Wereld Natuur Fonds: De Nederlandse natuur staat er slechter voor dan ooit

De argusvlinder. FOTO ANTHONIE STIP

Het gaat beroerder dan ooit met de Nederlandse natuur, stelt het Wereld Natuur Fonds (WNF). De neerslag van stikstofverbindingen raakt ook het dierenleven.

De staat van de Nederlandse natuur is door WNF vastgelegd in het Living Planet Report, dat donderdag wordt gelanceerd. Hierin worden alle waarnemingen van soortenorganisaties gebundeld en geïndexeerd, met hulp van Naturalis en het CBS.

Waar het effect van neerslaande stikstofverbindingen tot nog toe vooral werd afgemeten aan een veranderend plantenleven, maakt het rapport duidelijk dat ook dierenpopulaties er indirect onder lijden, zegt Natasja Oerlemans van WNF. In gebieden waar de stikstofneerslag het grootst is - vooral de hogere zandgronden in Oost- en Zuid-Nederland - vallen de hardste klappen.

De variatie aan diersoorten in Nederland staat onder druk. Dat de omvang van de populaties op land sinds 1990 met 15 procent is afgenomen en de laatste tien jaar redelijk stabiel bleef, klinkt misschien nog niet zo dramatisch. Maar het zijn vooral algemene soorten als ree, ekster en pimpelmees die het gemiddelde optrekken.

Aantallen

De berekeningen zijn gekoppeld aan diersoorten die sinds jaar en dag consequent worden geteld. Het gaat dan om 51 soorten dagvlinders, 7 reptielen, 130 broedvogels en 26 zoogdieren. Van deze 214 soorten gingen er 92 achteruit en 84 juist vooruit. De meeste insectengroepen zijn buiten beschouwing gebleven, hoewel de afgelopen jaren duidelijk is geworden dat het aantal insecten juist hard is teruggelopen. Het ontbreekt echter aan genoeg telgegevens over lange tijd, zegt Rob van Westrienen van Soorten.NL, de koepel van soortenorganisaties.

Van de dieren die wel meetellen hebben de soorten die zijn aangewezen op een specifiek landschapstype het het moeilijkst. Op boerenland namen de populaties af met 50 procent. Dat hangt volgens Van Westrienen samen met de intensivering van de landbouw, verdroging en het gebruik van bestrijdingsmiddelen en drijf- en kunstmest. De sterkste dalers onder de vogels hier zijn veldleeuwerik, patrijs en kemphaan. De achteruitgang van de graslandvlinders noemt WNF ‘schrikbarend’. ,,De meeste soorten, waaronder de argusvlinder en het geelsprietdikkopje, komen alleen nog voor op dijken, bermen en akkerranden.’’

loading

In natuurgebieden komt het verlies uit op 40 procent. Negatieve uitschieter zijn schrale heide- en hoogveengebieden. Op plekken met een zeer hoge stikstofdepositie loopt de populatiekrimp op tot 70 procent. Hier doet het effect van stikstofneerslag op dieren zich gelden. Doordat de heide vergrast raken vlinders en andere insecten hun voedselplanten kwijt. Dat werkt door op insectenetende dieren, zoals vogels.

Bosgebieden

De enige opwaartse curve is te zien bij de bosgebieden. Na een daling tussen 1990 en 2000 is de lijn inmiddels omgebogen. In bossen waar de stikstofneerslag de afgelopen jaren afnam, bleken populaties te kunnen groeien, hetgeen goed uitpakte voor vogels als boomklever, bosuil en glanskop.

,,Blijkbaar is natuurherstel mogelijk als we de stikstofdepositie weten te verminderen’’, zegt Oerlemans. WNF wil met boeren werken aan een omslag naar natuurvriendelijke landbouw. Tegelijk pleit de organisatie voor meer ruimte voor de natuur, in gebieden die met elkaar zijn verbonden. Oerlemans: ,,Maar dat kunnen ook gebieden zijn die door boeren worden beheerd.’’

Het Wereld Natuur Fonds (WNF) wil met goedwillende boeren een uitweg zoeken uit de stikstofcrisis. ,,We moeten naar boerinclusief natuurbeheer’’, zegt directeur Kirsten Schuijt.

Volgens Schuijt en Natasja Oerlemans, hoofd voedsel en landbouw bij WNF, zijn er genoeg boeren die de omslag willen maken naar een natuurvriendelijke landbouw. Deze boeren en hun vertegenwoordigers spreekt het WNF bijvoorbeeld binnen het overleg over het Deltaplan Biodiversiteitsherstel en de invoering van een biodiversiteitsmonitor, waarbij ook Friesland Campina en de Rabobank zijn aangesloten.

Kaders

Schuijt vindt dat politiek Den Haag de landbouw en natuur al lang samen aan tafel had moeten zetten. ,,Er is eerst alleen gesproken met de boeren, en zelfs met bepaalde groepen boeren. En toen mochten de natuurorganisaties naar het Catshuis komen en spraken ze alleen met ons. Dat is natuurlijk niet de oplossing. Het is niet óf natuur óf landbouw. Als iedereen blijft vastzitten in zijn eigen groef dan gaan we er gewoon niet komen.’’ Volgens Schuijt moet Den Haag de regie nemen. ,,De politiek is nu keihard nodig. Die moet zorgen voor kaders en perspectief.’’

WNF wil zijn biodiversiteitsmonitor, die is ontworpen om in de melkveehouderij natuurwinst om te zetten in klinkende munt, breder toepassen. De akkerbouw krijgt een eigen variant. Met het ministerie van LNV wil het WNF bezien of dezelfde systematiek ook kan worden toegepast bij de herziening van het Europese landbouwbeleid. Oerlemans: ,,Op dit moment krijgen melkveehouders gemiddeld 20.000 tot 40.000 euro inkomenssteun van de Europese Unie. De vraag is: hoe kun je die inkomenssteun inzetten voor verduurzaming en vergroening.’’

In de tang

Grote afwezige in de discussie is volgens Oerlemans de agro-industrie. ,,Veel boeren zitten klem. Ze hebben hoge leningen, een geringe omzet en zijn afhankelijk van inkomenssteun. Tegelijk worden ze in de tang gehouden door leveranciers van veevoer en kunstmest. De veevoerimporteurs zijn degenen die hier de winst maken. Zij importeren alle soja uit Latijns Amerika, waarvoor daar hele gebieden worden opgeofferd. Dat zijn de partijen die er het minste belang bij hebben om hier alle kringlopen te sluiten. Als ik een kritische boer zou zijn, dan zou ik ze vragen: Wat is jullie bijdrage aan deze transitie?’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Drenthe
Aanrader van de redactie
menu