De 'boulevard', de hoofdweg door het kamp.

Westerbork in de Tweede Wereldoorlog: een hel, vermomd als dorp

De 'boulevard', de hoofdweg door het kamp. Foto: Kamp Westerbork

Westerbork. Tot eind jaren '30 was het een knus brinkdorp in Midden-Drenthe. Sinds de Tweede Wereldoorlog is het ook een plek van schande en schaamte, van 'dit nooit weer'.

Als er niet zo veel protesten waren geweest, zou er in 1939 bij Elspeet op de Veluwe een kamp zijn gebouwd. Vooral het bezwaar van koningin Wilhelmina telt. Het zou te dicht bij Apeldoorn, bij Paleis Het Loo, staan. Daarna valt de keuze op de Drentse heide, bij Westerbork, nog verder weg van iedereen die niet zit te wachten op Joodse vluchtelingen.

Zij zoeken na de Kristallnacht op 9 november 1938, als de nazi's met een pogrom hun gewelddadige gezicht tonen, hun heil buiten Duitsland. 10.000 van hen weten de grens te passeren. Voor hen verrijst er een Centraal Vluchtelingenkamp, betaald door de Joodse gemeenschap.

In april 1940, een maand voor de Duitse inval in Nederland, telt kamp Westerbork 750 bewoners. Het Nederlandse bestuur besluit ook andere Joodse vluchtelingen over te brengen naar Drenthe. Met een strenger regime.

Na het begin van de Holocaust, begin 1942, komt het kamp onder direct Duits bestuur. Polizeiliches Durchgangslager Westerbork opent de poorten naar de hel, vanaf oktober onder het bevel van SS-Obersturmführer Albert Konrad Gemmeker.

loading  

Schrijftafelmoordenaar

Hij wordt verantwoordelijk voor de deportatie van meer dan 80.000 Joden naar de vernietigingskampen, vooral naar Auschwitz en Sobibor. ,,Meestal gaf hij persoonlijk, met 'een wenk met de hand', het vertreksein voor de treinen’’, aldus historicus Ad van Liempt in zijn biografie over Gemmeker.

Hij noemt de commandant 'een sluwe schrijftafelmoordenaar'. De gevoelloze bureaucraat voert geen schrikbewind, hij zorgt ervoor dat het kamp lijkt op een dorp. Met een kantine, eigen gezondheidszorg, een wisselkantoor, concerten en toneelvoorstellingen. Maar achter deze schijnwereld gaat een gruwelijke vernietigingsdrang schuil.

Op het enige spoor, op de zogeheten 'boulevard', de ruime hoofdweg tussen de barakken, vertrekken vanaf 15 juli 1942 volle treinen met Joden, Roma en Sinti naar Auschwitz, Sobibor, Theresienstadt en Bergen-Belsen. Eerst twee keer per week, daarna een keer, op dinsdag. In de eerste van de in totaal 93 treinen zitten 2030 Joden, onder wie weeskinderen.

In de laatste, op 3 september 1944 naar Auschwitz, 279 mensen, onder wie 77 kinderen die zijn opgepakt op onderduikadressen. Een van hen is Anne Frank, die met haar vader, moeder en zus op 8 augustus vanuit Amsterdam aankomt. Anne moet met haar moeder en zus in de 'batterijsloperij' werken. Zestien uur per dag slaat ze met een hamer en beitel batterijen open voor hergebruik in de Duitse oorlogsindustrie. Daarbij komen gevaarlijke, chemische stoffen vrij.

loading  

Omdat Anne Frank al was gestopt met haar dagboek, zal de wereld nooit weten hoe zij het verblijf in Westerbork beleeft. Maar ze kent het kamp al wel, blijkt uit haar dagboek. Op 9 oktober 1942 schrijft zij daarin: 'Onze vele joodse kennissen worden bij groepjes opgepakt. De Gestapo gaat met deze mensen allerminst zachtzinnig om. Ze worden gewoon in veewagens naar Westerbork, het grote Jodenkamp in Drenthe, gebracht'.

Ook heeft ze een vermoeden van het lot dat haar wacht. 'Als 't in Holland al zo erg is, hoe zullen ze dan in de verre en barbaarse streken leven waar ze heen gezonden worden? Wij nemen aan dat de meesten worden vermoord. De Engelse radio spreekt van vergassing, misschien is dat wel de vlugste sterfmethode.' Haar vader, Otto Frank, zal als enige van het gezin overleven. Hij wordt in januari 1945 in Auschwitz bevrijd. Moeder Edith wordt wel vermoord in het kamp, Anne en haar zus Margot in Bergen-Belsen.

Juriste en schrijfster Etty Hillesum laat wel een dagboek na met haar ervaringen in Westerbork. Zij noemt het kamp 'een hel'. De medewerkster van de Joodse Raad wordt in 1942 naar Westerbork gedeporteerd waar zij een baantje krijgt op de afdeling 'Sociale Verzorging Doortrekkenden'. Voordat ze op transport wordt gesteld naar Auschwitz, waar zij overlijdt, weet ze samen met de Joodse verzetsheld Ies Spetter nog kinderen uit het kamp te smokkelen.

Op 11 april 1945 slaan de Duitsers in Westerbork op de vlucht voor het geallieerde offensief. De tweede Canadese infanteriedivisie valt Drenthe binnen. Een dag later bereiken de eerste Canadese verkenners kamp Westerbork. Hun War Diary meldt dat er duizend mensen zijn in het kamp. Volgens majoor Doering zijn 'de meesten sterk vermagerd'. ,,Ik heb nog nooit zoiets gezien'', verhaalt de officier. De bevrijders delen sigaretten en chocolade uit.

Na het vertrek van de Canadezen blijven de bewoners nog weken in het kamp omdat het daarbuiten te gevaarlijk is. Vijf dagen na de bevrijding is er een wonderlijke ommekeer: de slachtoffers worden bewakers als de eerste NSB'ers in het kamp gevangen worden gezet. Westerbork wordt een interneringskamp voor Waffen-SS'ers en Nederlanders die met de Duitsers hebben geheuld. Pas in juli mogen de laatste Joden weg. Albert Gemmeker is dan al opgepakt. Hij zal worden veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf.

Opvangkamp

Na de oorlog krijgt het kamp weer een andere bestemming. Onder de naam 'De Schattenberg' doet het dienst als opvangkamp voor gerepatrieerden uit voormalig Nederlands-Indië. In 1950 arriveren de eerste Indische Nederlanders, in 1951 de eerste Molukkers. Ze blijven er tot 1971. Daarna worden de barakken gesloopt of verkocht aan boeren.

Op 4 mei 1970 onthult koningin Juliana een Nationaal Monument ter nagedachtenis van alle slachtoffers. De spoorlijn naar de hel telt vanaf het stootblok nog maar 97 bielzen, waarvan er 93 zijn vastgeklonken. Zij staan symbool voor het aantal transporten. Uit twee goederenwagons van toen klinken nu op de dag dat zij vertrokken alle namen van de 107.000 weggevoerde slachtoffers. Op de oude appelplaats staan 102.000 stenen rechtop, ter herinnering aan hen die de vernietigingskampen niet hebben overleefd.

menu