Vakidioot Roy Meijer (27), een bevlogen jonge boer in Witteveen: over stikstof, klimaat en biodiversiteit

Roy Meijer boert in Witteveen. Foto: Gerrit Boer

Steeds meer en scherpere bedrijfsregels. Klem tussen oprukkende woningbouw en beschermde gebieden. Een toenemend onbegrip van de maatschappij. Wie nu nog boer wordt moet wel een vakidioot zijn. Roy Meijer (27) uit Witteveen is zo’n bevlogen jonge boer.

Zijn gele T-shirt met het opschrift Colombia zegt meer dan je in eerste instantie denkt. Hij is er geboren, in de hoofdstad Bogota. Werd geadopteerd en kwam als jonge baby naar Nederland. Groeide op in Witteveen op de boerderij, maar was niet van plan 'automatisch' boer te worden.

Sterker: Roy Meijer keek 20 jaar lang niet naar het bedrijf om. Hij studeerde geschiedenis („bachelor hoor, niet groter maken dan het is”) en koos daarbij toch voor een agrarisch getint afstudeerproject: de naoorlogse technologische innovaties in de landbouw.

Ineens viel het kwartje: ik wil boer worden. Sinds drie jaar zit hij samen met zijn ouders in de maatschap.

De koeien kauwen en herkauwen, drinken wat of laten zich masseren

Opa Meijer begon bijna 65 jaar geleden met vier melkkoeien. In Leggeloo, een buitendorp bij Dwingeloo. Via Laaghalerveen kreeg het (toen nog) gemengde bedrijf in 1986 vaste voet aan de grond in Witteveen. Vandaag de dag beslaat de onderneming 136 hectare, worden er 250 koeien gemolken en telt de veestapel inclusief jongvee ongeveer 350 dieren. ,,Een prachtig bedrijf’’, zegt Meijer met pretoogjes.

Op de dag van het gesprek is het warm, héél warm. Maar net als in de bedrijfskantine is het koel in de stal. De grote baanderdeuren aan voor- en achterkant staan tegen elkaar open. Kloeke ventilatoren zorgen voor een aangename luchtcirculatie.

De dieren kunnen naar buiten, maar kiezen ervoor binnen te blijven. Ze kauwen en herkauwen, drinken wat of laten zich masseren. Huh? Niet door mensenhanden, maar door ronddraaiende borstels die op rughoogte op meerdere plekken in de stal hun dankbare werk doen. Chill.

,,Als je niet gezond bent, kun je niet presteren. Dat geldt ook voor dieren. Elke dag produceren ze melk, vlees en bijvoorbeeld eieren. Wij hebben alleen koeien. Die moeten zich happy voelen en daarvoor ben ik als boer verantwoordelijk. Als je daar niets mee hebt is het lastig boeren. Het is een manier van leven, 24/7. Ja, ook ‘s nachts als er een kalf wordt geboren.’’

'Ik ben gek op pieren, schimmels, bacteriën. Alles staat of valt bij de bodemvruchtbaarheid'

Comfortabele stal, goed eten en tevreden koeien. Maar wat je niet ziet is volgens Meijer het fundament onder het bedrijf: het leven onder de groene graszoden. ,,Ik ben gek op het bodemleven. Pieren, schimmels, bacteriën. Ja, er zijn héél veel beestjes voor ons aan het werk. Alles staat of valt bij de bodemvruchtbaarheid. Is die goed, dan krijg je gezonde gewassen, gezond voer en gezonde koeien, die de melk leveren waarvan wij onze rekeningen betalen.’’

Meijer is ervan overtuigd dat de biodiversiteit onder de zoden nog belangrijker is dan wat je boven het maaiveld ziet. ,,Je kunt een prachtige bloementuin hebben, die er geweldig uitziet. Maar als de biodiversiteit onder de grond niet goed is zul je niet lang plezier beleven aan de tuin.’’

