Dagblad van het Noorden vertelt de komende weken verhalen vanaf het boerenerf in Groningen en Drenthe. Vandaag vanuit Wapserveen, over boerenzonen, -dochters en bedrijfsopvolging.

Naast het woonhuis bij de eerste boerderij aan de Oosterbutenweg in Wapserveen staat een grote houten ooievaar in de tuin, met een mand in de bek waar een melkfles uitsteekt. Daarnaast een groot projectbord. ‘Boerin van de toekomst. Uitvoerder Ellen, aannemer Auke.’ Aan de groen geschilderde deur van de gerenoveerde schuur hangt een spandoek met in zwarte letters de naam: Nora.

Boerin van de toekomst?

,,Wie zal het zeggen’’, zegt Auke Spijkerman (30) lachend, zittend aan de bar in de keuken. Overwegend roze gekleurde kaarten vullen twee meterslange vensterbanken. Op de onderarm van de jonge vader ligt de potentiële zevende generatie boer in Wapserveen nog rustig te slapen. Een wolk van een baby.

Naast de ooievaar komt geen ‘te koop’ bord

Aukes zus Ine heeft het projectbord in de tuin bedacht. Sterker nog, de toekomst van het bedrijf is mede mogelijk gemaakt door haar. Weloverwogen heeft zij ingestemd met bedrijfsovername die in volle gang is, vertelt Auke.

De biologische melkveehouderij van maatschap Spijkerman-Duiven is op dit moment nog van boerendochter Ria (57, de moeder van Auke en Ine) en boer geworden burgerman Ton (66, de vader) en hun zoon Auke, die uiteindelijk alles zal overnemen. Een aanzienlijk deel van de waarde blijft daarmee in het bedrijf. Naast de ooievaar komt geen ‘te koop’ bord in de tuin.

Auke kwam in 2015 terug van een jaar werken op een melkveebedrijf in Nieuw-Zeeland. Zeker van zijn wens om het familiebedrijf over te nemen stapte hij meteen in de maatschap, die de biologisch geproduceerde melk levert aan de coöperatieve zuivelfabriek Rouveen Kaasspecialiteiten. De melkveehouderij werd sindsdien uitgebreid van zestig naar negentig koeien en op zijn initiatief werd geïnvesteerd in de opstallen. Het bedrijf moest toekomstbestendig gemaakt. De hele familie is er trots op dat dat is gelukt.

Wat Auke benadrukt is dat zijn zus, woonachtig in Utrecht, nauw betrokken is geweest bij gesprekken over de overname van de maatschap.

,,Als we alle grond die we hebben op de marktwaarde zouden zetten, ongeveer 60.000 euro per hectare, zou ik dit bedrijf nooit kunnen overnemen. We hebben 48 hectare. Dat krijg je bij de bank niet geregeld. Je hebt een stuk gunning nodig. Van je ouders, maar daarmee ook van andere familieleden. Mijn zusje heeft altijd gezegd: ik vind het fantastisch als jij hier boer wordt. Zij vindt het belangrijker dat de waarde binnen het bedrijf blijft dan dat ze er zelf meer van krijgt. Daar ben ik heel blij mee, maar binnen een familie kan zoiets wel spanningen opleveren.’’

Familiebezit blijft familiebezit

Zo gaat het vaak, weet Jelle Bouma, onderzoeker aan het lectoraat familiebedrijven van de christelijke hogeschool Windesheim in Zwolle.

,,Familiebezit blijft familiebezit, het gaat van de ene generatie op de andere generatie, dat is in de agrarische sector eigenlijk de normaalste zaak van de wereld. Maar het is natuurlijk best bijzonder. Ik denk dat er geen sector is waar bedrijfsovername door familie vaker plaatsvindt. En wat die bedrijfsovernames typeert is dat binnen een gezin vaak maar één van de kinderen het bedrijf, waar heel veel kapitaal in zit, overneemt. De rest moet zich daar naar schikken. De opvolger krijgt daarmee relatief meer dan de andere kinderen. Wanneer je daar niet goed over praat is de kater vaak des te groter.’’

Het aantal succesvolle bedrijfsoverdrachten moet omhoog

Bedrijfsovername is mede daardoor wel een grote uitdaging voor agrarische familiebedrijven. Slechts veertig procent van de Nederlandse boeren boven de 55 jaar verwacht een opvolger te hebben, becijferde het CBS vier jaar geleden.

Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zetten zich sinds 2019 extra in om het aantal succesvolle bedrijfsoverdrachten te verhogen. Onderdeel van dit beleid is het oprichten van een kenniscentrum waar de sector voordeel uit kan halen.

Een van de projecten die voor meer kennis moet zorgen heet ‘de zachte kant van opvolging’, een onderzoek dat mede door Bouma wordt uitgevoerd onder de vlag van Windesheim, in samenwerking met LTO Noord, het NJAK, Fries Sociaal Planbureau Aeres Hogeschool en Van Hall Larenstein.

,,We doen eigenlijk drie dingen. We inventariseren welke informatiebehoefte agrariërs hebben en waarin ze geadviseerd wensen te worden. We onderzoeken bij welk soort bureaus zij doorgaans terechtkomen. En we analyseren bij wie binnen de familie de adviseurs terecht komen en hoe dat advieswerk verloopt. We verzamelen uiteindelijk informatie over bedrijfsovername ten behoeve van de adviseurs en de boeren zelf.’’

Tijd om ‘uit huis’ te gaan voor moeder Ria en vader Tom

Halverwege de middag komt moeder Ria aangefietst in Wapserveen. Op haar initiatief nam de familie deel aan een van de onderzoeken van Windesheim, waardoor ze veel meer adviezen kregen, meer inzicht hadden, dan toen zij de maatschap van haar vader overnam.

Ria en Ton wonen tegenwoordig vijfhonderd meter verderop. Toen Auke en zijn vriendin Ellen - dochter van een Brabantse varkensboer, zelf werkzaam bij een veevoerbedrijf - vorig jaar op de boerderij gingen wonen was het tijd voor Ria en Tom om ‘uit huis’ te gaan.

,,Inmiddels ben ik daar aan gewend, maar in het begin vond ik dat wel even lastig’’, vertelt ze, aangeschoven aan de bar in de keuken. ,,Het benoemen van het psychologisch eigendom van het ouderlijk huis bij de boerderij, dat was voor mij een eye-opener’’, vertelt ze. ,,Het huis hoort bij de boerderij, bij de boer, maar kan ook voor andere familieleden als ‘thuis’ gezien worden. Door mij, maar ook door mijn dochter.’’

Waar zijn moeder ook op doelt, vult Auke aan, is de situatie die je op heel veel boerderijen ziet. Dat de oude boer tot op hoge leeftijd op de boerderij rondscharrelt, ook al is het zijn huis niet meer. ,,Dat kan allemaal, maar je moet daar wel goede afspraken over maken’’, besluit Auke.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe