De eerste windturbine van Windpark Drentse Monden en Oostermoer aan de Mondenweg tussen Nieuw-Buinen en Eerste Exloërmond.

Drenthe moet eerst vertrouwen terugwinnen en dan pas nieuwe plannen maken voor de energietransitie

De eerste windturbine van Windpark Drentse Monden en Oostermoer aan de Mondenweg tussen Nieuw-Buinen en Eerste Exloërmond. Foto: Marcel Jurian de Jong

Voordat de provincie draagvlak kan creëren voor nieuwe plannen voor de energietransitie, is het belangrijk vertrouwen terug te winnen. ‘Een deel van de Drenten voelt zich niet gehoord en heeft weinig vertrouwen in de overheid’.

Dat schrijft bureau Lexnova in de conclusies van een onderzoeksrapport in opdracht van Provinciale Staten. De Drentse politiek moet inwoners informeren en voorlichten, de energietransitie moet voor iedereen betaalbaar zijn en kosten en baten moeten eerlijk worden verdeeld, concludeert Lexnova.

Drenthe kreeg al eens kritiek op energieplannen

De Staten lieten eind vorig peilen wat de rol moet zijn van de Drentse politiek in de energietransitie. Daarop was in de afgelopen jaren meerdere keren kritiek. Meest recent begin maart, in het rapport van de Noordelijke Rekenkamer (NRK) dat woensdag op de agenda staat van de Statenvergadering.

De NRK concludeerde in maart dat omwonenden van windmolens en parken met zonnepanelen te weinig profijt dreigen te krijgen van nieuwe energievoorzieningen. De provincie Drenthe moet bij het rijk aandringen op wetgeving om een eerlijker verdeling van lusten en lasten af te dwingen, oordeelde de NRK.

In het nieuwe nationale Klimaatakkoord wordt gestreefd naar vijftig procent participatie van omwonenden, maar het verkrijgen van een stevig lokaal aandeel in de opbrengst is niet wettelijk verankerd.

De provincie wil dat niet alleen grondeigenaren en projectontwikkelaars verdienen aan deze projecten, maar ook omwonenden die nadelen ondervinden. Bijvoorbeeld vanwege verlies van uitzicht, slagschaduw, schitteringen, waardevermindering van woningen en gezondheidsrisico’s. Omwonenden zouden hiervoor compensatie moeten krijgen, of de mogelijkheid om aandeelhouder in het project te worden. Het probleem is echter dat daar geen goede argumentatie voor op papier staat en wettelijk kunnen regionale en lokale overheden niets afdwingen.

Meerderheid van de ondervraagden maakt zich zorgen over klimaatverandering

Een onderzoeksgroep van in totaal 1172 mensen (verdeeld in meerdere leeftijdsgroepen vanaf 16 jaar) kreeg van Lexnova een lijst met 24 vragen en stellingen waaronder: ‘Ik geloof dat klimaatverandering bestaat’ (76 procent mee eens of helemaal mee eens, 13 procent neutraal en 12 procent mee oneens of helemaal mee oneens). Van alle ondervraagden maakt 59 procent zich zorgen over de klimaatverandering, 17 procent niet.

Door goede informatie te geven over zowel de urgentie en gevolgen van klimaatverandering als de te treffen maatregelen kan de provincie bewustwording en begrip creëren, concludeert Lexnova.

‘Daarbij kan de focus voor bewustwording meer op mannen en lager opgeleiden worden gericht. Bij hen is sprake van minder zorgen en gevoelens van verantwoordelijkheid voor klimaatproblematiek.’ In deze groepen blijkt ook minder draagvlak te zijn voor het stoppen van het gebruik van aardgas voor 2050.

Doelgroepen met lager inkomen en lagere opleiding moeten meer aandacht krijgen

Toegankelijke subsidies kunnen er vervolgens voor zorgen dat kosten en baten eerlijk worden verdeeld tussen arm en rijk, iets wat veel respondenten belangrijk vinden. Geld en besparingen komen duidelijk naar voren als motivatie om acties te ondernemen in en om het eigen huis, concludeert Lexnova. De doelgroepen met een lager inkomen en lagere opleiding hebben intensievere en meer persoonlijke aandacht nodig vanuit de overheid, anders blijven ze achter in de gewenste transitie.

menu