Paul den B. naast zijn advocaat Judith Kwakman in de rechtbank van Assen tijdens de zitting van donderdag 2 juli 2020.

Zeven jaar cel geëist voor verdrinkingsdrama Noord-Willemskanaal: 'Vader liet zoontje (3) in het ijskoude water aan zijn lot over'

Paul den B. naast zijn advocaat Judith Kwakman in de rechtbank van Assen tijdens de zitting van donderdag 2 juli 2020. Illustratie: Janneke de Jonge

Het Openbaar Ministerie (OM) eiste maandag zeven jaar cel tegen de vader van de 3-jarige peuter Sven die omkwam bij het verdrinkingsdrama in het Noord-Willemskanaal bij Ubbena.

Het OM verwijt de 40-jarige Paul den B. uit Utrecht van doodslag op zijn zoontje. Hij zou toen hij het jongetje meenam naar het kanaal bewust het risico hebben aanvaard dat zijn zoontje zou kunnen verdrinken. Bovendien liet hij zijn zoontje in hulpeloze toestand in het water achter en probeerde hij amper om Sven uit het water te halen.

De 3-jarige Sven belandde in de late middag van woensdag 18 december 2019 in het ijskoude water van het Noord-Willemskanaal bij Ubbena. Met ernstige hersenschade werd het jongetje naar het UMCG gebracht, waar hij op oudejaarsdag overleed.

Het einde van de wereld

Die woensdag was de eerste dag waarop vader en zoon elkaar acht uur lang zonder begeleiding mochten zien. Door een vechtscheiding mocht dat lange tijd alleen onder toezicht. Rond het middaguur besloot de man met zijn zoontje in de auto van zijn woonplaats Utrecht naar zijn ouders in Assen te rijden. Tot dat bezoek aan opa en oma kwam het nooit. Den B. reed naar het Noord-Willemskanaal.

Om roeibootjes te bekijken, verklaarde Den B. Maar bij de roeivereniging stopten ze niet. Ze reden ruim een uur op en neer langs de waterkant. Toen de vader uitstapte om te plassen in het water, vond de peuter dat zo grappig en interessant dat hij het volgens Den D. even later zelf ook wilde proberen. Op dezelfde plaats. Volgens Den B. noemde Sven dat ‘het einde van de wereld’. ,,Ik wilde een leuke vader zijn, dus dat mocht van mij.”

‘Ik dacht alleen maar: Ik moet eruit. Het is te koud’

Op de steile waterkant dreigde de peuter in het water te vallen. Den B. verklaart nog te hebben geprobeerd het kind op de wal te duwen, maar door die beweging raakte Sven juist uit evenwicht en viel in het ijskoude water.

Den B. probeerde daarop eerst zijn telefoon te vinden in zijn auto. Toen hij die niet kon vinden, liet hij zichzelf ook in het water zakken. ,,Ik heb wat rondgezwommen en gekeken op de plek waarvan ik dacht dat hij in het water was gevallen. Ik kreeg het heel koud. Ik dacht alleen maar: Ik moet eruit. Het is te koud.”

Hij klom het water uit, zocht opnieuw naar zijn telefoon en belde 112. Na ruim drie kwartier haalden twee agenten het jongetje uit het kanaal. Zij zagen het kind wel direct in het water liggen. Eenmaal op de wal was de lichaamstemperatuur van het kindje gedaald naar slechts 23 graden.

De vader toonde tijdens de zitting geen emoties. Dat is ook hoe de psycholoog en psychiater die hem onderzochten hem omschrijven: emotieloos. Zij typeren hem verder als rigide en egocentrisch. Ook heeft hij autistische en narcistische trekken. De deskundigen kunnen niet vaststellen of hij volledig toerekeningsvatbaar is.

‘Ik zat er finaal doorheen die dag’

Zelf zegt Den B. dat hij door de strijd met zijn ex om zijn zoontje overspannen was. ,,Ik zat er finaal doorheen die dag.” Jeugdzorg had die signalen kunnen opmerken, zegt de man. ,,Zodra het over Sven ging raakte je een open zenuw bij mij.” De ex-vrouw van de Utrechter trok enkele dagen voor het onbegeleide verlof nog aan de bel bij jeugdzorg. Zij vertrouwde de vader niet alleen met haar zoontje.

‘Wie neemt er nou aanstoot aan een plassend kind?’

,,Verdrietig genoeg is dit voorgevoel niet onterecht gebleken”, aldus de officier van justitie. Volgens haar roept de zaak veel vragen op. Vragen waarop alleen Den B. het antwoord weet. Wat moest hij in Assen? Hij had er geen afspraak en hij zou ook niet op tijd terug zijn in Utrecht, met alle gevolgen van dien voor de omgangsregeling. Waarom reed hij na de slopende autorit direct naar het kanaal en niet naar opa en oma of vrienden? Waarom moest Sven plassen op zo’n afgelegen plek? ,,Om privacy kan dat toch niet gaan, wie neemt er nou aanstoot aan een plassend kind?” De officier beschrijft een groot ‘niet-pluis gevoel’ bij deze zaak.

De vader vindt dat hij verantwoordelijk kan worden gehouden voor de dood van zijn zoontje. ,,Ik ben me bewust van het onaanvaardbare risico dat ik heb genomen. Achteraf realiseer ik me dat ik onvoorzichtig ben geweest.” Hij spreekt van een ongeluk.

Zijn advocaat Judith Kwakman vindt dat er te weinig bewijs is voor doodslag. „Het onderbuikgevoel is de rode draad in deze zaak,” stelt ze. Dat onderbuikgevoel is volgens de advocaat soms gebaseerd op veronderstellingen. Volgens Kwakman had Den B. geen enkel motief om zijn zoontje iets aan te willen doen ,,De hele vechtscheiding was er juist op gericht dat er een goede omgangsregeling met Sven kwam. Het weinig tonen van emoties betekent nog niet dat je bewust je kind dood wilt maken.”

Op 22 september doet de rechtbank uitspraak.

menu