Een burenruzie in Diever, die je bij de Rijdende Rechter zou verwachten, is zo hoog opgelopen dat de Raad van State er een oordeel over moet vellen. De sfeer is al jaren verziekt.

In de Meyboomstraat lijkt alles op het eerste gezicht pais en vree. Oudere nieuwbouw waar afwisselend (jonge) gezinnen en ouderen wonen. Het is rustig op straat, maar schijn bedriegt.

Jacob Hartsuiker ligt al jaren overhoop met zijn buurman Tinus Mantingh. Inzet van de strijd is het doodlopende voetpad langs de huurwoning van Mantingh. De gepensioneerde politieman woont in het laatste huis en gebruikt het pad om zijn auto dichtbij de voordeur te parkeren. En dat mag niet, stelt Hartsuiker: ,,Een voetpad is voor voetgangers en niet voor auto’s!’’ Hij is zichtbaar (én hoorbaar) geëmotioneerd.

De kwestie ettert al jaren en de stemming in het op het oog zo vredige buurtje wordt er niet beter op.

‘Die man heeft iets tegen mij’

In 2009 wordt Mantingh de buurman van Hartsuiker. Hij vraagt bij de gemeente ontheffing aan om met zijn auto over het voetpad te rijden, maar krijgt die niet. Sterker, de gemeente plaatst een paal in het midden van de stoep, zodat het niet meer mogelijk is met auto’s heen en weer te rijden. Mantingh schrijft een boze brief naar de gemeente. Hij zegt ontstemd te zijn. Niet alleen over de paal, maar ook over Hartsuiker, naar wie de gemeente de oren zou laten hangen. ,,Die man heeft iets tegen mij en wil niet dat ik hier woon.’’

In de jaren die volgen worden de buren bepaald geen vrienden. Er wordt over en weer flink met modder gegooid. Er wordt niet meer gesproken, alleen nog in boze brieven naar de gemeente. In de ogen van Mantingh is Hartsuiker een onruststoker, die ervoor heeft gezorgd dat hij niet met zijn auto bij zijn huis kan komen. Hartsuiker ziet in zijn buurman ‘een oud-politieman die meent boven de wet te staan’.

‘Twee agenten om mij in toom te houden. Belachelijk!’

En dan ineens, in 2017, wanneer de boel opnieuw wordt bestraat, verdwijnt de paal. Maar niet zonder slag of stoot. Hartsuiker: ,,De gemeente was kennelijk bang dat het uit de hand zou lopen. Ze hadden twee politieagenten laten aanrukken om mij in toom te houden. Belachelijk! Ik ben erheen gelopen en heb de agenten uitgenodigd voor koffie. Vervolgens hebben we hier aan de keukentafel gewoon een goed gesprek gehad. Niets aan het handje.’’

Mantingh maakt dankbaar gebruik van de geboden opening. Hij en zijn directe buren (er staan drie woningen aan het doodlopende voetpad) krijgen ontheffing om met hun auto over het pad te rijden. Hartsuiker pikt dit niet en maakt de zaak aanhangig bij de gemeente. ,,Voetpad is voetpad’’, briest hij. Buurvrouw Hennie de Vries valt hem bij: ,,Dat heeft de burgemeester ook gezegd toen hij bij mij op bezoek was om over deze kwestie te praten. Het voetpad is en blijft een voetpad.’’

loading

De Vries, die in de eerste woning van het rijtje van drie woont, levert haar ontheffing weer in. Zij stalt haar auto op een parkeervak aan de straatkant. ,,Meneer Mantingh rijdt heel vaak op en neer met zijn auto. Als ik in de tuin bezig ben en hij rijdt langs, dan drukt ie ineens op de claxon. Ik schrik me dan dood.’’ Een groet? ,,Nee, ik woon hier nu vier jaar en hij heeft nog nooit iets tegen mij gezegd.’’

Hartsuiker vangt bot bij de gemeente, maar kan het ‘grote onrecht’ niet verkroppen. Zijn ergernissen nemen alleen maar toe en zorgen voor slapeloze nachten. ,,Hij rijdt wel vijf keer per dag met zijn auto over het pad en parkeert zijn auto bij huis. Dat mag gewoon niet.’’ Hij zoekt het hogerop: ,,Ik ben al twee keer door de rechter in het gelijk gesteld.’’

Ontheffing is kraakhelder: niet parkeren

De ontheffing van de gemeente is kraakhelder. Mantingh mag alleen met zijn auto op het voetpad komen voor ‘onmiddellijk laden en lossen’ en voor het ‘onmiddellijk laten in- en uitstappen van personen’. Parkeren is niet toegestaan.

In een brief van de gemeente van augustus vorig jaar wordt Mantingh daar nog eens op gewezen. (Langdurig) parkeren valt niet onder de ontheffing, wordt gesteld. ,,Wij vragen u nadrukkelijk uw ontheffing te gebruiken waarvoor deze is bedoeld.’’

De inhoud van de brief is opmerkelijk, want eerder deze week zei een medewerker van de gemeente voor de Raad van State dat de politie geregeld controleert en er geen overtredingen zijn geconstateerd. ,,Dat is een leugen’’, reageert Hartsuiker furieus. ,,Er gebeurt gewoon helemaal niets. Niet door de politie en niet door de gemeente. En dat neem ik de burgemeester heel, héél kwalijk.’’

‘Sinds kort heb ik schriftelijke toestemming van verhuurder’

Volgens Mantingh hóéft er ook niets te gebeuren: ,,Ik doe niks fout. Sinds een maand of anderhalf heb ik schriftelijke toestemming van woningbouwcorporatie Actium om mijn auto op het eigen perceel te parkeren. Dus van de gemeente mag ik over het voetpad rijden en van Actium mag ik hier parkeren. Waar bemoeit Hartsuiker zich mee?’’

De toestemming van de verhuurder is een nieuw wapen in de strijd. Mantingh was niet aanwezig bij de behandeling voor de Raad van State (‘vanwege mijn gezondheid mag ik mij niet opwinden’) maar schreef wel een brief aan de hoogste bestuursrechter. ,,Het is gewoon pesterij en die is al elf jaar, zolang wij hier wonen, aan de gang. Meneer Hartsuiker heeft helemaal geen last van mijn auto. Er ligt nota bene nog een strook gemeentegrond tussen het pad en zijn tuin. Hij bepaalt niet wat hier in de buurt wel en niet gebeurt.’’

Over enkele weken doet de rechter uitspraak. Hoe die ook zal zijn, het conflict is er ongetwijfeld niet mee opgelost. ,,Ik ga door tot de onderste steen boven is’’, voorspelt Hartsuiker.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe