Van nieuwbouwhuis naar landgoed: Jermo en Wendy wonen op Overcingel in Assen

Jermo Tappel is monumentenbeheerder bij Het Drentse Landschap. Samen met zijn vriendin Wendy Janssen woont hij sinds september op landgoed Overcingel in Assen. Een droom, maar ook hard werken.

Het is inmiddels zo’n drie, vier jaar geleden. Jermo Tappel en Wendy Janssen lopen op een zaterdagmiddag samen over het bekende landgoed Overcingel. Staand tussen de krokussen kijken ze in de richting van het 250 jaar oude woonhuis, even verderop. Hoe gaaf zou het zijn als je op zo’n plek zou mogen wonen? Midden in Assen, vijf hectare land om je heen en een huis waarin je de geschiedenis gewoon kunt voelen en ruiken. Een droom.

April 2020. Jermo en Wendy zitten op negentiende-eeuwse stoelen rondom een gigantische antieke haard. In de hoek van de salon waarin ze zich bevinden staat een oude vleugel en de muren hangen vol portretten van al lang overleden figuren. Door de hoge ramen kijken ze uit over de Engelse tuin, over het kronkelpaadje waar ze nog niet zo lang geleden liepen te dromen.

„Zo’n plek met zo’n uitzicht, midden in de stad. Dat krijgen we, als we hier ooit weggaan, nooit meer”, zucht Wendy. „Het is hier echt prachtig. Dat wij hier nu zo zitten, is heel bijzonder. Dat realiseren wij ons zeer.”

Laatste bewoner

Maar hoe zijn de twee hier terechtgekomen? Daarvoor moeten we een jaar terug in de tijd. In februari 2019 overlijdt Henk van Lier Lels, de laatste bewoner van Overcingel. Het landgoed is dan al bijna 250 jaar lang in bezit van dezelfde familie. Al voor zijn overlijden heeft Van Lier Lels contact met Stichting Het Drentse Landschap, de grootste monumentenbeheerder in Drenthe. Na zijn dood wordt de overdracht snel geregeld.

„Toen duidelijk werd dat onze stichting het landgoed in juni geschonken zou krijgen, wilden we zo snel mogelijk zorgen dat het beheer goed werd overgenomen”, legt Jermo uit. „Ik ben gebouwenbeheerder en monumentenadviseur bij Het Drentse Landschap. Omdat bewonen nog altijd de beste beveiliging is en je hier dag en nacht oren en ogen op het landgoed nodig hebt, heeft mijn werkgever gevraagd of wij hier niet tijdelijk wilden gaan wonen, totdat het gebouw klaar is voor herbestemming.”

De vraag komt toevallig op een moment dat het stel hun woning aan het verkopen is. Wendy: „Toen de vraag kwam, zei ik direct dat we het moesten doen. Jermo twijfelde nog een beetje, omdat werk en privé hier wel heel erg door elkaar lopen. Ik dacht, hoe gaaf is dat? Wonen in een landhuis, dat maak je nooit meer mee. En die tuin in de zomer, geweldig.”

Jermo knikt. „Het is natuurlijk wel een behoorlijke verantwoordelijkheid die je neemt. Alles wat hier gebeurt moet je overzien. En er gebeurt van alles. Rioolverstoppingen, lekkages, de stroomvoorziening moest allemaal nagekeken worden. Er waren best wel onveilige situaties. In het begin was het wel even aanpoten om het hier bewoonbaar te maken.”

loading  

Heimweekamer

Toch heeft de laatste bewoner het huis in goede conditie achtergelaten, vindt Jermo. Door zijn werk weet hij hoe arbeidsintensief het is om zo’n oud huis in stand te houden. Henk van Lier Lels stond erom bekend te vechten voor zijn landgoed en heeft, ook de laatste jaren, goed op het familiebezit gepast.

„Bijzonder is dat dit landhuis middenin de stad ligt”, gaat Jermo verder terwijl hij de salon verlaat en naar de aangrenzende eetkamer loopt. „In de achttiende eeuw, toen dit soort huizen werden gebouwd, waren het buitenplaatsen. In de wintermaanden woonde men in de stad, in de zomer op de buitenplaats. Hier woonde men het hele jaar door, destijds net aan de rand van de stad. Nu is Assen helemaal om het landgoed heen gegroeid.”

Hij wijst om zich heen. „Ik noem dit de heimweekamer. Johannes van Lier, de man die in 1776 opdracht gaf tot de bouw van dit huis, kwam uit Rotterdam. Hij heeft zichzelf omhooggewerkt tot ontvanger-generaal van Drenthe, maar had altijd heimwee naar zijn geboortestad. De wanden van deze kamer zijn allemaal beschilderd. Je ziet de havenpoort van Rotterdam en bootjes waarmee wijnhandel werd bedreven. Allemaal referenties naar zijn jeugd, zijn vader was namelijk ook wijnhandelaar. Prachtig en heel uniek dat dit 250 jaar lang bewaard is gebleven.”

De oude behangschilderingen zijn niet het enige dat niet of nauwelijks is veranderd in de loop der tijd. Ook het ontwerp van het gebouw zelf is nog steeds goed zichtbaar. Veel oude landhuizen zijn meer dan eens aan de heersende mode aangepast. Ook op Overcingel is een en ander verbouwd, maar op een kleinschalige en sobere manier. Wie voor het huis staat, ziet nog altijd het gebouw zoals de architect het destijds voor ogen had.

Geen Ikea

Net zo origineel als de buitenkant is de inventaris ook nog, zegt Jermo. „Veel van dit soort landhuizen werden geconfisqueerd door de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daarbij is veel meubilair verloren gegaan. En dan heb je ook nog vererving, zo’n familie groeit en het meubilair wordt verdeeld over verschillende gezinnen en families. Dat is hier eigenlijk nooit gebeurd.”

Veel van de meubels die hier honderd jaar geleden stonden, staan er nu nog. „Her en der mankeert er nog wel wat aan, maar het feit dat alles zo bij elkaar is gebleven, aangeschaft door de mensen die hier woonden en er gebruik van maakten, is bijzonder. Ikea kom je hier niet tegen, haha.”

Jermo en Wendy komen zelf niet zoveel in de salon en de chique dineerkamer. Net als Henk van Lier Lels wonen ze vooral aan de andere kant van de gang, in wat vroeger de keuken was. Daar hebben ze met wat eigen spullen geprobeerd een eigen plekje te creëren. „Op een gegeven moment kom je al snel weer in je normale ritme”, zegt Jermo. „Je gaat gewoon naar je werk en kookt ‘s avonds je eten. Eigenlijk went het snel.”

Wendy lacht. „Als mensen bij ons over de vloer komen, willen ze allemaal het verhaal horen en rondgeleid worden, voordat ze eigenlijk met je gaan zitten. Op die momenten besef je weer hoe bijzonder het eigenlijk is. En in de weekenden, als we een rondje kunnen hardlopen door onze eigen tuin, of bij speciale gelegenheden. Zo vierden we kerst met familie en vrienden in de chique eetkamer. Heel bijzonder.”

Het kan zomaar zijn dat Wendy en Jermo de komende jaren nog blijven wonen op Overcingel. En dat is best hard werken. Het onderhoud en dagelijks beheer is erg arbeidsintensief en alleen het schoonmaken al is heel veel werk. Jermo: „En ondertussen krijg je talloze aanvragen van mensen die hier iets willen organiseren of trouwfoto’s willen maken. Ik kan mij nu pas echt voorstellen wat voor zorgen de laatste bewoner moet hebben gehad over zijn landgoed.”
 

menu