Youri in de hal van het Natural History Museum in Londen waar de grote blauwe vinvis aan het plafond hangt.

Youri van den Hurk (28) uit Meppel is doctor in de archeologie en is gefascineerd door walvissen: 'Dat zat er al op jonge leeftijd in'

Youri in de hal van het Natural History Museum in Londen waar de grote blauwe vinvis aan het plafond hangt. Foto: Youri van den Hurk

Als iets in het leven hem in zijn greep heeft, dan is het de walvis. Youri van den Hurk, geboren in Meppel en woonachtig in Groningen, is aan University College in Londen zelfs gepromoveerd op dit onderwerp. In zijn recent verschenen onderzoek toont Van den Hurk aan dat de walvis in de middeleeuwen actief werd bejaagd in Nederland en Vlaanderen. „Ze hebben iets mysterieus. We zien ze alleen wanneer ze even boven komen om lucht te halen.”

Tijdens een open dag aan de Rijksuniversiteit in Groningen waant Van den Hurk zich in een snoepwinkel. Als kind heeft hij al een fascinatie voor walvissen. Op die dag loopt hij een paar uurtjes mee bij de studie Archeologie. Hij kan zijn ogen maar niet van een collectie aan skeletmateriaal van verschillende diersoorten houden. Dit is het, jubelt hij, nog net niet hardop. Het innerlijke heilige vuurtje staat direct in lichterlaaie.

Hij straalt. Dit wordt zijn toekomst. „Het onderdeel zoöarcheologie sprak mij meteen ontzettend aan”, vertelt Van den Hurk. „Ik heb me daarop vervolgens helemaal toegelegd. Ik ben me er zo erg in gaan specialiseren dat ik uiteindelijk walvissen ben gaan onderzoeken. In het Engelse Nottingham behaalde ik mijn master, vervolgens mijn PhD in Londen.”

Passie

Voor het geld kiest hij niet met het pad dat hij bewandelt. Zijn nieuwsgierigheid en passie winnen het van de noodzaak om veel geld te verdienen na zijn studies. Liever besteedt de pas 28-jarige Youri zijn tijd aan onderzoek, en tegenwoordig ook deels aan lesgeven. „Je moet het echt heel erg interessant vinden en de passie hebben”, glimlacht hij. „Ik heb de drang om onderzoek te doen naar walvissen en er meer over te leren kennen. Er is bijvoorbeeld zo ontzettend lang walvisvaart geweest. Sommige populaties zijn daardoor verdwenen, andere walvissoorten staan op de rand van uitsterven. Mijn drang om er onderzoek naar te doen is om te kijken hoe dat is gebeurd. Waarom gaat het zo slecht? Valt er iets aan te doen om ze te redden?”, vraagt hij zich af, tegelijkertijd kijkend naar de toekomst.

Van den Hurk heeft altijd al een sterke band met dieren gehad. „Ik vind het interessant om te kijken hoe verschillende diersoorten zich op verschillende omstandigheden hebben toegelegd. Walvissen zijn zoogdieren die zich helemaal hebben aangepast aan het leven in het water. Er zijn ook zoveel verschillende soorten, er zijn meer dan 90 soorten walvissen, dolfijnen en bruinvissen. Ze hebben ook iets mysterieus. We zien ze alleen wanneer ze even boven komen om lucht te halen. De variatie is bovendien groot: zo kan de blauwe vinvis wel dertig meter lang worden, en een kleine bruinvis anderhalve meter lang.”

Proefschrift

Voor zijn proefschrift, dat ook in boekvorm is verschenen, deed Van den Hurk in een klein team onderzoek naar gevonden walvisbotten. „Daar kun je veel van leren”, doceert hij. In het onderzoek gaat het over onder meer Nederland en Vlaanderen in de Middeleeuwen. „Bij archeologische opgravingen worden soms walvisbotten gevonden, vaak zijn het er niet veel. Ze worden opgeslagen in een depot. Er wordt alleen vrij weinig mee gedaan, omdat het alleen al zo lastig is om te kijken om welke soorten walvissen het gaat. Daar specialiseer ik me juist in. De achterstand die is opgebouwd kan ik mooi bijwerken. Ik heb een aantal depots bezocht en heb daar botten bemonsterd voor mijn onderzoek.”

