan, meent Opmeer. ,,Turf bood ook perspectief, vooruitgang en zelfs welvaart. Duizenden arbeiders verdienden op deze wijze hun brood. Het verzachtte de woon- en leefomstandigheden doordat er in het gebied werd geïnvesteerd.’’

Natuurlijk viel er ook veel geld te verdienen. Turf was de olie van de Gouden Eeuw. Veenbazen waren heuse captains of industry . Niet voor niks werd gesproken van het ‘bruine goud’.

Door de industrialisatie nam halverwege de 19e eeuw de vraag naar turf explosief toe. Het werd als brandstof gebruikt om de huizen te verwarmen. Maar er was ook turf nodig om de stoommachines te laten werken die in steeds meer fabrieken werden gebruikt.

Volgens burgemeester Karel Loohuis van Hoogeveen, die het voorwoord schreef, is het succes van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) mede te danken aan de vervening in deze regio. ,,Al lezende drong pas goed tot mij door hoe belangrijk de familie Rahder is geweest voor onze regio’’, schrijft Loohuis.

Het Drentse Californië lokt investeerders met turfkoorts

In herensociëteiten in het Westen werd gesproken over ‘het Drentse Californië’, omdat de turfkoorts overeenkomsten vertoonde met de goudkoorts die heerste in deze Amerikaanse staat.

Een van die investeerders was wijnhandelaar Johan Coenraad Rahder, geboren in 1812 in Amsterdam. Samen met zijn partners verwierf hij veel grond in het zuiden van Drenthe. En Coen, zoals de stamvader genoemd wilde worden, vestigde zich als een van de weinige veenbazen in deze provincie.

,,Amsterdam werd steeds smeriger’’, legt Voerman uit. ,,De grachten deden dienst als open riool en verspreidden een enorme stank. In de volksbuurten heerste armoede, werkloosheid en ziekte. Coen wilde naar de frisse, gezonde lucht.’’

(Tekst leest door onder de foto)

loading

Rahders echtgenote had nog nooit van Drenthe gehoord

Zijn vrouw had nog nooit van Drenthe gehoord, maar wilde onder voorwaarden wel mee. Zo moest er goed onderwijs zijn en dito medische voorzieningen. Opmeer: ,,Die waren er natuurlijk niet, in die tijd. Maar Rahder heeft er persoonlijk voor gezorgd dat ze er wel kwamen.’’ Hij stichtte een school in Tiendeveen en zette zich later, als raadslid, in voor de komst van een medische post in Hoogeveen.

De familie vestigde zich in huize Nieuweroord dat later uitgroeide tot het gelijknamige dorp. Vervolgens verhuisde men naar het statige Valkenheim om daarna in Huize Blokland in Noordscheschut te gaan wonen. Het gezin kreeg achttien kinderen, van wie er twaalf in leven bleven.

De Rahders raakten verknocht aan Drenthe, weet Voerman. Noordscheschut en Nieuweroord hebben hun bestaan aan deze familie te danken. Ze legde bossen aan, zoals het Kremboong in de buurtschap Siberië, en liet kanalen en wijken graven.

Het familiebedrijf groeide uit tot een van de modernste ondernemingen van die tijd. De jaarlijkse turfproductie van de firma Rahder was gestegen tot 10 miljoen stuks ‘van uitstekende kwaliteit’. Er werkten indertijd bijna tweehonderd arbeiders bij de turffabriek. In 1880 behoorde de veenderij bij de grootste van het land.

Soms knetterde een familieruzie van het papier

In de loop der tijd breidde de onderneming zich langs de Hoogeveensche Vaart uit tot het Amsterdamscheveld ten zuiden van Emmen. Coen Rahder reisde geregeld naar Frankrijk om zich op de hoogte te stellen van de nieuwste technieken.

Hij toonde lef, was veelzijdig, vooruitstrevend en sociaal bewogen, maar had ook een andere kant. Opmeer: ,,Coen was overtuigd van zijn eigen gelijk en daardoor vreselijk eigenwijs. Hij was geen gemakkelijke man.’’

Conflicten lagen voortdurend op de loer, zelfs met zijn eigen kinderen. Dat blijkt ook uit de vele brieven die ze elkaar schreven. Soms knetterde een ruzie van het papier. Een aantal kinderen keerde het veen de rug toe en zocht hun heil weer in de lucratieve wijnhandel in het Westen.

Het einde nadert: turf als brandstof wordt afgedankt

Na de hoogtijdagen begon het veengebied begin jaren 30 de economische crisis te voelen. Ter illustratie: in 1930 werkten er nog zesduizend mensen in de turfwinning: bijna de helft van de beroepsbevolking. In 1937 was dat aantal gedaald tot 2500 arbeiders.

In het volgende decennium nam de afzet steeds verder af, omdat het Ministerie van Economische Zaken de steunmaatregel voor turf introk. Deze brandstof was niet langer nodig. Steenkool en olie waren in opkomst.

Door de teruggang in de turfwinning zochten veel veenarbeiders ander werk, vooral in de opkomende industrie in Emmen en omgeving. Het was doorgaans beter betaald en, niet onbelangrijk, minder zwaar.

In 1963 nam Jaap Rahder, de laatste vervener uit de familie en opa van Peter Voerman, het besluit om te stoppen met de fabriek. Zijn gezondheid nam af en het perspectief voor de turfwinning verdween als sneeuw voor de zon. Er restte hem niets anders dan zijn bedrijf te verhuren aan boeren uit de omgeving die het verveende land gebruikten als landbouwgrond.

