Foto ter illustratie.

Waarom een mondkapje op straat niet zo'n slecht idee is

Foto ter illustratie. Foto: EPA

Terwijl steeds meer landen hun bevolking adviseren op straat een mondkapje te dragen, doet Nederland dat nog steeds niet. Waarom niet? En zou een huis-tuin-en-keukenmondkapje misschien toch kunnen helpen? Vier vragen en antwoorden.

1. Ik snap het niet meer. Waarom adviseren andere landen om een mondkapje te dragen, maar Nederland niet?

Om met ons land te beginnen: RIVM-directeur Jaap van Dissel stelde vanochtend in de Tweede Kamer dat het dragen van mondkapjes niets toevoegt aan de al bestaande maatregelen, zoals 1,5 meter afstand houden en regelmatig je handen wassen. Van Dissel sprak ook van ‘schijnveiligheid’.

Bovendien, stelt Van Dissel, zijn de mondmaskers op dit moment zó schaars dat het niet eens een optie is om ze door de ‘gewone’ man of vrouw op straat te laten dragen. Alle maskers die er zijn, moeten naar de zorg. ,,Als de schaarste minder wordt, zullen we steeds kijken of ze in bepaalde situaties wel toegevoegde waarde kunnen hebben”, zei Van Dissel. Hij hintte daarbij op contactberoepen, zoals de kapper of fysiotherapeut.

Ook minister Hugo de Jonge (CDA, Volksgezondheid) legde gisteren in een persconferentie van het kabinet een duidelijke link met het tekort aan beschermingsmiddelen. ,,Wij willen dat de mensen in de zorg ze gebruiken”, was De Jonge duidelijk in reactie op de vraag waarom Nederland niet de lijn van België en Duitsland volgt. loading

2. België en Duitsland kampen toch ook met tekorten?

Zeker. Wat niet iedereen doorheeft, is dat de adviezen van onze buurlanden niet gingen over de gecertificeerde mondmaskers die in de zorg worden gebruikt, zoals chirurgische maskers en zogenoemde FFP2-maskers. In België adviseert de regering het volk om ‘papieren en stoffen mondmaskers’ te dragen. In Duitsland wordt het gebruik van ‘alledaagse maskers’ dringend aanbevolen. Minister De Jonge maakte dit belangrijke onderscheid tussen medische en niet-medische mondkapjes tijdens de persconferentie niet.

Een deel van de Tweede Kamer wil dat de Nederlandse regering het dragen van niet-medische mondkapjes meeneemt in de exit-strategie uit de lockdown, bleek donderdag tijdens een debat over de coronacrisis.

3. Waar baseren België en Duitsland hun advies op?

Gek genoeg mede op een Nederlands onderzoek uit 2008, dat gericht was op een eventuele grieppandemie. Destijds concludeerde een groep wetenschappers van het RIVM en TNO dat elk type mondmasker in elk geval een beetje helpt tegen de verspreiding van een virus. Het is een van de weinige studies naar dit vraagstuk. Daarom gebruikt het Duitse broertje van het RIVM, het Robert Koch Institut, dit Nederlandse onderzoek om het advies te onderbouwen om tóch maskers te dragen op straat.

Ook het Europese centrum voor infectieziektebestrijding, het ECDC, is voor mondkapjes in bijvoorbeeld de supermarkt of in de trein of bus. Dit terwijl er volgens het ECDC slechts ‘beperkt indirect’ bewijs is dat niet-medische mondkapjes echt helpen.

De reden dat de twee instituten hun mening de afgelopen weken toch bijstelden: er zijn steeds meer aanwijzingen dat coronapatiënten het virus al kunnen overdragen als ze nog geen gezondheidsklachten hebben. Het dragen van bijvoorbeeld een textielen mondkapje kan dan in elk geval een beetje voorkomen dat deze mensen het virus ongemerkt verspreiden. Dat zo'n mondkapje ook voor de drager zelf bescherming biedt, is wetenschappelijk niet aangetoond.

loading

De filterende werking van een huis-tuin-en-keukenmondkapje is veel beperkter dan van een gecertificeerd masker. Maar, zegt ook deskundige infectiepreventie Mari van der Most: ,,Ieder maskertje heeft in elk geval iets van toegevoegde waarde. Stel dat je in de bus niest: zelfs een sjaal kan grote spetters al tegenhouden, waardoor die bijvoorbeeld niet op een leuning belanden, die iemand anders weer aanraakt.”

Het RIVM blijft benadrukken dat geregeld handen wassen betere bescherming biedt dan een mondkapje. ,,En dat is ook zo”, zegt Van der Most. ,,Maar steeds goed je handen wassen, dat lukt niet als je een paar uur van huis bent. En je wil niet weten hoe vaak iemand met zijn hand aan zijn gezicht zit. Ook hier geldt: elk maskertje kan de verspreiding van het virus remmen.”

4. RIVM-baas Jaap van Dissel spreekt van schijnveiligheid. Waarom?

Hij stelt dat niet-medische mondkapjes ervoor kunnen zorgen dat mensen met klachten toch naar buiten gaan, terwijl ze wel degelijk anderen kunnen besmetten. Ook zouden de mondkapjes ertoe kunnen leiden dat mensen op straat minder afstand tot elkaar bewaren. Wie een masker draagt, voelt zich bovendien veiliger en zit daardoor juist vaker aan zijn gezicht, is de vrees.

Voor dat laatste gevaar waarschuwen ook de voorstanders van mondkapjes, al zijn er ook wetenschappers die denken dat een mondkapje mensen er juist aan herinnert om níet aan hun gezicht te zitten.

De voorstanders stellen bovendien allemaal dat het mondkapje slechts een van de bouwstenen is van een totaalpakket van maatregelen, zoals het houden van afstand en het wassen van handen. Maar, lijkt het idee: al helpt het maar 1 procent tegen de verspreiding van het coronavirus, waarom zouden we die ene procent dan laten liggen?

loading

menu