Alleen de vorm van de botten kan al een bron van informatie zijn. „Van de ruim 90 soorten zouden er 35 in de omgeving van Nederland voor kunnen komen. Het is lastig om daarin verschillen te zien.” Vervolgens ging hij bemonsteren. Van kleine stukjes bot, ter grootte van een doperwt, werd het collageen bekeken. „Dat is een van de belangrijkste bouwstoffen van het bot. We kijken naar verschillen in het collageen en kunnen zo achterhalen welke walvissoort het precies is geweest.”

Grijze walvis

Inmiddels zijn er aan de hand van botten in deze regio vijf grijze walwissen geïdentificeerd. Het is een soort dat niet meer voorkomt in de Noordzee of Atlantische Oceaan. „Enkel nog in de Stille Oceaan tussen Noord-Amerika, Japan en Rusland. In Middeleeuwse contexten zijn ze dus wel in Nederland aangetroffen.” Tijdens het onderzoek stuiten Van den Hurk en zijn team op een aantal vragen: „Hebben wij als Nederlanders en Vlamingen er actief aan bijgedragen dat deze soort is verdwenen? Heeft er actieve jacht op de grijze walvis plaatsgevonden? Heeft dat ertoe geleid dat deze soort uit de Atlantische Oceaan is verdwenen?”, somt hij op. „Na de Middeleeuwen is de jacht op walvissen toegenomen, maar duidelijk was dat toen al sprake was van de jacht. Heel veel historische bronnen wijzen erop dat Vlamingen daar nog actiever in waren dan wij.”

loading

Kijken we naar de eigen regio, dan zijn ook daar bot(resten) aangetroffen. In het IJsselmeer zijn in het verleden bijvoorbeeld botten van de grijze walvis aangetroffen. „Maar dan heb je het over een periode van 40.000 jaar terug”, vertelt Van den Hurk. Kijken we wat meer recentelijk, dan is de vondst van een gehoorbeen van een grijze walvis in Wijster een beter voorbeeld. „Een gehoorbeen ziet er apart uit en lijkt meer op een schelp. Dat bot is waarschijnlijk in de Middeleeuwen ergens langs de kust gevonden en als curiosa meegenomen, en is uiteindelijk begraven met een persoon, als een soort grafgift.”

Terugkeer?

Hoewel Van den Hurk graag terug in de tijd duikt, kunnen zijn onderzoeken uitermate nuttig zijn voor de toekomst. „Bijvoorbeeld als het gaat over de grijze walvis. Individuen leven in de Stille Oceaan, maar door klimaatverandering is de Noordpool nu langer deels ijsvrij. Ze kunnen nu om Canada heen zwemmen, en zo weer in de Atlantische Oceaan terechtkomen. Dat is nu drie keer gebeurd. Heel interessant.” Ook wateren rondom Nederland en Europa kunnen op die manier zomaar weer eens geschikt leefgebied gaan vormen. „Daarin is archeologie een mooie brug.”

Jarenlang studeren en onderzoeken. Houdt dat eigenlijk op? Voor Van den Hurk niet. Die gaat nog wel even door. En walvissen? Die laten hem nooit van z’n leven meer los. „Nu wil ik graag ergens een onderzoekspositie binnenslepen. Momenteel ben ik bezig met het aanvragen van posities op de Universiteit van Cambridge. Nu heb ik hier in Groningen een ondersteunende functie, en geef ik les aan studenten op het gebied van zoöarcheologie. Ik ben 28 jaar en doctor. Dat heb ik snel gedaan, ja. Het is hard werken, maar daarbij had ik wat geluk, want ik kon altijd mooi doorstromen. Ik ben er helemaal voor gegaan en ben blij dat het zo heeft mogen lopen.”

menu