Veengebieden in Drenthe en Groningen dreigen tientallen centimeters te verzakken. Het kabinet krijgt advies: voorkom dit en compenseer de boeren

De veengrond van de Veenkoloniën tijdens een stormachtige en donkere dag. Op de achtergrond Wildervank en rechts een veenwijk, een waterloop aangelegd tijdens de veenafgraving. Inzet: een kaart met in het roze de veengronden. Foto: Jan Zeeman. Inzet: Centrum voor Geoinformatie/Wageningen University

Veengronden in Drenthe en Groningen kunnen de komende jaren soms wel 40 tot 60 centimeter verzakken. Een doemscenario van verzakte huizen, riolen en wegen dreigt. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) adviseert vandaag het kabinet: stop de bodemdaling en compenseer waar nodig.

Een belangrijke oorzaak van het zogeheten ‘inklinken’ van de grond ligt bij de intensieve landbouw. Om de groei van gewassen optimaal te laten verlopen, is een lager grondwaterpeil beter. Om die reden wordt water uit de veengrond onttrokken.

Niet alleen dreigt hierdoor verzakking van huizen en wegen, ook komt er extra CO2 vrij zodra veen in aanraking komt met zuurstof en ‘verbrandt’. Het was voor de provincie Groningen in januari dit jaar een belangrijke reden om het Rijk om miljoenen te vragen voor de aanpak van de problematiek. Verder worden de kosten voor waterbeheer bij ongewijzigd beleid steeds hoger.

‘De situatie is onverantwoord’

De Rli concludeert nu in haar advies, dat vandaag wordt aangeboden aan ministers Kajsa Ollongren van binnenlandse zaken en Carola Schouten van landbouw en natuur, dat de huidige situatie ecologisch, economisch en maatschappelijk ‘onverantwoord’ is. Zij wil dat het kabinet voor alle veenweidegronden in Nederland inzet op een bodemdaling van maximaal drie millimeter per jaar in 2050, een vermindering van 70 procent.

Om de bodemdaling tegen te gaan, moet het grondwaterpeil stijgen. Dat heeft gevolgen voor de agrariërs: de grond wordt natter, waardoor landbouw en veeteelt minder intensief kan plaatsvinden. Gezien de grote gevolgen vindt de Rli dat de boeren door de overheid financieel, of op een andere manier gecompenseerd moeten worden, zodat ze hun bedrijfsvoering kunnen aanpassen.

Daarbij benadrukt zij dat ook boeren op de lange termijn de gevolgen ondervinden van bodemdaling, door ontzilting en opbarsting van grondwater. Hierbij borrelt onverwachts water op uit de diepe ondergrond en ontstaat een waterplas op veenweidegrond.

Snel beginnen

Over tien jaar moet de bodemverzakking al met de helft verminderd zijn, stelt het Rli. Dit zou wettelijk vast moeten worden gelegd. In deze periode kan ook onderzoek gegaan worden hoe boeren ook op nattere grond hun bedrijf rendabel kunnen houden. Daarnaast moet er aandacht zijn voor een lokale benadering: gemiddeld daalt de bodem 8 millimeter per jaar, maar op sommige plaatsen gaan het veel sneller en elders langzamer.

De Rli dringt aan op een snelle aanpak. ,,Zo zal de economische schade voor ondernemers in het gebied kleiner zijn en zullen de maatschappelijke kosten lager uitvallen’’, stelt de raad. Daarbij zou het goed zijn om dit te combineren met de aanpak van andere opgaven, zoals de vermindering van de stikstofuitstoot en en de verbetering van de natuur- en waterkwaliteit.

Veengronden in Drenthe en Groningen

In Oost-Groningen en Zuid-Oost Drenthe bestaat de bodem deels uit veen. De afgelopen jaren trokken waterschappen en de provincies al vaker aan de bel over verzakking. Zo startte het waterschap Hunze en Aa’s in 2018 een onderzoek naar de bodemdaling bij Valthermond, waar trekkers tijdens de oogst wegzakken.

In Emmen speelt de problematiek vooral in het gebied tussen Veenoord en Erica, maar ook uit Barger-Compascuum, Klazienaveen en Emmer-Compascuum kwamen begin dit jaar schademeldingen van inwoners binnen. De gemeente Emmen besloot hierop een onderzoek in te stellen. Hieruit bleek dat in meerdere woningen scheuren zijn ontstaan door verzakking.

loading

menu