Daarmee kwam een eind aan de vervenersfamilie die ook in sociaal-maatschappelijke zin haar voetafdruk in Drenthe heeft achtergelaten. Opmeer: ,,De Rahders waren hun tijd ver vooruit en hebben Drenthe veranderd, in bescheiden mate, maar toch.’’

Volgens hem zijn er zelfs aanwijzingen dat de familie de hand heeft gehad in de komst van station Hoogeveen. ,,Hard bewijs ontbreekt’’, zegt Opmeer. ,,Maar de verdenking is groot. Een belangrijke aandeelhouder van de turffabriek was directeur van de Nederlandse Spoorwegen. De familie had er alle belang bij dat het station er kwam, in verband met de afvoer van het turf.’’

Een veenbaas met oog voor de arbeiders en hun leven

Peter Voerman kan zich voorstellen dat hij, net als zijn voorouders en opa Jaap, ook veenbaas zou zijn geworden. ,,Dat past wel bij mij, de hele dag buiten zijn, op het land. En dan oog hebben voor de arbeiders en hun leven.’’ Nog steeds doemen soms beelden uit het verleden op. Wanneer hij bijvoorbeeld de geur van turf ruikt of het veenpluis ziet bloeien. ,,Die associatie is zó sterk.’’

Voerman identificeert zich het meest met zijn opa, die ook een rustig karakter had. De twee hadden een bijzondere band. Voerman was als klein jochie bijna dagelijks met hem in het veen en zag hoe op vrijdag de loonzakjes aan de arbeiders werden uitgedeeld. Net als stamvader Coen had Jaap ook oog voor de noden van de mensen.

,,Opa had voor vrijwel iedereen een woord en stopte sommigen die het thuis zwaar hadden wat extra’s toe. Hij wilde geen strenge, harde veenbaas zijn. Dat zorgzame zit trouwens wel in de genen van de Rahders. Ik heb me ook altijd meer een Rahder dan een Voerman gevoeld.’’

(Tekst leest door onder de foto)

loading

De tijd zit Voerman bijna op de hielen

Vlak voor zijn dood bezocht de jonge Voerman zijn grootvader, die 64 is geworden. Uit het boek: ’Duidelijk zie ik nog voor me hoe hij daar onder de witte lakens lag, zwak en uitgeput, mijn anders zo sterke opa, nu bijna onherkenbaar. Dat beeld maakte me onzeker. Ik durfde de uitgestoken hand van mijn opa niet vast te pakken. Had ik het maar wel gedaan’.

Het staat hem, zo’n 54 jaar later, nog altijd helder voor de geest. ,,Die blik van een man die wist dat hij doodging ...’’ Toen Voerman recent zelf in het ziekenhuis verbleef na een operatie wilde hij ook niet dat zijn kleinkinderen op bezoek kwamen. ,,Ik wilde hen niet in verlegenheid brengen. Zonder er dramatisch over te doen: ik gun ze een andere manier om afscheid te kunnen nemen.’’

Peter Voerman (61) is nazaat van een familie waar velen niet ouder werden dan 65 jaar. Wat dat betreft zit de tijd hem bijna op de hielen. Zijn moeder Jentje, bijvoorbeeld, stierf ook op die leeftijd. Al vroeg openbaarden zich problemen met haar hart, een erfelijke kwaal.

,,Ik weet nog dat ze haar 65ste verjaardag uitbundig heeft gevierd’’, zegt Voerman. ,,Ze was daarmee al een van de oudste familieleden ooit. Later dat jaar overleed ze.’’

Nu hij zelf ook de 60 gepasseerd is, speelt leeftijd onbewust een rol. ,,Maar ik ben er niet heel erg mee bezig’’, wuift Voerman het onderwerp een beetje weg.

De verhalen komen tot leven

Terug naar het boek, waar streekhistoricus Albert Metselaar uit Hoogeveen toezag op de juistheid van feiten. Nu het klaar is en binnenkort wordt gepresenteerd, valt bij de kleinzoon van de laatste Rahder-vervener een last van de schouders.

,,Je bent er zó intensief mee bezig, dat het obsessieve trekjes krijgt’’, lacht Voerman. ,,Vraag mijn vrouw maar. Ik leefde als het ware een tijd in het verleden, doordat al die verhalen tot leven kwamen. Het is goed om me weer tot het hier en nu te bepalen.’’

Aan het eind van het gesprek laat Voerman nog even de kamer zien waar het familiearchief ligt opgeslagen. ,,Welkom in het Rahderrijk.’’ Aan de wand hangt een portret van een ernstig kijkende (jonge) Jan Rahder en een schilderij van Huize Valkenheim in Noordscheschut uit 1860, gemaakt door landschapsschilder Andreas Gerrit Jacobsen.

Die afbeelding siert ook de omslag van het boek, dat op 10 juni ten doop wordt gehouden. In Hoe de Rahders Drenthe veranderden spreekt Voerman de hoop uit dat zijn familie recht is gedaan, maar vooral dat zijn moeder trots is op dit boek. En?

Voerman denkt na, tuit z’n lippen en knikt. ,,Het is een eerlijke, uitgebalanceerde weergave, geen eenzijdige lofzang of hagiografie. Ik koester dit verhaal.’’

menu