OM eist dertig maanden cel tegen verdachte uit Staphorst die in Meppel sloeg met snijbrander: 'Hij wilde mij doodsteken'

Rechtbank Assen.

Het OM eist dertig maanden cel (waarvan tien voorwaardelijk) tegen afvalverwerker Albert T. uit Staphorst die in december Jan van Dijk met een snijbrander in zijn gezicht en nek sloeg bij de milieustraat in Meppel.

,,Het gaat aldoor over het geweld dat ik zou hebben gebruikt, maar hij viel mij aan’’, zei de verdachte T. uit Staphorst dinsdag in de rechtbank in Assen.

T. was tot eind oktober 2018 de huurder van de milieustraat aan de Hesselterlandweg in Meppel. Kort nadat de huur was opgezegd, woedde er een grote brand op het terrein. T. werd vorig jaar mei persoonlijk failliet verklaard. Hij had op dat moment nog vestigingen in Staphorst en Stadskanaal. Ook bij die vestigingen kwam de afvalverwerker geregeld in opspraak. Het slachtoffer is de nieuwe eigenaar van de milieustraat in Meppel.

Verontwaardiging bij verdachte

De verontwaardiging van T. zat al in de eerste woorden die hij uitsprak tijdens de zitting. ,,Het zit mij heel hoog’’. T. besloot 17 december vorig jaar met een snijbrander naar de milieustraat te gaan om daar het hek open te branden. Hij zou er nog containers hebben staan. Toen hij daarmee bezig was, kwam Jan van Dijk aanrijden die al gewaarschuwd was. Van Dijk stapte uit de bestelbus en liep naar T. toe om hem te stoppen.

Wat er toen gebeurde, ervoer T. als dreigend, vertelde hij. ,,Hij bonkte mij op de rug en wilde mij doodsteken. Ik was een paar weken eerder ook al door de jongens van Van Dijk flink in elkaar getimmerd. Ik riep tegen hem dat hij zich aan de afspraken moest houden. Toen hij niet ophield, heb ik mij afgeweerd.’’

Camerabeelden

Hij sloeg, dat is op camerabeelden te zien, een keer of drie met de snijbrander richting het gezicht en de hals van Van Dijk. Die liep daarbij een wond op die met acht hechtingen dichtgemaakt moest worden. Van Dijk had niet door dat hij een bloedende wond op zijn kaak had, en reed zijn bestelbus voor het hek om te voorkomen dat T. met zijn vrachtwagen het terrein op zou rijden. Vervolgens stapte T. in zijn vrachtwagen, reed achteruit en ramde daarbij het bestelbusje. Even later was de politie er, die Jan van Dijk met de bloedende wond aantrof.

,,Poging tot doodslag’’, vond de officier van justitie. ,,Er is te zien op de beelden dat verdachte uithaalt met de snijbrander. Met uithalen bedoel ik ook echt uithalen. Hij heeft de snijbrander met twee handen vast. Als je met zo’n voorwerp uithaalt, aanvaard je het risico dat het de dood tot gevolg heeft.’‘

Advocaat verdachte: ‘Snijbrander was niet heet meer’

Dat risico is overdreven, vond de advocaat van T., die pleitte dat de snijbrander niet meer heet was omdat er dan brandwonden te zien zouden moeten zijn. Ook zei hij dat het letsel van het slachtoffer oppervlakkig en snel hersteld was. ,,Bovendien heeft een snijbrander het gewicht aan de onderkant, het onderscheidt zich hierdoor van een honkbalknuppel waarbij je weet dat je schade aanricht.’’

Van Dijk vertelde dat hij sinds het incident last heeft van oorsuizen. Hij wilde een schadevergoeding van 5000 euro voor immateriële schade en duizenden euro’s voor het repareren van het hek.

T. is eerder veroordeeld voor mishandeling. In 2016 en in 2017 is hij aangehouden voor weerspannigheid en vernieling. De rechter zei daarover tegen de verdachte: ,,U wordt dus wel eens heel erg boos.’’ T. schudde zijn hoofd: ,,Ik heb me heel rustig gehouden de laatste tijd. In dit geval voelde ik me heel erg bedreigd.’’

Uitspraak over twee weken.

menu