Wat ooit op de kop in de sloot begon, is in Klazienaveen een lintje waard

Henk Prins (rechts) en Albert Jan Huizinga. Beiden 49 jaar vrijwilliger bij de aquariumvereniging Minor. Foto: Jan Anninga

Henk Prins en Ap Huizinga van aquariumvereniging Minor in Klazienaveen werden zaterdag koninklijk onderscheiden.

De dag dat binnenvaartschip en drijvende dierententoonstelling Klein Artis aanlegde in Ter Apel bepaalde voor een aanzienlijk deel waar Hendrik Prins, opgegroeid in De Maten, de rest van zijn leven zijn vrije tijd aan zou besteden.

Inmiddels is hij 74 jaar en woonachtig in Klazienaveen, maar hij ziet de binnenkant van het roemruchte Nederlandse museumschip zo weer voor zich.

,,Het stond vol met aquariumpjes met hagedisjes, salamandertjes. Echt schitterend vond ik dat. Ik zal een jaar of vijftien zijn geweest. Toen ik achttien werd, in ‘64, kreeg ik van mijn moeder het lidmaatschap van de plaatselijke aquariumvereniging cadeau.’’

‘Met ‘n stok met pierewurm’

Albert Jan Huizinga, een jaar jonger dan Prins, werd geboren in Emmer-Compascuum en ging naar de lagere school op Barger-Oosterveld, waar hij na de bel bijna dagelijks achter het kerkhof salamanders ging vangen.

,,Met ‘n stok met pierewurm in het water. Die salamander klom dan omhoog en dan kon je hem pakken. Of je tilde de stok op en deed het schepnet eronder.’’ In latere jaren kreeg hij in steeds bredere kringen bekendheid als dokter Vis, de man die bij iedereen zijn handen in het aquarium steekt. ,,Ap maakt prachtige bakken’’, bevestigt Prins.

Op-de-kop-in-de-sloot-kinderen

Enfin, beide kerels waren typische op-de-kop-in-de-sloot-kinderen. Zaterdag werden de heren met een smoes naar het verenigingsgebouw van Minor gelokt, de aquariumvereniging in Klazienaveen, 50 jaar geleden opgericht door Henk Bos. Prins en Huizinga zijn al 49 jaar lid, bekleedden en bekleden bestuursfuncties en kunnen indien gewenst eindeloos over aquariums en vissen praten.

En toen zagen ze de burgemeester

De gemeente wilde zogenaamd een vergadering over de gevolgen van corona voor de club. Nou, dat kwam Prins en Huizinga goed uit, want die zijn niet mals. Door alle afstandsmaatregelen kan Minor (genoemd naar een klein visje) al maanden niets organiseren en geen omzet draaien. Maar toen ze het bekende hoofd van burgervader Van Oosterhout zagen, voelden ze nattigheid. Zó belangrijk kon die vergadering toch niet wezen?

Huizinga hield het niet droog toen hij even later hoorde dat hij koninklijk werd onderscheiden en ook Prins (,,Ik ben geen speldjesman’’) is apetrots op zijn nieuwe lidmaatschap in de Orde van Oranje-Nassau.

menu