Met zijn bovengemiddelde aandacht voor het ondergrondse reilen en zeilen zet Meijer de traditie van zijn opa en vader voort. ,,Als één van de door de overheid aangewezen proefbedrijven in de zoektocht naar de juiste evenwichtsbemesting. Wij doen een poging om met onze eigen drijfmest optimale voedingswaarden in de bodem te krijgen. We kijken heel goed naar wat we de afgelopen drie jaar hebben gewonnen aan gewassen en wat we in ruil daarvoor moeten teruggeven aan de bodem. Dat luistert heel nauw.’’

Stikstof, klimaat en biodiversiteit bepalen de toekomst van de landbouw

In de afgelopen decennia kregen boeren de ene na de andere beleidswijziging te verstouwen. En dat zal niet stoppen. Volgens Meijer zijn er drie grote onderwerpen die de toekomst van de landbouw bepalen: stikstof, klimaat en biodiversiteit.

,,Om aan die ontwikkelingen en veranderingen het hoofd te kunnen bieden moet je als boer kunnen beschikken over geld om te investeren in je bedrijf. Neem de uitstoot van methaangas. Die moet naar beneden. Dat betekent dat je moet kunnen investeren in andersoortig voer, een andere wijze van mestopslag. En dat is nog maar één van de veranderingen. Wie kan beschikken over geld kan overleven, de rest krijgt het zwaar.’’

Met lede ogen ziet de jonge boer aan dat veel van zijn collega’s ermee stoppen. Een leek zou zeggen: des te groter is de koek voor degenen die doorgaan. ,,Wat op dit moment ook heel erg speelt is de strijd om de ruimte, die steeds heviger wordt. Aan de ene kant rukt de verstedelijking op en aan de andere kant wordt steeds meer gebied tot natuur gemaakt. Daartussen zit de boer.”

„De ruimte wordt dus steeds kleiner. In de discussie over de verdeling van de ruimte moet de agrarische sector een sterke en serieuze stem hebben. De samenleving moet ons ook de ruimte gunnen om het verdienmodel te kiezen dat bij ons past.’’

‘Natuur en landbouw kunnen heel goed naast elkaar bestaan’

Vanuit de woonkamer kijkt Roy Meijer uit op natuurgebied het Mantingerzand, onderdeel van het Mantingerveld, dat voor een groot deel is 'gebouwd' op agrarische grond. ,,We hebben nauwelijks natuur in Nederland, we maken natuur. Van gemeenschapsgeld. En dat is prima, want natuur en landbouw kunnen heel goed naast elkaar bestaan, maar nogmaals, dan moet je elkaar wel de ruimte gunnen.’’ Om eraan toe te voegen: ,,Ik ben wel blij dat wij aan deze kant van het kanaal zitten’’, wijzend naar de harde grens voor het huis.

Is boer zijn een recht? ,,Nee, maar ik ben wel eigenaar van deze grond en deze gebouwen.’’ Eerder een voorrecht, vindt hij. Wat dat betreft betreurt Meijer het dat het draagvlak voor zijn sector afbrokkelt en dat de kloof tussen boeren en de rest van de wereld groter wordt. ,,En waarom? Elk agrarisch product van Nederlandse bodem is van hoge kwaliteit. Wij behoren tot de wereldtop. Daar ben ik trots op.’’

De melkveehouderij van de familie Meijer ontvangt ook groepen. ,,Nu even niet vanwege de corona, maar normaal gesproken komen hier geregeld groepen kinderen van basisscholen. Kunnen ze met eigen ogen zien hoe het er op een boerderij aan toe gaat. En dat is geweldig. Vroeger wist iedereen waar de melk vandaan komt, maar dat is nu lang niet meer zo vanzelfsprekend. Soms zijn ze verbaasd dat dit geen industriële omgeving is. Dit is toch een melkfabriek, hoor ik dan. Als het even meezit en er zijn ook ouders bij, dan komen ook de inhoudelijke gesprekken op tafel. Worden we er rijk van? Nee. Maar het is wel heel belangrijk om te doen.’’

