Boswachter Jantinus Dokter op zoek naar de letterzetter.

De letterzetter, een ware horrorkever die flink huishoudt in het Asserbos. Waarom kan dit beest juist nu zo toeslaan?

Boswachter Jantinus Dokter op zoek naar de letterzetter. Foto: Jaspar Moulijn

Het is droog, dor en bruin bij de fijnsparren in het Asserbos. Oorzaak: een kleine kever, de letterzetter (Ips Typographus). Maar er is hoop. De verjonging met berken, douglassparren en hulst zet al in.

Jantinus Dokter ziet het meteen als de letterzetter weer ergens heeft toegeslagen in het Asserbos. Het geoefende oog van de boswachter van Het Drentse Landschap ziet de kleine gaatjes die de beestjes in een boom hebben gemaakt om hun eitjes onder het schors van een boom te leggen.

Kevertjes boren zelf

„Ze boren die gaatjes met de achterkant van hun lijf”, vertelt Dokter. Onder sommige bomen ligt zelfs wat zaagsel.

Hij snijdt bij een boom wat schors weg en heeft al gauw een kevertje te pakken, dat misschien een halve centimeter groot is. „Uit het eitje komen larven en die zijn de eigenlijke boosdoeners. Ze maken nerven door het hout, in mooie vormen. Daarom heten ze letterzetter. Maar door die nerven raakt de vochtvoorziening in de boom ontregeld en gaat die uiteindelijk dood.”

Het probleem van de letterzetter is al heel lang bekend en zeker niet uniek voor Assen. Overal waar fijnsparren staan, kan de kever toeslaan. In Drenthe is dat bij Gieten bijvoorbeeld het geval en bij Drouwen. In Duitsland is het probleem nog veel erger dan in Nederland. Daar gaan enorme oppervlaktes aan bos verloren. Dokter: „Het is een ramp, een drama.”

Gemeente heeft niet genoeg bosbouwkennis

Het Drentse Landschap nam eind 2018 het beheer van het Asserbos over van de gemeente Assen. De gemeente heeft nu eenmaal niet voldoende bosbouwkennis in huis om dat zelf te doen. Dokter: „Het is eigenlijk wel jammer dat we niet eerder hebben ontdekt dat de letterzetter hier zo bezig is. Dan hadden we minder bomen hoeven kappen.”

Op het oog zijn veel fijnsparren nog gezond. Van onderen zijn ze weliswaar kaal, maar in hun kruinen zitten nog volop naalden. De stammen ogen robuust. Maar Dokter weet dat bomen ten dode zijn opgeschreven als de letterzetter eenmaal heeft toegeslagen.

„Je moet die bomen dan kappen, om te voorkomen dat de kever zich verspreidt.” Vandaar dat Het Drentse Landschap deze week een persbericht deed uitgaan. Want het kappen roept al gauw vragen en klachten op. „We willen daarom graag de reden ervan duidelijk maken. Ook voor de veiligheid is tijdig kappen belangrijk”, betoogt Dokter. „Het is hier druk in het bos en die bomen kunnen omwaaien.”

Klimaatverandering

Indirect zijn de sparren ook het slachtoffer van klimaatverandering. Want normaal gesproken zijn ze zelf in staat zich te wapenen tegen de larven. Ze maken hars aan, waar de larven in vastlopen, en dan worden ze onschadelijk. Maar nu we alweer de derde droge zomer op rij beleven, maken de bomen minder hars aan, waardoor de larven hun gang kunnen gaan.

Ook speelt de eenzijdige beplanting in het bos een rol, ook wel monocultuur genoemd. Om niet opgehelderde redenen nestelt het kevertje zich alleen in sparren en niet in andere bomen. Is een larf eenmaal uitgegroeid tot een kever, dan springt die naar de volgende, gezonde boom om zich daar voort te planten. Kortom, als er veel fijnsparren in de buurt staan, springen de kevertjes gemakkelijk van de een naar de ander.

„Daarom moeten we na de kap de bospercelen gevarieerder maken”, stelt Dokter. „ Bij de kap zullen we ervoor zorgen dat nieuwe aanplant gemakkelijk weer aanslaat. Dat kan door de grond zo te bewerken dat zaadjes van andere bomen gemakkelijk aanslaan.” Hij wijst op een eik en een douglasspar in een nabijgelegen perceel. „Ik hoop dat die zich hier gaan voortplanten.”

Diverse jonge twijgen schieten ook al omhoog op het door het letterzetter geteisterde bosperceel: de natuur is gelukkig niet voor één gat te vangen. Dit zal echter niet genoeg zijn. Wettelijk is Het Drentse Landschap ook verplicht om te zorgen voor voldoende nieuwe aanplant.

Hout krijgt bestemming als spaanplaat

„Maar eerst moeten we verder inventariseren welke bomen er allemaal gekapt worden. Die gaan we markeren. Van de winter zal het dan niet rustig zijn in het bos: we zijn hier dan met machines in de weer om bomen te kappen.” Het hout krijgt een nieuwe bestemming als spaanplaat.

Dokter (56) werkt al jaren in de Drentse bossen en al die jaren had hij wel met de plaagkever te maken. Hij constateert dat de laatste jaren de bestrijding ervan is verslapt. „Hopelijk leidt dit ertoe dat er meer aandacht voor onderhoud komt en dat we meer variatie aanbrengen in bospercelen, waardoor de kever zich niet zo makkelijk kan verspreiden.”

menu