Drie keer per dag laten Harm en Mattie de Jonge de honden uit op het weilandje achter hun dierenpension.

Zonder opvolger dreigt Dierenpension Eelde te verdwijnen

Drie keer per dag laten Harm en Mattie de Jonge de honden uit op het weilandje achter hun dierenpension. Foto: Geert Job Sevink

Honderden honden en honderden katten waren er vaste gast. Nu dreigt het doek te vallen voor Dierenpension Eelde, een van de oudste dierenpensions van het land. ,,Het is hard werken, zeven dagen in de week.’’

Honden die dol van vreugde werden in de auto als hun baas de scherpe bocht van Groningen naar De Punt nam. Hoe vaak Harm de Jonge (65) dat wel niet hoorde van zijn klanten uit de stad die hun viervoeter voor kortere of langere tijd kwamen brengen. ,,Honden herkennen zo’n bocht na verloop van tijd. Dan wisten ze dat ze naar ons gingen, dat was feest voor ze.’’

De Jonge praat al half in de verleden tijd, alsof zijn dierenpension niet meer zijn dierenpension is. Hij en zijn vrouw Mattie (64) hebben huis en haard in januari te koop gezet. Het gaat om hun woonhuis inclusief Dierenpension Eelde, pal naast het vliegveld van Eelde.

Vinden ze geen opvolger voor hun dierenpension, dan gaat het oudste dierenpension van Noord-Nederland in december ter ziele.

Nieuw fenomeen

Niks aan, vinden De Jonge en zijn vrouw. Het is de zaak die De Jonge’s moeder opzette, in 1958 toen zij met haar man en hun baby Harm van Den Haag naar Eelde verhuisde. Ze had haar boxer ooit eens naar een pension gebracht en toen ze hem ophaalde, zat hij in een konijnenhok op haar te wachten. Dat was zielig en dat kon beter, vond ze.

Eenmaal in Eelde begon ze klein, een pension met ruimte voor 40 honden. Alleen mensen die het konden betalen, brachten hun hond naar het pension; het gros liet de buren oppassen. ,,Het dierenpension was echt een nieuw fenomeen. Steeds meer mensen vonden het gemakkelijk om hun hond tegen betaling weg te brengen en zelf lekker een weekend weg te kunnen’’, zegt De Jonge.

Hij weet niet beter of hij speelde met de dieren, voerde ze, ging met ze naar buiten. Hij herinnert zich dat ze een tijdlang een wolf in de opvang hadden, via het Biologisch Centrum in Haren. Op vakantie ging De Jonge als kind nooit.

Afkickkliniek

Wisten in de beginjaren met name hoogleraren en ondernemers de weg naar het dierenpension te vinden, inmiddels is het pension niet meer weg te denken. ,,En niet alleen tijdens vakanties en weekendjes weg. We vangen ook honden en katten op als mensen naar het ziekenhuis moeten, bij geboorte en sterfte, als mensen in een afkickkliniek zitten’’, zegt De Jonge.

Hij ontmoette Mattie en samen met haar nam hij in 1982 het Dierenpension, met inmiddels 130 hondenhokken, over. Ze brachten het aantal hondenhokken naar beneden, kozen ervoor om ook katten op te vangen en soms zorgden ze voor onderdak aan andere huisdieren. Mensen brachten hun wandelende takken bij het pension, hun schildpad, papegaai en hun konijnen.

Huiskamer met televisie

In krap veertig jaar zagen De Jonge en zijn vrouw de honden- en kattenwereld veranderen.

,,Ik krijg wel eens het verzoek om een hond om tien uur ‘s avonds nog een bot te geven, omdat ie dat thuis ook krijgt’’, zegt De Jonge. ,,Mensen zijn stapelgek met hun dieren en geven veel geld uit aan voer en kussens.’’

Mattie: ,,Er zijn dierenpensions met een huiskamer waar honden vanaf de bank televisie kunnen kijken.’’

Ze vinden het jammer dat hun drie zonen de dierenopvang niet voortzetten. Zelf zijn ze toe aan iets meer vrije tijd. ,,Een dierenpension is hard werken, zeven dagen per week, van acht uur ‘s ochtends tot zeven uur ‘s avonds, met name tijdens schoolvakanties. Het is voeren, schoonmaken en drie keer per dag de honden uitlaten. Prachtig werk voor wie van honden en katten houdt.’’

menu