Veelzijdige en markante archeoloog

Tijd van leven beschrijft het gepasseerde bestaan van gewone mensen met een bijzonder verhaal. Vandaag Jacob Willem Boersma uit Roden, archeoloog.

Een veelzijdig man was Jacob Willem (Jaap) Boersma. En wat hij aanpakte, deed hij grondig. Hij legde als archeoloog een deel van de Groninger geschiedenis bloot, schaatste, voetbalde, maakte salto's van de duikplank en tenniste. Hij was een liefhebbende echtgenoot, een vader die streng kon zijn, maar ook in was voor gekke dingen. Een opa die met de kleinkinderen bleef voetballen, ook toen dat eigenlijk niet meer kon.

Op 6 september dit jaar kwam een eind aan zijn leven, 78 jaar oud is hij geworden. Hij leefde al lang in extra tijd, want in 1995 had hij een zwaar hartinfarct met twee hartstilstanden overleefd en in 2010 nogmaals een hartstilstand.

Sterk verantwoordelijkheidsgevoel
Jaap Boersma groeide in Dokkum op als jongste van drie broers. Zijn vader was medefirmant in een groothandel in thee en koffie, later ook verf. Zijn vader is in 1945 overleden aan een nierziekte, toen Jaap 8 jaar oud was. Mede daardoor zou hij altijd een sterk verantwoordelijkheidsgevoel houden.

Na twee jaar ULO bezocht Jaap het gymnasium. Hij vervulde eerst zijn militaire dienstplicht en werd officier. In 1958 zette hij de stap naar de Rijksuniversiteit Groningen. Hij ging geschiedenis studeren met een jaar later archeologie als bijvak, toen nog een bovenbouwstudie. Archeologisch onderzoek kreeg zijn belangstelling. Als student-assistent werkte hij hieraan mee. Na zijn afstuderen is hij wetenschappelijk medewerker geworden.

De combinatie van archeologie en geschiedenis was een gelukkige. Jaap was in middeleeuwse geschiedenis afgestudeerd en bij de interpretatie van archeologische gegevens kon hij zijn historische kennis benutten. Vooral bij de door hem gepubliceerde kerkonderzoeken deed hij daarmee zijn voordeel. Ook was hij betrokken bij wierdenonderzoek en enkele grote opgravingen, zoals Middelstum Boerdamsterweg en Heveskesklooster bij Delfzijl. Daar ontdekte hij het noordelijkste hunebed.

Consciëntieus en precies
Jaap kon op mensen heel verschillend overkomen. Hij was altijd consciëntieus en precies, soms formeel. In zijn functie als provinciaal archeoloog van Groningen kon hij zich heel goed aanpassen. Als een boer de bouw van een schuur moest uitstellen omdat er nog archeologisch onderzoek op het land moest plaatsvinden, vond Jaap een goede oplossing.

Hij combineerde zijn functie aan de universiteit met die van conservator archeologie in het Groninger Museum. Hij wist voor het museum belangrijke vondsten te verwerven, onder andere de Muntschat van Feerwerd, het Masker van Middelstum en een bergkristallen ring. Ook legde hij de ontstaansgeschiedenis van de Groninger Walburgkerk bloot. Bisschop Burchard zou de opdrachtgever zijn geweest. Het was een hypothese, maar goed onderbouwd en vooralsnog niet weerlegd.

Blind date
Jaap is bijna vijftig jaar getrouwd geweest met Ted. De twee hebben elkaar ontmoet in hun studententijd. Ted studeerde Duits in Utrecht. Studenten hadden toen vaak feestjes. Ze ontmoetten elkaar via een ‘blind date' en het klikte meteen.

Door weer en wind reed Jaap in het weekend op de motor naar Utrecht, of reisde Ted per trein naar Groningen. In 1965 trouwde het paar en verhuisde Ted naar Groningen, waar ze als lerares een eigen loopbaan zou hebben.

In 1969 is Marius Folkert geboren, in 1972 Friederike. Het gezin vestigde zich in Roden. Jaap en Ted voedden de kinderen op tot zelfstandigheid, streng maar liefdevol.

Het was een druk gezin, met twee werkende ouders. In het weekend stonden Jaap en Ted wel altijd aan de zijlijn bij hockey of tennis. Jaap hield van lekkernijen en beloofde de kinderen bij elk doelpunt een Mars. En als er niet gescoord werd, kwam de Mars ook wel op tafel.

Hij steunde zijn kinderen waar hij kon. Friederike zat een jaar op een Amerikaanse high school, voor ze in Leiden ging studeren. Om een kamer te bemachtigen, moest ze zich ergens inschrijven, maar Friederike zat nog in de VS. Dus sloot Jaap zich 's nachts aan in een rij vol wachtende eerstejaars studenten, en had een ‘dolle nacht'.

Sportliefhebber
Jaap is tot 1993 conservator gebleven in het Groninger Museum en tot 1999 archeoloog aan de universiteit. Nevenfuncties had hij bij de Stichting Oude Groninger Kerken, Stad en Lande en op andere terreinen. Bach en Mozart waren zijn favoriete componisten.

Hij was een groot sportliefhebber. Vooral schaatsen deed hij graag en hij nam drie keer deel aan de Elfstedentocht: in 1956, 1963 en in 1986. Alleen de tocht van 1963 heeft hij niet volbracht. In Harlingen moest hij van het ijs. Door het barre weer moesten de posten vervroegd dicht.

Na zijn pensioen deed Jaap nog enkele jaren onderzoek. Zo heeft hij het kerkonderzoek van Vries uitgewerkt en gepubliceerd. Ook heeft hij met Ted nog prachtige reizen gemaakt. Beiden deelden de belangstelling voor (kunst)geschiedenis en archeologie.

Bang voor de dood was hij niet. Hij bereidde zich er op voor door teksten voor zijn rouwkaart en de muziek uit te kiezen. Toch kwam het einde onverwachts. Nadat hij bij een val zijn heup brak, herstelde hij snel. Helaas liep hij een zware longontsteking op, die hem fataal werd. Zijn familie mist hem zeer.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.