‘Juist omdat hier veel aandacht is voor dierenwelzijn is ons vlees van topkwaliteit’

Een onderwerp dat geregeld de revue passeert zijn de kiloknallers. Als vlees voor dumpprijzen wordt verkocht dan kan het niet anders dan dat het bar is gesteld met het dierenwelzijn. ,,Maar komt dat vlees van Nederlandse bodem? In de supermarkt zie ik goedkoop rundvlees uit Brazilië liggen, terwijl wij kwaliteitsvlees op stal hebben staan. Raar? Juist omdat hier veel aandacht is voor dierenwelzijn is ons vlees van topkwaliteit en daardoor te duur voor de interne markt. In het buitenland wordt dat wél gewaardeerd en dus wordt het geëxporteerd.”

„Stalletjes langs de weg, boerderijwinkels, melktaps en tulpenautomaten; ik vind het geweldig. Maar we redden het niet met alleen de rechtstreekse verkoop. En zolang we toestaan dat er agrarische producten worden geïmporteerd, moeten we als samenleving ook accepteren dat onze producten de grens overgaan.’’

Voedsel moet betaalbaar blijven, stelt Meijer, maar zolang voor buitenlands vlees andere eisen gelden op het vlak van dierenwelzijn zal het prijsverschil blijven bestaan. ,,Een oplossing kan zijn dat aan vlees uit het buitenland dezelfde strenge welzijnseisen worden gesteld als aan Nederlands vlees. Maar dan rijst de vraag of je als consument voor het dierenwelzijn moet betalen of dat een overheid dat namens de samenleving netjes betaalt aan de boer, zodat hij zijn producten voor een normale prijs aan de man kan brengen. Vergeet niet: de Arabische Lente is ontstaan uit onvrede over de hoge graanprijzen.’’

'Voor het stikstofprobleem moet een oplossing denkbaar zijn'

Ook Roy Meijer was boos en liet zijn stem horen in Den Haag. ,,Klopt, maar daarnaast was ik namens het Drents Agrarisch Jongeren Kontakt een van de organisatoren van de demonstratie op 14 oktober bij het provinciehuis in Assen. Deze demonstratie was gericht op het intrekken van de toen net gevormde stikstofbeleidsregels. Wij, de mensen, hebben bedacht dat er natuur moet komen en dat er regels moeten zijn om die natuur te beschermen. We hebben het zelf verzonnen, dus is het stikstofvraagstuk in werkelijkheid een papieren probleem.”

„Maar als je dan hoort dat boerenbedrijven die al sinds jaar en dag op een bepaalde plek zijn gevestigd illegaal zijn vanwege de stikstof, en dat de veestapel maar met de helft moet inkrimpen, dan word je boos. Iedere boer woont en werkt op zijn erf. Zijn bedrijf is zijn thuis. Dat geef je niet zomaar op. Als je van buitenaf wordt bedreigd, ga je in de beschermmodus. Dat is niet meer dan logisch.’’

Het proces is bepalend voor de uitkomst, zegt Meijer. Ondanks de beschuldigende vingers heeft hij de stikstofimpasse als feit geaccepteerd. En omdat het, in zijn ogen, een bedacht probleem is, moet ook een oplossing denkbaar zijn. ,,Maar betrek de landbouw bij de oplossing. Minister Schouten stort gewoon haar veevoermaatregel uit over de sector. Als ze het slim had willen aanpakken had ze samen met de sector een maatregel bedacht. Dat heeft ze nagelaten. Ze heeft haar eigen zin doorgedrukt, omdat ze onder druk van het kabinet en van andere sectoren stikstofruimte moest leveren voor de bouw. Dat was belangrijker dan fatsoenlijk met de sector een plan verzinnen om die stikstofruimte te creëren. We komen alleen uit deze crisis als er draagvlak is voor het probleem en voor de oplossing. Geen draagvlak, geen oplossing.’’

„In Drenthe daarentegen is sinds de actie bij het provinciehuis veel gebeurd. We zijn in goed overleg met de provincie om tot oplossingen te komen. Daaraan kan de minister een voorbeeld nemen.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe