Het Rijnland Instituut werkt samen met de provincie Drenthe aan Duits-Nederlandse onderwijsprogramma’s.

Werken over de grens valt nog niet mee, maar Drenthe gaat het makkelijker maken

Het Rijnland Instituut werkt samen met de provincie Drenthe aan Duits-Nederlandse onderwijsprogramma’s. Foto: DVHN

In Nederland opgeleid en in Duitsland aan de slag. Dat valt nog niet mee als je een vakman met een mbo-diploma bent. Het Rijnland Instituut werkt nu samen met de provincie Drenthe aan Duits-Nederlandse onderwijsprogramma’s.

Damion Smit (22) en Renée Woering (17) studeren accountmanagement aan het Alfa College in Hoogeveen. Duits is een verplicht onderdeel van hun lesprogramma. Op vrijdagochtend buigen ze zich tijdens een digitale videoles van Ieteke Schoonbeek over de Duitse eenwording, die nu dertig jaar geleden zijn beslag kreeg, na de val van de muur in 1989.

Renée Woering is blij met de Duitse lessen. „Ik ben beter in Duits en Frans dan in Engels”, vertelt ze. „Duits onthoud ik gemakkelijker.”

Grotere kans op goede baan

loading  

Kennis van de Duitse taal en cultuur is in Drenthe en Groningen belangrijk, want dat vergroot je kansen op een goede baan. Duitse bedrijven zitten nog meer dan Nederlandse te springen om goede vakmensen. Maar vooral voor mbo’ers komt er heel wat bij kijken voor je over de grens aan de slag kunt. Hun diploma’s zijn niet geldig aan weerszijden van de grens. „Als je in Nederland een mbo 3 of 4 diploma hebt gehaald, weten Duitse werkgevers niet goed wat dat inhoudt en voor welke werkzaamheden ze mensen kunnen aannemen”, vertelt Cigdem Zantingh, programmamanager van het Rijnland Instituut.

Bachelor-master structuur

In het hoger beroepsonderwijs en het universitair onderwijs ligt dat anders. Daar is zo’n twintig jaar geleden het internationale bachelor- en mastersysteem ingevoerd, op grond van het verdrag van Bologna tussen 29 Europese landen. „Aan weerszijden van de grens is echter grote behoefte aan vakmensen in het mbo”, zegt de van oorsprong Duitse Zantingh.

Nu zijn er wel allerlei methoden om diploma’s te vergelijken, maar dit is een tijdrovend proces. Het idee is ontstaan om nu Duitse en Nederlandse onderwijsinstellingen opleidingen te laten ontwikkelen voor beide kanten van de grens, te beginnen met twee vakgebieden. Zantingh: „We werken nu vanuit het Rijnland Instituut samen met de provincie Drenthe aan een gezamenlijk lesprogramma voor voor de ict en een voor de retail. Het is de eerste keer dat een dergelijk onderwijsprogramma voor twee landen wordt ontwikkeld.”

Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft het Rijnland Instituut en de provincie Drenthe voor dit project benaderd, vertelt Zantingh. „Daar zijn we heel blij mee, het betekent erkenning dat we ook hier met grensoverschrijdende projecten bezig zijn. Tot voor kort keek het rijk vooral naar Limburg voor dit soort projecten.”

In het Rijnland Instituut werken aan Nederlandse kant het Alfa College, het Drenthe College, hogeschool NHL Stenden en de Hanzehogeschool samen. Het instituut moet de samenwerking tussen Noordoost-Nederland en Noordwest-Duitsland bevorderen, op het gebied van onderwijs, economie en toerisme. Aan de Duitse kant werkt de Hochschule Osnabrück mee aan het gezamenlijke onderwijsprogramma.

Hoog tijd voor nauwer contact met buren

Het is hoog tijd dat Drenthe en Groningen de banden met hun buren aanhalen, vindt Klaas Wybo van der Hoek, voormalig bestuursvoorzitter van NHL Stenden en voormalig statenlid in Groningen voor GroenLinks. Hij schreef hierover onlangs een artikel.

Nederland, en dan vooral de Randstad, is de afgelopen decennia steeds meer op de Angelsaksische wereld georiënteerd geraakt. Terwijl er vanuit Drenthe en Groningen al eeuwenlang contacten bestaan met de Duitse buren. De eerste rector magnificus van de Groningse universiteit, Ubbo Emmius, kwam tenslotte uit Emden. Ook vandaag de dag wemelt het op het parkeerterrein van NHL Stenden van auto’s met een wit kentekenplaat en hoor je in de stad Groningen veel Duits. In 2018 stonden bij de Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs ruim 22.000 Duitse studenten ingeschreven.

Daarbij komt dat Nederlandse bedrijven jaarlijks voor 90 miljard euro naar Duitsland exporteren, omgekeerd gaat het om ongeveer 70, miljard euro, en dat jaarlijks zo’n vijf miljoen Duitse toeristen in Nederland verblijven. Het is gek, vindt Van der Hoek, dat het onderwijs in het Duits in Nederland een ondergeschoven kindje is geworden.

Rijnland-model

Van der Hoek vindt ook dat we nog wel wat van de Duitsers kunnen opsteken. Door de Nederlandse voorliefde voor de Angelsaksische wereld zijn we ook het economisch systeem van de Britten en Amerikanen gaan overnemen: veel concurrentie, veel zakelijkheid, minder overheid en meer ondernemerschap. Duitsland heeft het Rijnlandmodel, dat meer is gericht op overleg, een sturende overheid en uitgebreide sociale voorzieningen.

„De laatste jaren zien we ook de nadelen van het Angelsaksische model”, stelt Van der Hoek. Het marktdenken en de nadruk op concurrentie is in zijn ogen doorgeschoten. Dus is het in zijn ogen zaak dat we meer oog krijgen voor hoe onze oosterburen het doen.

Val van de Muur

Aan de onderwijsinstellingen in het Rijnland Instituut zal het niet liggen. Docente Ieteke Schoonbeek laat haar studenten tijdens de videoles zweten over de val van De Muur, de DDR en andere zaken die voor de Duitsers nog vers in het geheugen liggen. Maar voor Renée Woering en Damion Smit is het geen dagelijkse kost. „Maar wel belangrijk dat we hier wat over leren”, vindt Damion.

Hij wil na de tweejarige opleiding aan het Alfa College door met technische bedrijfskunde in het hbo. „Eigenlijk droom ik er van om piloot te worden”, mijmert hij. „Maar ik besef dat die kans niet heel groot is. Misschien kan ik met technische bedrijfskunde wel bij een luchtvaartbedrijf werken. En ja, dat zou dan ook de Lufthansa kunnen zijn.”

Renée is geïnteresseerd in de Koude Oorlog en is dan ook blij met de les van Schoonbeek. Ze weet nog niet precies wat ze na deze opleiding wil doen. Werken in Duitsland misschien? „Ik wil eigenlijk verder studeren, maar weet nog niet precies wat. Maar ik wil wel graag in Nederland blijven, hier ben ik geworteld.”

menu